Cijfers over Jeugd en Opvoeding

HBSC 2017 (Health Behaviour in School-aged Children)

Kwaliteit van het onderzoek

Is de methode van dataverzameling beschreven? Ja
Is de plaats / setting van dataverzameling beschreven? Ja
Is de periode waarin dataverzameling plaatsvond beschreven? Ja
Beschrijving selectiviteit steekproef
Is de leeftijd beschreven? Ja
Is de sekseverdeling beschreven? Ja
Is de verdeling naar etnische herkomst beschreven? Ja
Is de verdeling naar urbanisatiegraad beschreven? Ja
Is de verdeling naar opleidingsniveau beschreven? Ja
Is de verdeling van sociaal-economische status beschreven? Ja
Beschrijving rekrutering steekproef
Is de manier waarop de selectie van de steekproef plaatsvond beschreven? Ja
Is er volgens de onderzoekers sprake van selectiviteit van non-respons? Ja
Representativiteit steekproef
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. leeftijd? Ja
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. sekse? Ja
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. urbanisatiegraad van de woonplaats? Ja
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. sociaal-economische status van de ouders/opvoeders? Ja
Steekproefgrootte
Is beschreven of de steekproefgrootte volgens de onderzoekers voldoende is voor betrouwbare uitspraken? Ja
Is beschreven welke vragen of instrumenten zijn gebruikt voor de berekening van de prevalenties? Ja
Is de data-cleaning beschreven? Ja
Zijn datamanipulaties cq berekeningen beschreven? Ja
Is er een beschrijving van de gebruikte statistische methoden? Ja
Is beschreven of er een proefleider aanwezig was tijdens de afname? Ja
Is beschreven hoeveel tijd de respondenten hadden voor het beantwoorden van de vragen? Nee
Is beschreven hoe men is omgegaan met de privacy van de respondenten tijdens de afname? Ja

Legenda: Voldoet Voldoet redelijk Voldoet niet Onbekend of nvt


Het onderzoek Health Behaviour in School-aged children (HBSC) richt zich op de gezondheid, het welbevinden en risicogedrag van de schoolgaande jeugd van 11 tot en met 16 jaar. Het wordt elke vier jaar herhaald en in 2001-2002 heeft Nederland voor het eerst deelgenomen aan dit internationale onderzoek.

Het HBSC-onderzoek betreft een zelf-rapportage onderzoek waarbij jongeren zelf ondervraagd zijn. Er wordt in het basisonderwijs gebruik gemaakt van schriftelijke vragenlijsten en in het voortgezet onderwijs worden digitale vragenlijsten gebruikt. De vragenlijsten worden klassikaal afgenomen. Gegevens zijn verzameld over onder meer de relatie van jongeren met hun ouders en vrienden, hun beleving van school en hun gezondheidsbeleving en -gedrag en hun welbevinden. Ook het hebben van psychische problemen, middelengebruik en seksuele gedrag van jongeren komt aan bod.

Instelling

Universiteit Utrecht

Methode

Soort onderzoek

Steekproefonderzoek

Jaar dataverzameling

2017

Instrumenten

De internationale HBSC-organisatie heeft een verplichte vragenlijst vastgelegd over de onderwerpen gezondheid, welbevinden en risicogedrag van scholieren. In Nederland is daarnaast gekozen om de Strength and Difficulties Questionaire (SDQ) toe te voegen om emotionele problemen en probleemgedrag van jongeren vast te stellen. Daarnaast zijn een aantal vragen toegevoegd over onder meer: woonsituatie, alcoholgebruik en regels die ouders stellen m.b.t. roken en het drinken van alcohol, het toezicht dat ouders op jongeren houden, spijbelen, vrijheid van meningsuiting en etnocentrisme. In het onderzoek is gewerkt met twee verschillende vragenlijsten, één voor het basisonderwijs en één voor het voortgezet onderwijs. 

Afname

De vragenlijsten worden klassikaal afgenomen.

Steekproefgrootte en respons

Populatie

Het onderzoek HBSC richt zich op schoolgaande jeugd van 11 tot en met 16 jaar.

Steekproefgrootte

In totaal vulden 1588 leerlingen in het basisonderwijs en 6781 leerlingen in het voortgezet onderwijs de vragenlijsten in.

Van de 187 basisscholen waarmee contact is geweest, waren er 77 bereid mee te doen aan het onderzoek. Tijdens het veldwerk trokken zich vervolgens nog vijf scholen terug. Uiteindelijk namen leerlingen van 72 basisscholen deel aan het onderzoek. Hiermee komt de uiteindelijke respons op schoolniveau neer op 39 procent. De belangrijkste reden voor non-respons op leerlingniveau was ziekte.

Van de 232 scholen voor voortgezet onderwijs waarmee contact is gelegd voor deelname aan het onderzoek, waren er 85 bereid mee te doen (een responspercentage van 37%).

In het voortgezet onderwijs zijn de vragenlijsten door 7450 leerlingen in 335 klassen ingevuld. De resultaten van 58 leerlingen werden verwijderd omdat de vragenlijst slechts gedeeltelijk was ingevuld (20 leerlingen), onbetrouwbaar was ingevuld (36 leerlingen) of tijdens de afname de leerling zelf medewerking weigerde (2 leerlingen). De gegevens van 7392 leerlingen waren beschikbaar voor analyse, van wie 6718 leerlingen in de leeftijd tot en met 16 jaar.

Leeftijd

De gemiddelde leeftijd is 11,1 jaar in het basisonderwijs en 13,9 jaar in het voortgezet onderwijs. De verdeling van leerlingen per klas in het voortgezet onderwijs komt overeen met de verdeling van leerlingen binnen de totale populatie scholieren zoals vermeld door het CBS. 

Verdeling sekse

In de HBSC steekproef was van de basisschoolleerlingen 50 procent jongen en 50 procent meisje. In het voortgezet onderwijs was 51 procent jongen en 49 procent meisje. De aantallen komen overeen met populatiegegevens van het CBS.

Opleiding

Aan het onderzoek hebben uiteindelijk 72 basisscholen en 85 scholen voor voortgezet onderwijs deelgenomen. Binnen het voortgezet onderwijs bestond 18 procent uit vmbo-b-k  leerlingen, 28% vmbo-t leerlingen, 25% havo leerlingen en 28 procent vwo leerlingen. Deze percentages komen overeen met de verdeling van de totale populatie leerlingen in het voortgezet onderwijs zoals geregistreerd door het CBS.

Sociaal-economische status

De sociaal-economische status van de leerlingen is vastgesteld door leerlingen te vragen naar de welvaart van het gezin (gebaseerd op vragen naar bijvoorbeeld autobezit, vakanties en het beschikken over een eigen kamer). In het basisonderwijs behoort 51,1 procent van de leerlingen tot de categorie 'midden' wat betekent dat ze een redelijke mate van welvaart kennen. Circa 10% heeft een laag niveau van welvaart.  In het voortgezet onderwijs gaat het om respectievelijk 48,4 procent en 9,7 procent.

Migratieachtergrond

Ongeveer een kwart van de leerlingen in zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs heeft een migratieachtergrond. Een leerling heeft een migratieachtergrond wanneer minstens één van de ouders niet in Nederland is geboren.

Publicatiegegevens

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M., de Roos, S., Duinhof, E. ter Bogt, T., van den Eijnden, R., Kuyper, L., Visser, D., Vollebergh, W. & de Looze,M. (2018). 'Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland : HBSC-2017 : Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies