• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Huilbaby

We noemen een kind een huilbaby wanneer het minimaal drie weken lang, drie dagen per week, drie uur per dag huilt.

Bron

  • Thesaurus zorg en welzijn

Kerncijfers

Ruim 8 procent van de ouders die deelnamen aan het Onderzoek Jeugd en Opgroeien uit 2011 geeft aan een huilbaby te hebben (gehad). Het gaat hierbij om baby's van 0 - 1 jaar oud (De Roos en Bot, 2013).

Aan de ouders uit OJO'11 zijn vragen gesteld over onder andere kindkenmerken, gezinskenmerken, levensgebeurtenissen, herkomst en zorggebruik. Met statistische analyses is in dit onderzoek gekeken naar verbanden tussen het hebben van een huilbaby enerzijds, en één of meerdere van de bovengenoemde factoren anderzijds.

Kindkenmerken

Als kinderen een ziekte of aandoening hebben zijn ze significant vaker in het eerste levensjaar een huilbaby (27 procent) (De Roos & Bot, 2013).

Gezinskenmerken

In gezinnen waarbij er één ouder een langdurige ziekte of aandoening heeft komt een huilbaby significant vaker voor (17 procent). Dit geldt ook als een ouder een psychisch probleem heeft (18 procent), of als één van de ouders aangeeft een een slechte gezondheid te hebben (33 procent).
Met behulp van gegevens van het CBS is gekeken of één van de ouders tussen 2008 en 2011 verdachte is geweest van een misdrijf. De ouders uit deze gezinnen geven vaker (18 procent) aan dat een kind een huilbaby is (geweest) (De Roos & Bot, 2013).

Levensgebeurtenissen

Ouders kregen de vraag in hoeverre ze te maken hebben gehad met één of meer ingrijpende gebeurtenissen. Voorbeelden hiervan zijn het meemaken van een scheiding, het overlijden van een naaste of het slachtoffer zijn van een misdrijf of ongeluk. Er blijkt geen significant verband te zijn tussen levensgebeurtenissen en de aanwezigheid van een huilbaby in het gezin (De Roos en Bot, 2013).

Herkomst

In gezinnen van niet-Westerse migranten komen relatief meer huilbaby's voor (14 procent) dan in gezinnen met een andere afkomst (De Roos & Bot, 2013).

Zorggebruik

Bijna de helft (47 procent) van de gezinnen met een huilbaby maakt gebruik van de eerstelijnszorg. Bij de gezinnen zonder huilbaby is dit gemiddeld 19 procent.
In het onderzoek kwam ook de vraag aan de orde of ouders met problemen meer steun hebben uit hun omgeving dan ouders die de ontwikkeling en opvoeding geen zorgen baart. Het blijkt dat ouders met een huilbaby niet significant meer steun ontvangen uit hun omgeving dan ouders zonder huilbaby. Dit terwijl er wel significante verschillen zijn tussen de groepen ouders die zich zorgen maken om hun kind en zij die problemen ervaren met hun kinderen van 3-17 jaar.

Het zou kunnen dat het feit dat er geen duidelijke verschillen in steun gevonden zijn ook komt doordat de groep ouders met een huilbaby kleiner is  (Bot & Sadiraj, 2013).

Laatst bewerkt: 5 februari 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Bot, S., & Sadiraj, K. (2013).'Ondersteuning uit de omgeving, preventieve en geïndiceerde jeugdzorg', in: Terecht in de jeugdzorg: voorspellers van kind- en opvoedproblematiek en jeugdzorggebruik'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)
  • Bot, S., Roos, S. de, Sadiraj, K., ... [et al.] (2013). 'Terecht in de jeugdzorg : voorspellers van kind- en opvoedproblematiek en jeugdzorggebruik'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)
  • Roos, S. de, & Bot, S. (2013).'Determinanten van ernstige kind- en opvoedproblematiek', in: Terecht in de jeugdzorg: voorspellers van kind- en opvoedproblematiek en jeugdzorggebruik'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)
  • Roos, S. de, & Bot. (2013). 'De rol van ingrijpende levensgebeurtenissen bij kinderen opvoedproblematiek', in: Terecht in de jeugdzorg: voorspellers van kind- en opvoedproblematiek en jeugdzorggebruik'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.