• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Migrantenjeugd

De term 'migrantenjeugd' verwijst naar kinderen en jongeren die niet in Nederland geboren zijn of van wie één of beide ouders elders geboren zijn.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert bij de presentatie van cijfers vooralsnog de volgende indeling:

  • Autochtoon: een persoon van wie de beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht het land waar men zelf is geboren;
  • Westerse allochtoon: iemand die in Nederland woont en van wie tenminste één ouder in een van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië of Indonesië of Japan is geboren.
  • Niet-westerse allochtoon: iemand die in Nederland woont en van wie tenminste één ouder in een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Japan en Indonesië) of Turkije is geboren.

Verder wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie).

In 2016 is door de Tweede kamer een motie aangenomen om de termen westerse- en niet-westerse allochtoon en autochtoon te herzien. De termen autochtoon en allochtoon worden waar mogelijk vervangen door mensen met een Nederlandse achtergrond en mensen met een migratieachtergrond. Bij het afbakenen van mensen met een migratieachtergrond staat , zoals voorheen, het geboorteland van de ouders centraal. Minstens één van de ouders is in het buitenland geboren. Van mensen met een Nederlandse achtergrond zijn beide ouders in Nederland geboren (CBS, 2016).

Bron

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2016). Jaarrapport Integratie 2016. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Kerncijfers

In 2017 heeft 74 procent van alle 0- tot 25-jarigen in Nederland een Nederlandse achtergrond en bijna 26 procent een migratieachtergrond. Deze laatste groep is opgebouwd uit ruim 67 procent met een niet-westerse en 32 procent met een westerse afkomst. De laatste jaren is er een lichte daling in het aantal jeugdigen met een Nederlandse achtergrond (74,68% in 2016, 75% in 2015 en 75,49% in 2014) en een lichte stijging in het aantal jeugdigen met een westerse en niet-westerse migratie achtergrond.

Van de niet-westerse jeugd behoort de grootste groep met ruim 29 procent van de migrantenjeugd tot de categorie 'overige'. Hiertoe behoren onder meer jeugdigen uit Somalië, Afghanistan, Iran en Irak. Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse jeugd behoren niet tot deze categorie. Kinderen en jongeren met een Marokkaanse en Turkse achtergrond vormen na de groep overige de grootste groepen niet-westerse migrantenjeugd (respectievelijk circa 14 procent en 12 procent van de migrantenjeugd) (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2017). 

Laatst bewerkt: 12 december 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Verdeling van migrantenjeugd naar herkomst (2017)

Bijna 70 procent van de migrantenjeugd heeft in 2017 een niet-westerse afkomst. Het grootste aandeel wordt gevormd door jeugd in de groep 'overig niet-westerse afkomst'. Deze groep is zeer divers samengesteld en bestaat uit onder meer jeugd uit Somalië, Syrië, Iran, Irak en Afghanistan. Daarna vormen jeugdigen met een Marokkaanse en Turkse afkomst de grootste groepen. De laatste jaren vertoont de groep 'overige' de grootste stijging (van 25,77 in 2014 naar ruim 29 procent in 2017). De stijging komt  door een toename van het aantal vluchtelingen (CBS, 2017).

Laatst bewerkt: 12 december 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Eerste- en tweedegeneratie migrantenjeugd (2013)

Van alle jeugdigen van 0 tot en met 25 jaar met een niet-westerse afkomst behoort in 2013 bijna 85 procent tot de tweede generatie. Dat wil zeggen dat zij in Nederland zijn geboren en dat een of beide ouders in het buitenland is geboren. Naarmate de leeftijd van de kinderen stijgt, neemt het aandeel tweedegeneratie kinderen af. In de leeftijdsgroep van 0 tot en met 10 jaar gaat het om  93 procent, in de leeftijdsgroep van 10 tot en met 15 jaar ruim 89 procent. Van de 15- tot 20-jarigen en 20- tot 25-jarigen gaat het om respectievelijk 79 en 60 procent kinderen van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren.

Laatst bewerkt: 26 januari 2015


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.