• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Kindermishandeling

Specifieke aandachtspunten in gesprekken met kinderen

De algemene houding en uitgangspunten gelden natuurlijk ook voor gesprekken met kinderen, en wellicht zelfs in sterkere mate. Daarnaast geldt:

  • Stem af op de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind wat betreft woordgebruik, manier van vragen, gebruik ondersteunende materialen (tekenen bijvoorbeeld), lengte van het gesprek e.d. Binnen de juiste randvoorwaarden kunnen kinderen volwaardige gesprekspartners zijn.
  • Wees transparant en betrouwbaar: zeg wat je doet en doe wat je zegt.
  • Toon je betrokkenheid en belangstelling. (partnerschap!)
  • Wees je bewust van de loyaliteit van een kind voor zijn/haar ouders. Zeg geen negatieve dingen over ze en benoem dat je zowel het kind als de ouders wilt helpen.
  • Vraag ook naar de leuke dingen thuis. Juist vanwege die loyaliteit is het van groot belang dat je niet alleen focust op de nare dingen. In het gesprek heen en weer gaan tussen leuke en moeilijke dingen werkt meestal goed.
  • Vertel een kind wat je al weet. Dat maakt het gemakkelijker om te praten. 'Papa en mama hebben me al verteld dat ze vaak ruzie maken thuis, ook als jij erbij bent. Vertel eens, hoe gaat dat dan? Wat doen papa en mama dan? En wat doe jij als zij ruzie maken?' etc.
  • Respecteer de gevoelens van het kind. Het is oké dat je verdrietig, bang of boos bent, of dat je je schaamt of schuldig voelt. Bagatelliseren van gevoelens ('Zo erg is het toch niet…') of geruststellen waar dat niet realistisch is, is niet verstandig.
  • Respecteer zelfbeschikking en 'nee', bijvoorbeeld als een kind niet verder wil praten of geen details wil vertellen. Praten over moeilijke dingen thuis valt niet mee.

Laat merken dat je het kind gelooft

Laat merken dat je gelooft wat een kind vertelt. Het is voor een kind belangrijk dat het je kan vertrouwen en dat het zijn verhaal kwijt kan. Als professional moet je wel beseffen dat 'de waarheid' soms anders kan zijn dan een kind vertelt. Bijvoorbeeld omdat het te moeilijk is om het echte verhaal te vertellen. Een meisje zegt bijvoorbeeld dat een man aan haar zit, terwijl het haar vader is. Maar die waarheid is te pijnlijk voor haar. Kinderen kunnen dingen die ze gezien of gehoord hebben ook op een eigen manier interpreteren.

Vraag feitelijk naar wat er gebeurd is

De neiging kan bestaan om als volwassene snel op gevoelsniveau te reageren. 'Goh, wat rot voor je. 'Wat erg…' 'Hoe vind je dat?' 'Hoe was dat voor jou toen…?' Meestal zijn dit niet de vragen die het meeste informatie opleveren. Ze kunnen kinderen in een loyaliteitsconflict brengen, waardoor het juist moelijker wordt om te vertellen. Of je raakt aan hun verdriet, waardoor het ook moelijker wordt. Uit gesprekken met slachtoffers weten we dat een feitelijke benadering meestal beter werkt:

'Wat gebeurde er precies die laatste keer?', 'Wat deed jouw vader toen?', 'En je moeder?', 'Waar was jij toen je ouders ruzie kregen?', 'Wat deed jij toen?', 'Waar heeft je vader je geslagen?', 'Wat gebeurde er toen de politie kwam?' etc.   

Vraag naar wat zou moeten veranderen

Vraag naar wat er zou moeten veranderen, om het thuis beter te maken. Soms hebben kinderen heel goede ideeën en oplossingen. Maar we mogen ze niet verantwoordelijk maken voor de uitvoering ervan.

Een voorbeeld: Een meisje wilde niet meer naar haar vader toe in het kader van de omgangsregeling. Moeder dacht dat het daar niet veilig voor haar was en wilde haar dochter al thuis houden en de omgangsregeling gaan aanvechten. Bij goed doorvragen: 'Wat zou er voor jou moeten veranderen zodat je wel weer naar je vader wil?' bleek dat het meisje graag haar liefste knuffel mee wilde nemen naar papa. Zonder knuffel wilde ze niet. Maar haar ouders hadden afgesproken dat er geen spullen, dus ook geen knuffels, meegaan naar de omgangsregeling, juist om ruzie en problemen te voorkomen. Het meisje geeft hier de oplossing aan, maar het is aan haar ouders om samen af te spreken dat de knuffel natuurlijk mee mag.

Een kind ontschuldigen

Kinderen denken vaak dat mishandeling hun schuld is en ouders bevestigen dat (soms ongewild) vaak: 'Rotjoch dat je bent. Je kunt ook niets goed doen!' Kinderen kunnen denken dat het misschien over gaat als ze nog beter hun best doen. Hun loyaliteit naar hun ouders toe zorgt ervoor dat ze niet snel denken dat het oneerlijk of onterecht is wat hun ouders doen. Van belang is dat een kind hoort dat mishandeling nooit hun schuld is, ook niet als ze stout zijn of iets stoms doen.

'Ik praat wel vaker met kinderen over dit soort dingen. Veel kinderen denken dat het hun schuld is dat ze geslagen worden. Dat snap ik heel goed. Maar het is belangrijk dat je weet dat het niet jouw schuld is. Ouders mogen je niet slaan.'

Beloof geen geheimhouding

Je kan niet helpen als je niets mag doen. Het is de verantwoordelijkheid van volwassenen om een kind te helpen en te zorgen dat mishandeling stopt. Vertel wat je gaat doen en betrek het kind bij je vervolgstappen. Dan ben je transparant en betrouwbaar.

'Wat we samen hebben getekend en opgeschreven ga ik bespreken met papa en mama. Het is belangrijk dat zij weten wat jij leuk vindt thuis. En dat je heel veel van papa en mama houdt. Maar dat er ook dingen gebeuren waar je verdrietig van wordt. Als papa en mama het willen kunnen we samen een plan maken waardoor er geen verdrietige dingen meer gebeuren thuis. En jij bent heel belangrijk in dat plan, want het gaat om jou. Als ik met papa en mama gesproken heb, dan vertel ik je hoe het is gegaan en wat we verder gaan doen.'

Gebruik de praktische uitgangspunten

Ook in gesprekken met kinderen kan je de praktische uitgangspunten gebruiken om te kijken waarom een gesprek moeizaam verliep (of juist goed). Een voorbeeld:  

Een kind reageert afwerend of terughoudend en wil niet praten.

Check: Heb je eerst met ouders gesproken of het goed is dat je hun kind spreekt (partnerschap met ouders!)? En hebben ouders dat ook aan hun kind verteld? Zo nee, investeer dan eerst in de relatie met ouders, zodat je hopelijk wel toestemming krijgt. Heb je rustig contact gemaakt met het kind? Heb je vertelt waarom dit gesprekje plaats vindt? Heb je vertelt wat je gaat doen met wat het kind je vertelt? Heb je nagegaan waar het kind bang voor is, en hebben jullie samen nagedacht over wat je zou kunnen doen om die angst weg te nemen?

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies