Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Internetgebruik

De jeugd gebruikt internet om bijvoorbeeld informatie op te zoeken, muziek en films te downloaden, contacten te onderhouden en te gamen. Het internet biedt allerlei applicaties, zoals YouTube, sociale netwerken, online games en diverse chatdiensten (zoals WhatsApp). Voor internetten wordt naast de thuiscomputer ook vaak mobiele apparatuur gebruikt zoals smartphones, tablets en e-readers.

Kerncijfers

Het percentage jongeren dat thuis toegang heeft tot internet is de afgelopen jaren gestegen tot bijna 100 procent. Van de 12- tot 18- jarigen heeft in 2018 97,9 procent toegang tot het internet via een smartphone, 91,9 procent via een laptop en 61,2 procent een spelcomputer. Onder de 18- tot 21-jarigen heeft 99 procent toegang tot het internet via een smartphone, eveneens 99 procent via laptop en 57 procent via een spelcomputer.

93 procent van de 12- tot 18-jarigen en 94,4 procent van de 18- tot 21-jarigen gebruikt bijna dagelijks het internet. Internet wordt door een groot deel van de jongeren gebruikt voor toegang tot sociale media (93,3 procent van de 12- tot 18-jarigen en 95,8 procent van de 18- tot 21-jarigen) (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2019). 

In het HBSC-onderzoek onder scholieren is gevraagd hoe vaak leerlingen online contact (via bijvoorbeeld WhatsApp, Snapchat of Instagram) hebben met vrienden en andere mensen (bijvoorbeeld ouders, leraren en klasgenoten). Van de leerlingen in het voortgezet onderwijs geeft in 2017 ruim 31 procent aan gedurende de hele dag contact te hebben met vrienden en anderen via sociale media. Leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs doen dit met 15 procent aanzienlijk minder. In het voortgezet onderwijs hebben meisjes vaker online contact dan jongens. Het gaat om 37 procent van de meisjes en 26 procent van de jongens. 

Ook is leerlingen gevraagd of zij een voorkeur hebben voor online contact boven face-to-face contact. In het voortgezet onderwijs zegt 14 procent van de leerlingen een voorkeur te geven aan online contact. In het basisonderwijs gaat het om 3,5 procent van de leerlingen (Stevens e.a., 2018).

Laatst bewerkt: 6 juni 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies