• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Overlijden ouder

Bij 'overlijden ouder' gaat het om de situatie in gezinnen, waarin een of beide ouders is of zijn overleden. De partner wordt daarbij geconfronteerd met rouw om het verlies, het alleen staan als partner, alleen zorgen voor de kinderen en financiële kwesties. Kinderen ervaren verwarrende gevoelens. Ze kunnen die op zeer verschillende manieren uiten: zich terug trekken, neerslachtigheid, agressief gedrag, baldadigheid, of bijvoorbeeld aanhankelijkheid.

Kerncijfers

Eind 2011 waren er 34 duizend minderjarige kinderen van wie één van de ouders overleden is en 330 kinderen van wie beide ouders overleden zijn. In de periode 1995-2011 verloren gemiddeld 6.400 minderjarigen per jaar een of beide ouders. Van hen verliezen 2 op de 3 de vader. Het totale aantal is over deze periode licht afgenomen.
De helft van de kinderen wordt (half)wees als ze tussen de 12 en 18 jaar zijn (CBS Webmagazine 6 augustus 2013).

Laatst bewerkt: 5 februari 2014


Gebruikte publicaties

Woonsituatie minderjarigen na verlies van een ouder, eind 2011.

Eind 2011 woont 78 procent van de minderjarigen waarvan alleen de vader is overleden met de moeder, 18 procent woont met de achtergebleven moeder en haar nieuwe partner en 3 procent woont in een pleeggezin, tehuis of zelfstandig. In gezinnen waar de moeder is overleden woont 64 procent alleen met de andere ouder, 22 procent woont bij de achtergebleven ouder en een stiefouder en 14 procent woont in een pleeggezin, tehuis of zelfstandig.

De woonsituatie van minderjarigen na het verlies van een van de ouders verschilt niet alleen voor wat betreft wie van beide ouders is overleden. Ook de herkomst van het gezin is hierop van invloed.
Bij autochtone kinderen waarvan de moeder is overleden woont van 67 procent van de minderjarigen met de vader alleen (bij een niet-westerse afkomst is dit 51 procent), 22 procent woont  bij de vader en stiefouder (onder minderjarigen van niet-westerse afkomst is dit 21 procent) en 11 procent woont in een pleeggezin, tehuis of zelfstandig (onder minderjarigen van niet-westerse afkomst  is dit 28 procent).
Bij autochtone kinderen waarvan alleen de vader is overleden woont 76 procent van de minderjarigen met alleen de moeder (bij niet-westerse afkomst is dit 88 procent), 21 procent woont met moeder en een stiefouder (minderjarigen van niet-westerse afkomst 8 procent) en 3 procent woont in een pleeggezin, tehuis of zelfstandig (onder minderjarigen van niet-westerse afkomst  is dit 4 procent) (CBS-maatwerktabel).

Laatst bewerkt: 5 februari 2014


Gebruikte publicaties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies