• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Kindermishandeling

Houding en uitgangspunten: het belang van partnerschap

In stap 3 van de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld moet je het gesprek aangaan met ouders en/of kind en tegelijkertijd wil je de relatie behouden. Wat kan je doen om die relatie te behouden of te versterken? Ouders en kinderen hebben vaak niet om je bemoeienis gevraagd. Dus is het aan jou te laten zien dat je te vertrouwen bent, naast hun staat, dat je voor hun van betekenis kunt zijn. Juist ook in situaties waarin mogelijk sprake is van onveiligheid.

Partnerschap

Bekend is in het algemeen dat een goede relatie tussen ouders/jeugdige en hulpverlener één van de belangrijkste succesfactoren is in de hulpverlening.

In Signs of Safety wordt de samenwerkingsrelatie met ouders - ook wel partnerschap genoemd - als belangrijkste voorwaarde benoemd om veiligheid voor kinderen thuis te kunnen vergroten. Signs of Safety is een methode die beoogt om via een oplossingsgerichte werkwijze samen met ouders en kinderen ervoor te zorgen dat kinderen veilig kunnen opgroeien. In Nederland wordt Signs of Safety vooral binnen Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instellingen (voorheen afdeling Jeugdbescherming van Bureau Jeugdzorg) en jeugdhulpaanbieders gebruikt.

Signs of Safety benoemt een aantal praktische uitgangspunten die kunnen helpen om het partnerschap op te bouwen. Deze uitgangspunten gelden niet alleen voor partnerschap met ouders, maar ook met kinderen.

De belangrijkste uitgangspunten voor partnerschap zijn:

Respecteer de ouders en jeugdigen als personen die het waard zijn om mee te werken

Ouders en jeugdigen willen eerder samenwerken, als zij zich gerespecteerd voelen. Een open en eerlijke, empathische, geïnteresseerde en niet-veroordelende houding van de professional is daarvoor van belang. Het kan zijn dat je anders denkt dan de ouders of de jeugdige over of iets wel of niet goed is voor de ontwikkeling of opvoeding van het kind. Daar kan het gesprek dan over gaan. Wees je daarbij bewust van je eigen normen en waarden. Dat ouders het anders doen dan dat jij zou doen, hoeft niet te betekenen dat het slecht is wat ouders doen.

'Waarom is dit zo belangrijk voor u als ouders?' 'Wat betekent dit voor uw kind? En voor de veiligheid?'

Werk samen met de persoon, niet met de mishandeling

Gedrag van ouders dat leidt tot onveiligheid van kinderen kan niet goedgekeurd worden. Daar werken we niet aan mee. Maar dit betekent niet dat we daarmee de hele persoon afwijzen. We willen juist samenwerken met die persoon om het gedrag te kunnen veranderen. Ook als er sprake is van een culturele of levensbeschouwelijke achtergrond die anders is dan die van jou.

'Hoe kunt u ook een goede gelovige zijn, zonder dat u uw kind slaat?' 'U heeft in huis bepaalde regels die belangrijk voor u zijn. Hoe kunt u ervoor zorgen dat uw kind die regels respecteert, zonder dat u hoeft te gaan schreeuwen?'

Erken dat in elk gezin signalen van veiligheid aanwezig zijn

In geen enkel gezin is het altijd en overal onveilig. Focus dus niet alleen op problemen en zorgen, maar kijk vooral ook naar wat goed gaat. Ouders (en kinderen) voelen zich dan erkend in hun goede bedoelingen. Zoek naar de uitzonderingen. Geef complimenten: benoem daarbij zowel het gedrag als het effect dat dat gedrag heeft op de ander of op de situatie. En kijk vervolgens hoe je die krachten kan gebruiken om de zorgen te verminderen.

'Wanneer gaat het wel goed thuis?' 'Wat goed dat u ook leuke dingen met uw kind doet!' 'Dus u vertelt dat uw kind minder druk is en dat u minder vaak boos op hem bent als jullie samen naar de speeltuin geweest zijn waar hij lekker heeft kunnen rondrennen. Zou u dat misschien vaker kunnen doen? Zou dat helpen?'

Stel de veiligheid en welzijn van het kind centraal

De meeste ouders willen het beste voor hun kind, dat is het gemeenschappelijke belang dat je met ouders hebt. Maar het is voor ouders soms moeilijk om te erkennen dat hun gedrag misschien niet goed is voor hun kind. Het is van belang om daar duidelijk in te zijn.

'Ik snap dat u wijn wilt drinken. Maar wie kan er dan thuis zijn om voor uw kind te zorgen als uw kind hulp nodig heeft? Want u kan het dan niet goed genoeg.' Je blijft dan in contact met de ouder, veroordeelt hem/haar niet, en je stelt de veiligheid van het kind centraal. Door alleen te zeggen 'U mag niet drinken' vergroot je de veiligheid voor het kind niet.

