• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

ADHD

ADHD staat voor 'attention deficit hyperactivity disorder'. In het Nederlands spreekt men wel van 'aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit'. In de DSM-5 valt ADHD onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen.

De belangrijkste symptomen van ADHD zijn onoplettendheid (aandachtstekort), impulsiviteit en hyperactiviteit. Deze symptomen komen afzonderlijk of in combinatie voor in verschillende verschijningsvormen:

  • het gecombineerde beeld, met zowel onoplettendheid als hyperactiviteit/impulsiviteit;
  • het beeld waarbij onoplettendheid voorop staat; 
  • het beeld waarbij hyperactiviteit en impulsiviteit overweegt.

Het gecombineerde beeld komt het meest voor.

Niet ieder druk kind heeft ADHD

Als een kind symptomen van ADHD vertoont, wil dat nog niet zeggen dat het deze stoornis ook echt heeft. Tijdelijke of plotseling voorkomende symptomen van ADHD kunnen een reactie zijn op een traumatische gebeurtenis of een spannende periode. Rusteloosheid kan bijvoorbeeld ook het gevolg zijn van angst.

Bij kinderen die in hun dagelijkse functioneren belemmerd worden door een extreme mate van hyperactiviteit, impulsiviteit en/of aandachtstekort is sprake van de klinische diagnose ADHD (Gezondheidsraad, 2014).

Bronnen

  • American Psychiatric Association (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5). Amsterdam: Boom Psychologie & Psychiatrie.
  • Gezondheidsraad (2014). ADHD: medicatie en maatschappij. Advies aan de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Sociale zaken en Werkgelegenheid.
  • Oosterlaan, J., Hoekstra, P., Hoofdakker, B. van den, et al. (2015). ADHD een update. Actuele stand van wetenschappelijke inzichten rond diagnostiek en behandeling van ADHD. Den Haag: ZonMw.  
  • Website Landelijk Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie: ADHD.

Kerncijfers

Het is niet bekend hoeveel kinderen en jongeren op dit moment ADHD hebben. Er zijn geen recente Nederlandse onderzoeken of registraties die daarover betrouwbare gegevens kunnen leveren. Onderzoeken zijn onderling moeilijk vergelijkbaar door gebruik van verschillende diagnostische classificatiesystemen en verschillende bronnen (deskundigen, ouders of de jeugdigen zelf). Het criterium disfunctioneren, dat wil zeggen de mate waarin kinderen problemen ervaren op school en in het gezin, wordt volgens ook in veel onderzoek onvoldoende meegewogen. 

Op grond van meta-analyses van het epidemiologisch onderzoek naar ADHD, heeft (afhankelijk van criteria, methode en leeftijdsgroep) 2 tot 7 procent van  alle jeugdigen ADHD (Gezondheidsraad, 2014).  

Toename medicatiegebruik jeugd

Hoewel er uit onderzoek geen aanwijzingen zijn dat de prevalentie van ADHD toeneemt is er wel een aanzienlijke stijging van het aantal voorschriften voor ADHD medicatie. Het aantal recepten voor ADHD medicatie (methylfenidaat) voor jeugdigen van 4 tot 18 jaar is in een periode van tien jaar (2003-2013) verviervoudigd (Gezondheidsraad, 2014). 

Onderzoek onder volwassenen naar ADHD in de kindertijd

In het NEMESIS-2 (Tuithof e.a., 2010) onderzoek is bij volwassenen een diagnostisch interview afgenomen waarmee onder andere ADHD in de kindertijd kan worden bepaald. Van de 18- tot 44-jarige deelnemers aan dit onderzoek heeft, afgaande op dit interview, 2,9 procent  in de kindertijd ADHD gehad. Van de deelnemers die in hun kindertijd ADHD hadden, is ongeveer drie kwart man.  Bij meer dan 70 procent van deze groep is ook in de volwassenheid nog sprake van ADHD.

In een eerdere rapportage van het NEMESIS-2 onderzoek is aangegeven dat 4,7 procent van de 18- tot 24-jarigen ooit in het leven symptomen van ADHD heeft gehad. Het gaat hierbij om 7,8 procent van de jonge mannen en 1,8 procent van de jonge vrouwen (Graaf e.a., 2010).

Laatst bewerkt: 8 mei 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Gezondheidsraad (2014). ADHD: Medicatie en maatschappij. Den Haag: Gezondheidsraad.
  • Graaf, R. de, Have, M. ten, Dorsselaer, S. van (2010). 'De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking NEMESIS-2 : opzet en eerste resultaten'. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Tuithof, M., Have, M. ten, Dorsselaer, S. van, & Graaf, R.de (2010). ADHD, gedragsstoornissen en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vóórkomen en gevolgen in de algemene bevolking: resultaten van NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Verhulst, F.C., Ende, J. van der, Ferdinand, R.F., Kasius, M.C. (1997). 'De prevalentie van psychiatrische stoornissen bij Nederlandse adolescenten'.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.