• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Onderwijsachterstanden

In het landelijk onderwijsachterstandenbeleid wordt op basis van het onderwijsniveau van de ouders vastgesteld of een leerling een achterstandsleerling is. De term 'achterstandsleerling' zegt niets over de verstandelijke vermogens of prestaties van de leerling zelf maar verwijst naar de risico op het ontwikkelen van een achterstand door (zeer) lage opleiding van de ouders. Scholen krijgen via de zogenaamde gewichtenregeling meer budget voor achterstandsleerlingen.

Basisonderwijs

In het reguliere basisonderwijs is een achterstandsleerling een kind met ouders die weinig opleiding hebben gehad. Zij worden onderverdeeld in 0.30-leerlingen en in 1.20-leerlingen:

  • 0.30-leerlingen hebben ouders die beide een laag opleidingsniveau hebben. Dit houdt in dat beide ouders een opleiding hebben gevolgd op maximaal het niveau van praktijkonderwijs of vmbo-bk (basis- dan wel kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo).
  • 1.20-leerlingen hebben één ouder of verzorger die maximaal het niveau van basisonderwijs heeft gevolgd en de andere ouder of verzorger maximaal een schoolopleiding op het niveau van praktijkonderwijs of vmbo-bk heeft gevolgd.

Deze cijfers staan voor de gewichten die de hoogte bepalen van de extra financiële middelen die de scholen voor deze leerlingen kunnen krijgen.

Voortgezet onderwijs

De beleidsdoelen op het gebied van onderwijsachterstanden in het voortgezet onderwijs zijn: het tegengaan van voortijdig schoolverlaten, het leveren van maatwerk door scholen en het maximaliseren van leerprestaties. In het voortgezet onderwijs komen twee groepen leerlingen met een onderwijsachterstand voor:

  • leerlingen die van de basisschool komen met een onderwijsachterstand
  • anderstalige leerlingen die pas na de basisschool in het Nederlandse onderwijs instromen met een achterstand.

Bron

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2017). Gewichtenregeling achterstandsleerlingen.

Kerncijfers

In het schooljaar 2017/2018 werd 8,4 procent van de basisschoolleerlingen als  achterstandsleerling aangemerkt. Binnen de groep achterstandsleerlingen bestaat het grootste aandeel met 59 procent uit kinderen met een migratieachtergrond.

Opnieuw is er sprake van een daling van het aandeel achterstandsleerlingen in het basisonderwijs. Een jaar eerder ging het om 8,7 procent, tien jaar eerder ging het om circa 20 procent van de basisschoolleerlingen. Het aandeel leerlingen dat als achterstandsleerling wordt aangemerkt daalt al jaren gestaag (CBS, 2018).

Vanaf 2006 is een kind met laag opgeleide ouders een achterstandsleerling. De term 'achterstandsleerling' zegt dus niets over de daadwerkelijke prestaties van de leerlingen.  Voor 2006 bepaalde de herkomst van de ouders of een kind een achterstandsleerling was. Ondanks deze veranderde definitie is het aantal leerlingen met een achterstand gestaag blijven afnemen. Volgens het CBS wordt de afname vooral veroorzaakt door het stijgende opleidingsniveau van de bevolking. Ouders van de leerlingen op de basisscholen zouden minder vaak een laag of zeer laag opleidingsniveau hebben (CBS: Persbericht, 18 februari 2016).

Laatst bewerkt: 22 juni 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Achterstandsleerlingen naar herkomst (2017/2018)

In het schooljaar 2017/2018 zijn bijna 119 duizend leerlingen in het regulier basisonderwijs aangemerkt als achterstandsleerling.  Ruim de helft (59 procent) hiervan bestaat uit leerlingen met een migratieachtergrond. Van de leerlingen met een migratieachtergrond is met circa 86 procent het grootste deel van niet-westerse afkomst. Leerlingen met een Marokkaanse achtergrond vormen relatief de grootste groep. Van alle leerlingen van Marokkaanse afkomst is circa 29 procent aangemerkt als achterstandsleerling. Daarna volgen de groep aangemerkt als 'overig niet-westers' (afkomstig uit een land in Afrika, Latijns Amerika of Azië) met 25,7 procent en leerlingen van Turkse afkomst met 25,69 procent    

Sinds het schooljaar 2011/2012 is er een daling van het aantal leerlingen dat als achterstandsleerling wordt aangemerkt. De daling onder Turkse en Marokkaanse leerlingen gaat relatief even snel als onder de leerlingen met een Nederlandse achtergrond. In 2011/2012 was bijna 50 procent van de Marokkaanse basisschoolleerlingen aangemerkt als achterstandsleerling. In 2017/2018 is dit teruggelopen naar circa 20 procent. Onder leerlingen van Turkse afkomst is het aandeel achterstandsleerlingen teruggelopen van 43 procent naar bijna 26 procent (CBS, 2018).  

Laatst bewerkt: 22 juni 2018


NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.