Omgaan met de gevolgen van het coronavirus

Afwegingen bij fysiek contact in de opvang, ambulant en residentieel

Laatste actualisatie: 26 maart 2020

Veel professionals worstelen met de afwegingen die zij moeten maken over het al dan niet hebben van fysiek contact met en tussen kinderen, jongeren en hun ouders.

Dat zien we in de opvang, in pleeggezinnen en gezinshuizen, bij huisbezoeken, omgangsregelingen en in groepen. Dit geldt voor pedagogisch medewerkers, leerkrachten, hulpverleners en begeleiders die werken met jeugd en gezinnen. De landelijke richtlijnen geven niet altijd antwoord op vragen onder specifieke omstandigheden. Dat geldt zeker voor de situatie die is ontstaan door het coronavirus.

Het is belangrijk dat professionals altijd de afweging maken welke vorm van contact past bij de specifieke situatie van het kind, de jongere, het gezin of andere betrokkenen. Onder normale omstandigheden wordt daarbij vooral gekeken naar het belang van het kind en zijn mentale gezondheid. Door het coronavirus spelen echter ook de fysieke gezondheid van de jongere/het kind, zijn ouders/opvoeders en andere betrokkenen een belangrijke rol in die afweging. Dat vraagt veel van professionals. Zij moeten bovendien het beleid van de overheid, de eigen organisatie en de beroepsgroep in acht nemen. Hier beschrijven wij de algemene uitgangspunten, veelgehoorde dilemma’s en verwijzen wij naar handreikingen die kunnen helpen bij het maken van deze afwegingen. Ook zullen we hier voorbeelden delen. Aanvullingen of vragen kun je mailen naar coronavirus@nji.nl

Uitgangspunten

Tenzij fysiek contact voor een kind of jongere noodzakelijk is, is het uitgangspunt dat de hulpverlening zoveel mogelijk via andere communicatiemiddelen verloopt. Het is in het belang van kinderen en jongeren dat ze contact hebben met hun ouders/opvoeders. Zij hebben daar recht op. Door de aangescherpte maatregelen van het ministerie van VWS en de richtlijnen van het RIVM is fysiek contact momenteel niet vanzelfsprekend. Dat betekent dat er van professionals gevraagd wordt om samen met ouders, jongeren en kinderen en andere betrokkenen:

  • Creatief te kijken naar andere vormen van communicatie (tips voor thuiswerken, anderstalige en alternatieve communicatie).
  • Een zorgvuldige afweging te maken als fysiek contact noodzakelijk is. Hierbij houden zij rekening met de fysieke en mentale gezondheid van zowel het kind/de jongere, zijn ouders/opvoeders als ook met die van henzelf.

Dat betekent: 

  • Houd contact.
  • Zoek samen naar zoveel mogelijk alternatieve communicatiemiddelen.
  • Als fysiek contact essentieel is voor het welzijn van de jongere:
    • Houd je dan aan de algemene richtlijnen van het RIVM.
    • Bereid dit contact goed voor.
    • Houd je aan de specifieke adviezen voor de ambulante of de residentiële setting over contacten met jongeren/gezinnen, bij wie al dan niet klachten zijn die wijzen op het coronavirus. Zo verklein je het risico op besmetting met het corona-virus voor jezelf en voor anderen. 
  • Bij mensen met een verlaagde weerstand vanwege een chronische ziekte of andere aandoeningen en bij 70-plussers is de norm: geen fysiek contact. Bijzondere uitzonderingen daar gelaten (denk bijvoorbeeld aan een naderend overlijden).
  • Heroverweeg keer op keer of fysiek contact noodzakelijk is.
    • Als je je minder zorgen maakt over de mentale gezondheid van een kind of jongere, kan het ook minder noodzakelijk zijn om fysiek contact te hebben. Je kunt dan weer gebruik maken van andere communicatiemiddelen.
    • Als er fysieke klachten ontstaan bij een kind, jongere, zijn ouders/opvoeders of huisgenoten is dat reden voor een hernieuwde afweging.
    • Als je zorgen maakt over een kind, jongere, ouder of over je eigen gezondheid, zoek dan collegiaal overleg. Samen met een collega, een deskundige met specifieke expertise of je leidinggevende kun je je vragen bespreken en een goede afweging maken van wat je het beste kunt doen.

Bij de opvang van jonge kinderen, bij de verzorging van kinderen met een beperking en in de dagelijkse opvang of in woonvoorzieningen is fysiek contact onvermijdelijk. Hierbij is het van belang om de gebruikelijke gang van zaken aan te passen aan de huidige situatie en maatregelen te nemen. Dit draagt bij aan de bescherming van de jongere/het kind, jezelf en anderen.

Veelgehoorde dilemma’s bij het beslissen over fysiek contact

De beperkende maatregelen voor fysiek contact die het RIVM heeft geformuleerd, krijgen hun uitwerking in de opvang, de ambulante en residentiële hulp. Op diverse plekken hebben voorzieningen, samenwerkingsverbanden of gemeenten beleid gemaakt over het beperken van contact. Zij stellen bijvoorbeeld (video)bellen als norm, scherpen omgangs- en bezoekregelingen aan en passen de RIVM-richtlijn toe om 1,5 meter afstand van elkaar te houden. Dit is nodig om verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Tegelijkertijd kunnen deze maatregelen bij kinderen en jongeren ook zorgen voor extra spanningen, angst of gedragsproblemen. Er zijn tips om hiermee om te gaan.

De genomen maatregelen kunnen ontregelend werken bij kinderen, jongeren of hun ouders. Hun mentale gezondheid kan er dan onder lijden. Als professional maak je een inschatting van hoe een kind/jongere en een ouder er sociaal, emotioneel, mentaal, fysiek aan toe zijn. Op grond van die inschatting kun je samen met je werkbegeleider of leidinggevende en andere betrokken samenwerkingspartners de afweging maken of er tijdelijk meer digitaal contact nodig is.

Een aantal voorbeelden van dilemma’s: 

  • De normale omgangsregeling wordt door ouders stopgezet vanwege het coronavirus. Het kind/de jongere wordt contact met de andere ouder onthouden.
  • Kinderen/jongeren verblijven in een pleeggezin en ouders willen op bezoek blijven komen.
  • Kinderen/jongeren verblijven in een gezinshuis en ouders willen daar op bezoek blijven komen.
  • Instellingen beperken de omgangs- of bezoekregeling terwijl kinderen/jongeren wel recht hebben op contact met hun ouders en vice versa. Dat is immers van belang voor de ouder-kind relatie en een gezonde ontwikkeling van kinderen/jongeren. Het is daarom zaak ervoor te zorgen dat kinderen/jongeren en ouders contact kunnen blijven houden. Als dit op afstand niet mogelijk of niet toereikend is, kan fysiek contact nodig zijn.
  • Er zijn zorgen over de kwetsbaarheid van een of meer gezinsleden: een kind, jongere of ouder raakt door de aangescherpte maatregelen zo ontregeld (denk aan angst, somberheid, lichamelijke klachten, gedragsproblemen of risicovol gedrag) dat fysieke aanwezigheid van een naaste of hulpverlener nodig is.
  • Er zijn zorgen over de veiligheid van een kind/jongere. Bij acute zorgen over veiligheid is fysiek contact nodig, zie ook de pagina over oplopende spanningen ten gevolge van het coronavirus en de pagina handelen bij zorgen over veiligheid.
  • Een of meer gezinsleden hebben beperkingen: als kinderen, jongeren of ouders een lichamelijke of verstandelijke beperking hebben kan contact via videobellen of telefoon niet toereikend zijn. Fysiek contact kan dan nodig zijn om de hulp te continueren.

Hoe te handelen bij de verschillende situaties?

Hierna vind je een aantal verwijzingen naar adviezen om samen met jongeren, kinderen, hun ouders en andere betrokkenen een goede keuze te maken over het hebben van contact en bezoek. Deze met het RIVM afgestemde adviezen hebben betrekking op jongeren/kinderen en gezinnen zonder én met klachten die wijzen op het coronavirus. Als je deze adviezen in de praktijk brengt, kunnen de volgende vragen helpen:

  • Welke intuïtie of emotie ervaar je als je een keuze moet maken? 
  • Welke waarden staan op de tocht? Wat is daarbij belangrijk (denk aan gezondheid, zorgvuldigheid, verantwoordelijkheid, solidariteit, loyaliteit)? 
  • Als je de waarden afzet tegen de vraag waar het om gaat, dus de feitelijke situatie, welke belangen komen dan in het geding? Wat is dominant en richtinggevend? 
  • Met wie ga je dit nog bespreken? Wat ga je doen?

Meer informatie staat op de pagina fysiek contact bij ambulante hulpverlening. Het advies is afgestemd met het RIVM.

Aanvullend hebben we dit ook voor een aantal specifieke situaties uitgewerkt:

  • Omgangsregeling gescheiden ouders
  • Begeleide omgang
  • Bezoek aan kinderen die verblijven in een pleeggezin
  • Bezoek aan kinderen die verblijven in een gezinshuis
  • Bezoek aan kinderen die verblijven in woon-, leef- of behandelgroep

Op deze pagina vind je een met het RIVM afgestemd advies over fysiek contact met jongeren/kinderen en ouders in de residentiële setting.

Voorbeelden: Hier delen wij (berichten over) regionale/lokale voorbeelden.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies