• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Langdurig zieke ouder

Langdurig zieke ouder

Een ouder is langdurig ziek als hij of zij een chronische fysieke, verstandelijke of psychische aandoening/beperking heeft, en/of er sprake is van een ernstige alcohol-, drugs-, of andere verslaving.

We spreken van een langdurig zieke ouder bij:

  • een of meer ernstige lichamelijke chronische ziekten of handicaps, zoals kanker, MS, CVA, reuma of een progressieve spierziekte;
  • een chronische psychiatrische aandoening, zoals depressie of schizofrenie;
  • een verstandelijke beperking;
  • een ernstige verslaving aan alcohol, drugs, of andere middelen;
  • een combinatie van bovenstaande aandoeningen.

Jonge mantelzorger

Kinderen die opgroeien met een langdurig zieke ouder worden ook wel jonge mantelzorgers genoemd. Jonge mantelzorgers zijn thuiswonende kinderen of jongeren tot 25 jaar die een langdurig ziek of gehandicapt gezinslid (het gaat hier dan niet alleen om een ouder, maar ook om broertjes of zusjes) hebben met een of meerdere ernstige lichamelijke chronische ziekte(n) of beperking(en); daardoor hebben zij vaak taken en verantwoordelijkheden die volgens onze huidige maatstaven niet passen bij hun leeftijd en ontwikkeling, en kan hun opvoeding verstoord raken.

Bron

  • Thesaurus Zorg en Welzijn

Kerncijfers

Landelijke cijfers over het aantal kinderen en jongeren met een langdurig zieke ouder, en hiermee jonge mantelzorgers, varieren van 5,5 procent (OJO'11) en 11/13 procent (Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten, 2008)  tot 39 procent (Nemesis, 2006).
Deze verschillen komen voort uit verschillende onderzoeksgroepen, de formulering van de vragen en de gehanteerde definities.

Verschillen tussen de cijfers

Voor de grote verschillen tussen de cijfers  zijn verschillende redenen aan te wijzen.
Een reden hiervoor kan zijn aan wie het gevraagd wordt: verschillende onderzoeksgroepen. Zo is het in OJO'11 gevraagd aan de ouders zelf, in het door Trimbos uitgevoerde onderzoek NEMESIS wordt aan volwassenen gevraagd terug te blikken op hun jeugd. Het Nivel vroeg het aan langdurig en chronisch zieken die deelnamen aan het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (2008). Ook aan kinderen en jongeren zelf wordt gevraagd of ze opgroeien met een langdurig zieke ouder. Deze gegevens komen terug in de regionale jeugdmonitors.
Een andere reden voor de verschillen kan zijn hoe het gevraagd wordt: de formulering van de vragen. Wordt er naar feiten gevraagd en/of naar de beleving? Dit varieert van expliciet vragen naar het verlenen van mantelzorg, en vragen of er een zieke ouder is, tot de vraag of de ouder last heeft van langdurige aandoening of dat het kind 'last' heeft van een ouder met een langdurige aandoening.
Tot slot kunnen de verschillen in definiëring van mantelzorg leiden tot variërende cijfers. De definities lopen uiteen van het zich zorgen maken om een ziek familielid aan de ene kant tot de concrete zorgtaken voor een familielid aan de andere kant.

Laatst bewerkt: 16 januari 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Dorsselaer, S. van, Graaf, R. de, Verdurmen, J., Land, H. van 't, Have, M. ten, & Vollebergh, W. (2006). 'Trimbos kerncijfers psychische stoornissen. Resultaten van Nemesis.' Utrecht: Trimbos
  • Einde-Bus, A.E.M. van den, Goldschmeding, J.E.J., Tielen, L.M. [et al.] (2010). 'Jongeren die opgroeien met een langdurig ziek, gehandicapt of verslaafd familielid : reden tot zorg'.

Regionale cijfers over kinderen met een langdurig zieke of verslaafde ouder

In steeds meer regionale jeugdmonitors wordt gevraagd naar mantelzorg. Dit gebeurt echter wel steeds met iets andere bewoordingen. Soms wordt er bijvoorbeeld expliciet gevraagd naar het verlenen van mantelzorg, soms naar het opgroeien met een langdurig zieke of verslaafde ouder, en elders  naar het opgroeien met een langdurig ziek of verslaafd gezinslid (al dan niet gespecificeerd naar de rol van het gezinslid).  Vooral deze laatste cijfers geven waarschijnlijk een onderschatting. Niet alleen zullen kinderen niet altijd hun bezigheden  als mantelzorg ervaren, maar ook schaamte en ongemak spelen hierbij een rol. Daarbij wijzen de landelijke schattingen op basis van het voorkomen van ziekten onder de Nederlandse bevolking op veel hogere percentages.

In Brabant een kwart van de jongeren

In Brabant bleek in 2011 uit de jeugdmonitor dat bijna een kwart van de 12- tot en met 18-jarigen opgroeit in een gezin met een langdurig ziek familielid of met minimaal één ouder die met verslavingsproblemen kampt.
Aan deze jongeren is ook expliciet gevraagd naar het verlenen van mantelzorg; hierop antwoordde ongeveer 10% van de jongeren tussen 12 en 18 bevestigend.

Minder dan een tiende van de Rotterdamse jongeren

Van de jongeren tussen 16 en 24 jaar gaf in de Jeugdmonitor (2008) 4,6 procent aan mantelzorg te verlenen ten tijde van het onderzoek. Het jaar voorafgaand aan het onderzoek verleende 7,9 procent van hen mantelzorg .

Ruim een vijfde van de Utrechtse scholieren

Ongeveer een vijfde van de Utrechtse scholieren uit groep 7 en 8 van het basisonderwijs (2011/2012) en een kwart van de 14- en 15-jarige scholieren in het voortgezet onderwijs (2008/2009) zegt op te groeien met een langdurig ziek familielid. Dit blijkt uit de Utrechtse Jeugdmonitor. De kinderen is ook gevraagd naar het type aandoening van het familielid en of het gaat om een ouder of om een broer of zus. Van de leerlingen uit het basisonderwijs geeft 12 procent aan dat het om een lichamelijk ziek familielid gaat, 5 procent wijst op een psychisch ziek familielid en 4 procent op een verslaafd familielid.
Van de scholieren in de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs heeft 20 procent één ziek gezinslid en 4 procent twee of meer zieke gezinsleden. Bij de scholieren van het voortgezet onderwijs  het gaat bij 11 procent om lichamelijk zieke ouders, bij 4 procent om psychisch zieke ouders en bij 4 procent om verslaafde ouders.

Ruim eenderde van de jongeren in Zaanstreek-Waterland

In 2010 groeit van alle leerlingen uit de tweede en vierde klas 35 procent op met een langdurig ziek of verslaafd gezinslid (E-MOVO, 2010).  Van deze leerlingen heeft 24 procent één ziek gezinslid en 11 procent groeit op met twee of meer zieke gezinsleden. Eenderde van de leerlingen ( 30 procent) groeit op met een langdurig zieke of verslaafde ouder. Van de leerlingen groeit 18 procent op met een lichamelijk zieke ouder, 8 procent met een psychisch zieke ouder en 6 procent met een verslaafde ouder.

Laatst bewerkt: 17 januari 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Carlier, B., Schreurs, H., & Ameijden, E. van (2008). Factsheet: 'Jongeren met een langdurig ziek familielid'. Utrecht: GGD Utrecht
  • Einde-Bus, A.E.M. van den, Goldschmeding, J.E.J., Tielen, L.M. [et al.] (2010). 'Jongeren die opgroeien met een langdurig ziek, gehandicapt of verslaafd familielid : reden tot zorg'.
    GGD Hart voor Brabant (2012). 'Jeugdmonitor 12 t/m 18 jarigen 2011/2012. Bernheze:Tabellenboek.' Tilburg: GGD Hart voor Brabant
  • GGD Rotterdam-Rijnmond (2009). 'Jeugdmonitor Rotterdam : rapportage gemeente Rotterdam 2008'. Rotterdam: GGD Rotterdam-Rijnmond
  • Pallast, E., Mathijssen, J. (2010). 'Huidige situatie mantelzorgers : Regionale VTV, Regionaal Kompas Volksgezondheid Hart voor Brabant'. 's-Hertogenbosch: GGD Hart voor Brabant

Type aandoening langdurig zieke ouders

Kinderen van ouders met een lichamelijke aandoening

Onderzoeksinstituut Nivel schat het aantal kinderen onder de 18 jaar dat in 2006-2007 woont in een gezin met een langdurig lichamelijk zieke of lichamelijk beperkte ouder op 409.000 tot 476.000. Hierbij zijn psychologische aandoeningen of mentale beperkingen achterwege gelaten. Nivel deed haar schatting op basis van een achtergrondkenmerken van deelnemers aan  het Panel Chronisch Zieken en Gehandicapten (NPCG). Uitgaande van een aantal van 3.581.757 jongeren onder de 18 in 2008 (volgens de bevolkingsstatistiek van het CBS), gaat het dan om 11 tot 13 procent van alle jongeren in Nederland. Als dit percentage wordt doorberekend naar 2012 (met 3.486.770  jongeren onder de 18 volgens de bevolkingsstatistiek van het CBS) dan zou het gaan om tussen de 383.544 en 453.280 kinderen.

Kinderen van ouders met een psychische aandoening

Naar schatting 39 procent van de kinderen onder de 24 jaar heeft een ouder met psychische problemen (NEMESIS, 2006). Onderzoek naar psychische aandoeningen onder de Nederlandse volwassen bevolking leverde deze schatting op. Het gaat dan om stemmingsstoornissen, angststoornissen, eetstoornissen, schizofrenie of stoornissen die samenhangen met middelengebruik (alcohol- en drugs). In hetzelfde onderzoek gaf 11 procent van de ouders met kinderen aan de afgelopen twaalf maanden een drankprobleem te hebben (gehad).

Laatst bewerkt: 17 januari 2014


NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.