Zoek altijd naar de details en naar uitzonderingen

Oplossingen ontstaan altijd uit details, nooit uit algemeenheden. Maak daarom de onveiligheid/verwaarlozing zo concreet mogelijk. Knip het in kleine stukjes en ga daarover in gesprek. 'Hoe komt het dat uw kind soms geen eten mee heeft naar school?' 'Hoe vaak is dat eigenlijk?' 'Maar soms lukt het dus wel! Hoe vaak is dat? En hoe komt het dat het dan wel lukt?'

Ga na wat de ouder of jeugdige wil

Het kan thuis alleen veiliger worden als ouders ervan overtuigd zijn dat dat nodig is en zij daaraan willen meewerken. Wat willen ouders bereiken of veranderen? Het is belangrijk dat je dat weet en dat je je eigen doelen daarop af kan stemmen. Dat vergroot de succeskans. 'Wat zou u willen veranderen om het thuis beter te maken? Wat zou dat betekenen voor uw kind? Wordt het daardoor veiliger? Waar blijkt dat uit? Wat heeft u nodig om dit te gaan doen? Wie kan u erbij helpen?'

Bied keuzemogelijkheden

Het helpt als je wat te kiezen hebt. Eén keuze, opgelegd door een hulpverlener, voelt al snel als dwang. Beter is het als ouders kunnen kiezen. Gelukkig zijn er bijna altijd verschillende mogelijkheden. Laat ouders daarover nadenken.

'Hoe kunnen we ervoor zorgen dat uw kind niet alleen naar school toe gaat en alleen die gevaarlijke weg moet oversteken, als u te moe bent?' 'Wie kan u daarbij helpen? 'Uw partner?' 'De buurvrouw?' 'Wie nog meer?'

Concentreer je op het tot stand brengen van kleine veranderingen

Een groot probleem los je niet in een keer op. Kleine stapjes zijn makkelijker te maken, en leiden vaker tot succes. En succes motiveert tot nieuwe kleine stapjes.

'Wat goed dat het gelukt is om uw kind zelf naar school te brengen, ook al voelde u zich zo moe!' 'Zullen we kijken hoe u dat misschien vaker kan gaan doen?' 'Wie zou u daarbij kunnen helpen?'

Als deze uitgangspunten in je houding en werkwijze verweven zitten, dan zal dat bijdragen tot meer partnerschap. En omgekeerd, als een gesprek moeilijk verloopt en de samenwerkingsrelatie afbrokkelt, dan kunnen deze uitgangspunten je helpen om te zien op welke punten het niet gelukt is om partnerschap te realiseren.

Een paar voorbeelden

Ouders zijn opgelucht. Ze voelen zich gehoord en ze willen iets aan de situatie doen.

Check: Wat heb je gedaan waardoor ouders zich opgelucht voelen? Bijvoorbeeld: Heb je goed geluisterd? Heb je voldoende aandacht besteed aan wat er goed gaat? Heb je complimenten gegeven? Heb je gevraagd naar waar ouders zich zelf zorgen over maken? Heb je gevraagd naar wat zij zelf willen dat er moet veranderen, en wat zij daar zelf voor ideeën over hebben? Heb je na afloop gevraagd hoe ze het gesprek vonden en waar ze tevreden over zijn?

Ouders worden boos. Ouders voelen zich niet gehoord, voelen zich aangevallen of ontkennen.

Check: Heb je echt geluisterd naar ouders? Weet je hun visie op de gezinssituatie? Voelen ouders zich door jou gerespecteerd als persoon of voelen ze zich veroordeeld? Heb je aandacht besteed aan wat er goed gaat thuis en heb je ouders daarmee gecomplimenteerd? Of heb je alleen maar benoemd wat er fout gaat? Heb je ouders gevraagd wat hun zorgen zijn? Wat zij graag zouden willen veranderen?

Ouders hebben er geen vertrouwen in of doen niet wat afgesproken is.

Check: Heb je gevraagd wat ouders willen en hoe dat kan bijdragen aan verbetering van de situatie? Heb je ouders keuzemogelijkheden aangeboden? Begrijpen ze wat je wil en waarom? Heb je nagevraagd in welke oplossing ze wel vertrouwen hebben? Heb je gevraagd of ze het ook denken te kunnen? Heb je gekeken naar kleine stapjes, waarin ouders succesvol kunnen zijn?

Voorbeelden van vragen die je kan stellen om partnerschap te vergroten (Uit: Vraagkrachtwijzer):

'Wat vindt u prettig aan mijn manier van omgaan met u?'; 'Wat is er nodig om vertrouwen te hebben in een goede samenwerking?'; 'Mijn doel is om de veiligheid voor uw kinderen te vergroten. Wat is uw doel?'; 'Als wij goed samenwerken, wat wilt u dan dat ik daarin doe?'; 'Wat moet ik volgens u in ieder geval niet doen?'

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.