• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Gedragsstoornissen

Een kind of jongere heeft een gedragsstoornis wanneer hij minstens zes maanden lang aanhoudend negatief, opstandig, vijandig of agressief gedrag vertoont en daardoor in zijn dagelijks functioneren wordt beperkt.

Twee soorten gedragsstoornissen

Het diagnostisch handboek voor psychiaters, het Diagnostic and Statistical Manual of mental Disorders (DSM-5, onderscheidt twee groepen gedragsstoornissen: de oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (odd, oppositional defiant disorder) en de normoverschrijdend-gedragsstoornis (cd, conduct disorder). De oppositioneel-opstandige gedragsstoornis is in de meeste gevallen een voorloper en een mildere variant van de normoverschrijdend-gedragsstoornis. De diagnose van deze twee gedragsstoornissen wordt alleen bij kinderen en jongeren gesteld. Voor beide soorten gedragsstoornissen zijn in het handboek DSM-5 specifieke diagnostische criteria opgesteld. Bij de oppositioneel-opstandige gedragsstoornis vertonen kinderen langdurig (minstens zes maanden) negativistisch, vijandig en openlijk ongehoorzaam gedrag. Het kind of adolescent verzet zich tegen de leiding gegeven door volwassenen. Het sociaal functioneren of het functioneren op school lijdt onder dat gedrag. Bij een normoverschrijdend-gedragsstoornis gaat het om een zich herhalend en aanhoudend gedragspatroon (met een duur van tenminste twaalf maanden) waarbij de grondrechten van anderen worden geschaad of belangrijke bij de leeftijd horende sociale normen of regels worden overtreden. Dit gedrag is aanwezig in meerdere situaties (thuis, op school). De DSM-5 maakt daarbij onderscheid in agressie gericht op mensen en dieren, vernieling van eigendommen, onbetrouwbaarheid of diefstal en ernstige schending van regels. In alle gevallen is er sprake van aanzienlijke beperkingen in het sociaal functioneren of het functioneren op school.

Relatie met andere gedragsproblemen

Wanneer de problemen van de jeugdige niet voldoen aan de criteria van de DSM-5 (bijvoorbeeld voor wat betreft duur en aantal symptomen), maar er wel sprake is van ongewenst en/of storend gedrag, wordt gesproken van een gedragsprobleem. Bij gedragsproblemen kan het gaan om enkelvoudige en specifieke gedragingen die wel ongewenst zijn (zoals spijbelen of pesten), maar niet zonder meer van ernstig disfunctioneren hoeven te getuigen. Pas als wordt voldaan aan de criteria zoals gesteld in de DSM wordt gesproken van een stoornis. De term delinquentie is een verzamelterm voor tal van gedragingen, die door de wetgever strafbaar zijn gesteld en dus de mogelijkheid van een boete of veroordeling met zich meebrengen. Dit kan variëren van vuurwerk afsteken buiten de daarvoor bestemde periode tot moord. Het is dus vooral een juridische term. Pas wanneer het gedrag over langere tijd aanhoudt en voldoet aan de kenmerken zoals geformuleerd in de DSM-5, is er sprake van een normoverschrijdend- gedragsstoornis.

Bron

  • American Psychiatric Association (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders. Fifth edition (DSM-5). Arlington: American Psychiatric Association.
  • Verhulst F.C., Verheij, F, Ferdinand, R.F (1992) Kinder- en jeugdpsychiatrie: psychopathologie. Assen: Van Gorcum

Kerncijfers

Op grond van buitenlands onderzoek wordt in de 'Richtlijn Oppositioneel-Opstandige gedragsstoornis (ODD) en normoverschrijdend-gedragsstoornis (CD) bij kinderen en jongeren' (2013) de prevalentie van ODD geschat op 3 procent bij jeugd van 4-18 jaar. De prevalentie voor CD wordt geschat op 2 procent bij dezelfde leeftijdsgroep. Er blijkt tussen de verschillende onderzoeken wel sprake te zijn van een brede spreiding.   

Recent onderzoek naar de prevalentie van gedragsstoornissen onder jeugdigen in Nederland ontbreekt. Tot op heden hebben twee onderzoeken plaatsgevonden uit 1997 (0nder 13-18 jarigen) en in 2010 (onder (jong)volwassenen).

Onder jongeren van 13 tot 18 jaar lijdt 5,6 procent naar eigen zeggen aan een antisociale gedragsstoornis en 0,7 procent aan een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (Verhulst e.a.,1997). Van de jong volwassenen van 18 tot 24 jaar heeft 12,1 procent ooit een antisociale gedragsstoornis gehad en 3 procent een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (de Graaf e.a.,2010). Over gedragsstoornissen bij jonge kinderen zijn geen Nederlandse cijfers bekend.

Laatst bewerkt: 7 maart 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Graaf, R. de, Have, M. ten, Dorsselaer, S. van (2010). De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Matthys, W. & van de Glind, G. (2013). Richtlijn Oppositioneel-Opstandige stoornis (ODD) en gedragsstoornis (CD) bij kinderen en jongeren. Utrecht: Nederlandse Vereniging van Psychiaters.
  • Verhulst, F.C., Ende, J. van der, Ferdinand, R.F., Kasius, M.C. (1997). 'De prevalentie van psychiatrische stoornissen bij Nederlandse adolescenten'.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.