• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Schoolverzuim

Er is sprake van schoolverzuim wanneer een leerling niet op school aanwezig is op momenten dat hij aanwezig moet zijn. Verzuim is geoorloofd wanneer de school toestemming heeft gegeven, of er een geldige reden voor is, zoals ziekte. Is dat niet het geval dan noemt men dat spijbelen. Wettelijk gezien is spijbelen in de leerplichtige leeftijd een overtreding van de Leerplichtwet. Regelmatig spijbelen kan een voorbode van voortijdig schoolverlaten zijn.

Melden van schooluitval

Kortdurend verzuim moeten scholen zelf aanpakken. Wanneer een leerling gedurende een periode van vier weken meer dan 16 uur zonder geldige reden afwezig is, moet de school dat melden bij het digitaal verzuimloket (DUO). Vervolgens meldt DUO de spijbelende leerling bij de afdeling Leerplicht van de woonplaats van de leerling. De Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe dat scholen de Leerplichtwet naleven. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het naleven van deze wet door ouders en leerlingen. Scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs zijn sinds augustus 2009 verplicht om ongeoorloofd verzuim te melden bij het digitale Verzuimloket. Dat geldt eveneens voor cursisten van 18 tot 23 jaar. Bij deze groep spreken we eveneens van ongeoorloofd verzuim, wanneer zij 16 uur of meer per vier weken afwezig zijn zonder toestemming Deze meldingen zet DUO door naar de RMC-functie van de gemeente, wanneer de cursist tussen de 18 en 23 jaar is. Verzuim boven de 23 jaar wordt niet geregistreerd.

Soorten verzuim

De Leerplichtwet onderscheidt absoluut en relatief verzuim. Daarnaast is vrijstelling van onderwijs mogelijk. Bij absoluut verzuim is een leerplichtig kind niet ingeschreven op een school. Hierop zijn de ouders aan te spreken. Relatief verzuim houdt in dat een leerling wel staat ingeschreven op een school, maar niet aanwezig is tijdens les- of praktijktijd. Tot deze groep rekenen we naast de frequente spijbelaars ook de thuiszitters. Dit zijn leerlingen die staan ingeschreven op een school, maar meer dan vier weken thuis zitten. Hierop is de school aan te spreken. Bij relatief verzuim wordt ook onderscheid gemaakt tussen luxe verzuim en signaalverzuim. Luxe verzuim houdt in dat een leerling tijdens de schoolperiode zonder toestemming met vakantie gaat. Signaalverzuim is een gevolg van problemen van de leerling of in diens leefomgeving.

Leerplicht en kwalificatieplicht

De leerplicht geldt voor kinderen van 5 tot 16 jaar. Een kind is leerplichtig vanaf de eerste dag van de maand nadat het 5 jaar is geworden tot het einde van het schooljaar waarin het 16 jaar is geworden Vrijgesteld van de Leerplichtwet zijn drie categorieën leerlingen. Voor hen mag de leerplichtambtenaar besluiten tot vrijstelling van onderwijs:

  • Kinderen die op grond van lichamelijke en/of psychische kenmerken niet in staat zijn om onderwijs te volgen. Bijvoorbeeld een kind met ernstige geestelijke beperkingen dat in een residentiële instelling verblijft.
  • Degenen die overwegende bedenkingen hebben tegen de richting van het onderwijs dat binnen redelijke afstand van de woning ligt.
  • Jongeren die onderwijs in het buitenland volgen.

Direct aansluitend op het einde van de leerplicht met 16 jaar begint de kwalificatieplicht. Die eindigt als een leerling een startkwalificatie (vwo, havo of mbo niveau 2) heeft gehaald of 18 jaar is geworden. Een leerling die kwalificatieplichtig is, mag nog geen volledige baan accepteren, maar een combinatie van leren en werken is wel toegestaan. De kwalificatieplicht geldt niet voor jongeren die in het bezit zijn van een getuigschrift of een schooldiploma praktijkonderwijs en voor jongeren die een school voor speciaal onderwijs (een REC) hebben bezocht. Deze leerlingen tellen dan ook niet mee in de cijfers over voortijdig schoolverlaten.

Schooluitval

Er is sprake van schooluitval wanneer een leerling zijn opleiding zonder diploma verlaat en evenmin doorstroomt naar een andere onderwijssoort. Een deel van de leerlingen dat uitvalt, begint na verloop van tijd opnieuw aan een opleiding, bijvoorbeeld in het VAVO (voortgezet algemeen onderwijs voor volwassenen). Degenen die niet terug naar school gaan, worden voortijdig schoolverlaters genoemd.


Bronnen

Kerncijfers

Het aantal leerplichtige kinderen dat in 2014/2015 niet bij een school is ingeschreven (zgn. absoluut verzuim) is met 11 procent gedaald. In 2013/2014 ging het om 6.714 kinderen en jongeren. Een jaar later is dit gedaald naar 5.956 jeugdigen. 

Het aantal gevallen van absoluut verzuim wisselde de laatste jaren nogal. Dat komt ook doordat gemeenten tot aan het schooljaar 2012-2013 op verschillende manieren  telden. De cijfers over het schooljaar 2014-2015 zijn afkomstig uit de leerplichttelling die jaarlijks onder de gemeenten wordt uitgevoerd. De cijfers over 2012-2013 komen uit het ITS-onderzoek 'Leerlingverzuim in beeld'. 

Laatst bewerkt: 8 februari 2016


Gebruikte publicaties

Ministerie van OCW (2016). Brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer van3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW. Lubbermans, J., Momers, A., & Wester, M. (2014). Leerlingverzuim in beeld. Een studie naar de cijfers en registratie van absoluut en relatief verzuim. Nijmegen: ITS.

Aantal thuiszitters

In het schooljaar 2014/2015 zijn circa 4.000 leerlingen  meer dan vier weken ongeoorloofd afwezig geweest.  Hiervan zitten 2.232 leerlingen langer dan drie maanden thuis. Van de thuiszitters in 2014/2015 zijn gedurende het schooljaar 1.784 leerlingen met succes teruggeleid naar school. Dit aantal is vrijwel gelijk aan die van 2013/2014 (Ministerie van OCW, 2016). 
 

Tussen 2010-2013 was een dalende lijn ingezet (5.436 in 2010/11 en 3.789 in 2012/13) die nu gestabiliseerd lijkt. Howel het aantal in 2014/2015 met 1 procent licht is gestegen ten opzichte van 2013/2014 is de toename niet significant.

Jaarlijks laat de minister of staatssecretaris van OCW in een brief aan de Tweede Kamer weten wat de laatste cijfers over voortijdig schoolverlaten en schoolverzuim zijn. Daarin staat ook hoeveel jeugdigen op dat moment zonder geldige reden langer dan vier weken geen onderwijs volgen, de zogeheten thuiszitters.

Laatst bewerkt: 15 februari 2016


Gebruikte publicaties

* Ministerie van OCW (2016). Leerplichtbrief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer dd. 3 februari 2016. Den Haag: ministerie van OCW.

Relatief verzuim per schooljaar

In 2014/2015 waren er 72.732 jongeren die meer dan 16 uur in vier weken spijbelden. Ten opzichte van 2013/2014 is dit een daling van 9 procent. Uit de cijfers blijkt dat het totaal relatief verzuim tot 2012/2013 toenam, maar dat het sindsdien is gedaald. Het aandeel van luxe verzuim blijft echter met circa 9 procent vrij constant.  De gegevens over 2014-2015 zijn afkomstig uit de leerplichttelling die jaarlijks onder gemeenten wordt uitgevoerd.  De cijfers over 2012-2013 komen uit het ITS-onderzoek 'Leerlingverzuim in beeld'.

Relatief verzuim per schooljaar

Schooljaar Totaal relatief verzuim Waarvan luxe verzuim Percentage luxe verzuim
2005-2006 43745 4998 11%
2006-2007 49.548 4.532 9%
2007-2008 55.784 6.068 11%
2008-2009 62.693 6.517 10%
2009-2010 74.129 5.845 8%
2010-2011 79.658 6.415 8%
2011-2012 84.750 7.180 9%
2012-2013 88.655 8.200 9%
2013-2014 79.776 7.593 9,5%
2014-2015 72.732 6.429 8,8%

Laatst bewerkt: 11 februari 2016


Gebruikte publicaties

Ministerie van OCW (2016). Leerplichtbrief 2016 van staatssecretaris Dekker aan de Tweede kamer. Den Haag: ministerie van OCW.

Percentage leerlingen dat naar eigen zeggen de afgelopen maand heeft gespijbeld (ongeoorloofd verzuim)

Tussen 2005 en 2013 is het spijbelen afgenomen (-5%). Ruim 9 procent van de jongeren van 12 tot 16 jaar die voortgezet onderwijs volgen, zeggen dat zij de laatste maand minimaal één uur hebben gespijbeld. Dat komt naar voren uit het HBSC-onderzoek dat in 2013 is uitgevoerd. Jongens spijbelen vaker dan meisjes: over de hele leeftijdsgroep gerekend heeft 10,4 procent van de jongens de laatste maand ten minste 1 uur gespijbeld, tegen 8,2 procent van de meisjes. Oudere leerlingen spijbelen veel vaker dan jongere: bij 13-jarigen gaat het om ruim 5 procent en bij 16-jarigen om bijna 16 procent. Verder blijken Vwo leerlingen minder vaak te spijbelen dan Havo leerlingen en vmbo leerlingen. Daarnaast spijbelen leerlingen uit onvolledige gezinnen vaker dan leerlingen uit intacte gezinnen. Tot slot blijken leerlingen uit gezinnen met een hoge welvaart meer te spijbelen dan leerlingen uit gezinnen met een lage of gemiddelde welvaart.

Laatst bewerkt: 9 april 2015


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Brief van de staatssecretaris van OCW aan de Tweede Kamer over de voortgang aanpak schoolverzuim,20 maart 2014
  • Looze, M. de, Dorsselaer, S. van, Roos, S. de, Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R., Bon-Martens, M. van, Bogt T. ter, & Vollebergh, W. (2014). Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. HBSC 2013. Utrecht/Den Haag: Universiteit Utrecht/Trimbos-instituut/Sociaal en Cultureel Planbureau.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.