• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Scholieren over mishandeling

Kwaliteit van het onderzoek

Is de methode van dataverzameling beschreven? Ja
Is de plaats / setting van dataverzameling beschreven? Ja
Is de periode waarin dataverzameling plaatsvond beschreven? Ja
Beschrijving selectiviteit steekproef
Is de leeftijd beschreven? Ja
Is de sekseverdeling beschreven? Ja
Is de verdeling naar etnische herkomst beschreven? Ja
Is de verdeling naar urbanisatiegraad beschreven? Ja
Is de verdeling naar opleidingsniveau beschreven? Ja
Is de verdeling van sociaal-economische status beschreven? Ja
Beschrijving rekrutering steekproef
Is de manier waarop de selectie van de steekproef plaatsvond beschreven? Ja
Is er volgens de onderzoekers sprake van selectiviteit van non-respons? Ja
Representativiteit steekproef
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. leeftijd? Nee
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. sekse? Nee
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. urbanisatiegraad van de woonplaats? Nee
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. sociaal-economische status van de ouders/opvoeders? Nee
Steekproefgrootte
Is beschreven of de steekproefgrootte volgens de onderzoekers voldoende is voor betrouwbare uitspraken? Ja
Is beschreven welke vragen of instrumenten zijn gebruikt voor de berekening van de prevalenties? Ja
Is de data-cleaning beschreven? Nee
Zijn datamanipulaties cq berekeningen beschreven? Ja
Is er een beschrijving van de gebruikte statistische methoden? Ja
Is beschreven of er een proefleider aanwezig was tijdens de afname? Ja
Is beschreven hoeveel tijd de respondenten hadden voor het beantwoorden van de vragen? Ja
Is beschreven hoe men is omgegaan met de privacy van de respondenten tijdens de afname? Ja

Legenda: Voldoet Voldoet redelijk Voldoet niet Onbekend of nvt


Het onderzoek Scholieren over Mishandeling (SOM) is een landelijk onderzoek naar de omvang van kindermishandeling in Nederland. Het onderzoek is tegelijkertijd met de Nationale Prevalentiestudie Mishandeling (NPM-2005) in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie (WODC) uitgevoerd. In het onderzoek zijn jongeren zelf bevraagd over hun ervaringen met kindermishandeling en verwaarlozing. Dit onderzoek geeft inzicht in het aantal jongeren dat aangeeft als kind ooit mishandeld te zijn geweest (prevalentiecijfers). Daarnaast geeft het informatie over het aantal jongeren dat in de laatste twaalf maanden een of meerdere vormen van mishandeling heeft meegemaakt (incidentiecijfers).

Tussen december 2005 en april 2006 hebben 1845 leerlingen meegedaan aan het onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd in heel Nederland op in totaal 14 willekeurig geselecteerde scholen voor voortgezet onderwijs (vmbo-p, vmbo-t, havo, vwo). Voor wat betreft de representativiteit van de deelnemende scholieren vergelijken de onderzoekers de SOM-steekproef met die van het HBSC-onderzoek uit 2005. Hieruit blijkt dat jongeren uit etnisch-culturele minderheidsgroepen ondervertegenwoordigd zijn. Ook volgen relatief veel jongeren in het onderzoek een hogere opleiding (havo/vwo); vmbo'ers zijn ondervertegenwoordigd. Hierdoor wordt geconcludeerd dat er sprake kan zijn van onderrapportage.

Instelling

Vrije Universiteit Amsterdam & PI research/Duivendrecht

Methode

Soort onderzoek

steekproefonderzoek

Jaar dataverzameling

2005 - 2006

Instrumenten

Voor het onderzoek is een vragenlijst samengesteld: de 'Vragenlijst vervelende en nare gebeurtenissen'. Deze vragenlijst is gebaseerd op de Dating Violence Questionnaire en de Parent-Child Conflict Tactics Scales. Daarnaast zijn een aantal vragen ontleend aan de vragenlijst 'Gezondheid en geluk van scholieren: voortgezet onderwijs' en de vragenlijst 'Nationaal Scholierenonderzoek 2001'.
De 'Vragenlijst vervelende en nare gebeurtenissen' bestaat uit vijf categorie├źn van vragen:

  • kindermishandeling;
  • conflicthantering van ouders;
  • sociaal wenselijkheid;
  • biografische en sociaal-demografische kenmerken;
  • overige vervelende en nare gebeurtenissen.

Het grootste deel bestaat uit vragen over kindermishandeling, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen:

  • verwaarlozing;
  • psychologische agressie van ouders;
  • fysiek geweld binnenshuis;
  • seksueel misbruik buiten en binnen eigen gezin/familie;
  • meegemaakte conflicten tussen ouders: fysieke confrontatie, dreiging met een wapen of intimidatie.

Afname

De vragenlijst is klassikaal afgenomen.

Steekproefgrootte en respons

Populatie

Het onderzoek is gericht op jongeren uit klassen 1 tot en met 4 van het voortgezet onderwijs.

Steekproefgrootte

54 scholen werden benaderd waarvan veertien scholen meededen aan het onderzoek. Het responspercentage is daarmee circa 25 procent. De geselecteerde klassen van de scholen die aan het onderzoek meededen bevatten 2111 leerlingen. Uiteindelijk vulden 1845 leerlingen de vragenlijst in. Van 51 (2,4 procent) leerlingen gaven de ouders geen toestemming om deel te nemen aan het onderzoek. Daarnaast waren 202 leerlingen (9,6 procent) afwezig tijdens de afname van de vragenlijst. Weigeraars en absenten bleken naar verhouding vaker het vmbo te bezoeken. 24 van de 40 niet-deelnemende scholen komt uit de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. In Noord-Holland, Utrecht en Groningen was geen van de benaderde scholen bereid om deel te nemen aan het onderzoek. De verhouding tussen de verschillende typen voortgezet onderwijs van de non-responsgroep is ongeveer gelijk aan de verdeling hiervan binnen de steekproef.

Leeftijd

De jongste deelnemer aan het onderzoek is 11 jaar, de oudste 18 jaar. De gemiddelde leeftijd van de deelnemende scholieren is 14 jaar. In vergelijking met de HBSC-studie bevat het SOM-onderzoek minder jongeren uit de categorie twaalfjarigen, maar meer jongeren van zestien jaar.

Verdeling sekse

De steekproef bestaat uit 968 meisjes (52,5 procent) en 872 jongens (47,3 procent). Vergeleken met de HBSC-studie zijn in het onderzoek de jongens iets ondervertegenwoordigd (50,3 procent versus 47,3 procent).

Opleiding

De steekproef is aselect getrokken uit een bestand van alle Nederlandse scholen voor voortgezet onderwijs. Uiteindelijk hebben 14 scholen voor voortgezet onderwijs deelgenomen aan het onderzoek. Van de ondervraagde scholieren bezocht 17 procent vmbo-praktijk, 29,8 procent vmbo-theorie, 19,7 procent havo, 19,3 procent vwo/gymnasium en 4 procent een gemengde brugklas. Vergeleken met de HBSC-studie zijn de havo- en vwo-leerlingen oververtegenwoordigd in de steekproef.

Sociaal-economische status

De sociaal-economische status van de leerlingen is bepaald door aan de leerlingen zelf te vragen hoe welvarend het gezin is, wat het opleidingsniveau van hun ouders is en of hun ouders betaald werk verrichten.

Etniciteit

De jongeren is gevraagd tot welke etnisch-culturele groep zij zichzelf zouden rekenen. 88 procent vormen de 'Nederlanders'. In de steekproef zitten relatief weinig jongeren uit de culturele minderheidsgroepen. 1,5 procent rekent zich tot de Turkse gemeenschap, 1,5 procent tot de Surinaamse, 1,3 procent tot de Marokkaanse en 0,7 procent tot de Antilliaanse gemeenschap.

Publicatiegegevens

  • Lamers-Winkelman, F., ... [et al.] (2007). 'Scholieren over mishandeling : resultaten van een landelijk onderzoek naar de omvang van'. Amsterdam: PI Research

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies