• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Armoede in gezinnen

Van armoede is sprake als het inkomen onder een bepaalde koopkrachtnorm ligt. Voor de afbakening van armoede gebruikt het Centraal Bureau voor de Statistiek de lage-inkomensgrens. De lage-inkomensgrens is een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum. Behalve het inkomen worden ook andere factoren meegenomen om de kans op armoede te beschrijven, zoals hoe lang een gezin van een laag inkomen leeft,  de omvang van de vaste lasten en het oordeel over de eigen financiële positie.

Kerncijfers

In 2017 leefde 5,1 procent van de ouderparen met uitsluitend minderjarige kinderen minstens een jaar onder de lage inkomensgrens. Onder eenoudergezinnen met minderjarige kinderen is dat percentage aanzienlijk hoger, namelijk  bijna 22 procent. In totaal groeiden ruim 277 duizend minderjarige kinderen in 2017 op in een huishouden met een laag inkomen. Dat zijn er 1,000 minder dan het jaar daarvoor. Bijna 110.000 kinderen leven minstens vier jaar onder de lage inkomensgrens. Dit waren er 5.000 minder dan in 2016. 

Het percentage huishoudens (met en zonder kinderen) met een inkomen onder de lage inkomensgrens is in 2017 ten opzichte van 2016 iets gestegen. In 2016 leefde 7,9 procent van alle particuliere huishoudens minstens een jaar onder de lage inkomensgrens. In 2017 ging het om 8,2 procent van alle particuliere huishoudens. Het percentage huishoudens dat langdurig (minstens vier jaar) onder de lage inkomensgrens leeft is eveneens iets gestegen van 3,2 procent in 2016 naar 3,3 procent in 2017 (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2018).

Kinderen in eenoudergezinnen

Laag inkomen kwam ook in 2017 het meest voor bij eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen. Van deze gezinnen had bijna een kwart (22 procent) een inkomen onder de lage inkomensgrens. Ten opzichte van 2016 is dit percentage iets gedaald. In 2016 ging het om 23 procent.

Het percentage eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen die langdurig (minstens vier jaar achterelkaar) onder de lage inkomensgrens leefde is ten opzichte van 2016 licht gedaald van 8 procent in 2016 naar 7,8% in 2017 (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2018). 

Laatst bewerkt: 23 november 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

Minderjarige kinderen met risico op armoede

Sinds 2014 is er sprake van een daling van het aantal minderjarige kinderen dat opgroeit in een huishouden met een laag inkomen. Het aantal minderjarige kinderen dat langdurig (minstens vier jaar) in een gezin met een laag inkomen schommelt sinds 2014 tussen de 3,5 procent en 3,7 procent. In 2017 is ten opzichte van 2016 sprake van lichte een daling. 

In 2017 leefde ruim 277 duizend minderjarige kinderen in een huishouden met een laag inkomen, duizend minder dan een jaar daarvoor. Het gaat om 8,5 procent van alle minderjarige kinderen.  Bijna 110 duizend minderjarige kinderen (3,5 procent) leven langdurig in een gezin met een laag inkomen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2018).  

Laatst bewerkt: 23 november 2018


Gebruikte publicaties

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2018). Webmagazine 'Meer huishoudens met risico op armoede in 2017'. Gepubliceerd 12-11-2018.

Kinderen in bijstandsgezin

In 2017 leefde 227.800 kinderen in een bijstandsgezin. Dat is bijna 7 procent van alle minderjarige kinderen. In 2016 ging het om 230.470 kinderen. Sinds 2009 was er sprake van een gestage stijging van het aantal kinderen die rond moesten komen van de bijstand. In 2009 ging het om 183.500 minderjarige kinderen. In het afgelopen jaar is sinds 2009 voor het eerst sprake van een daling (Landelijke Jeugdmonitor, 2018).

Laatst bewerkt: 30 november 2018


NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies