• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Kindermishandeling

Aandachtspunten in het gesprek

Contact en complimenten

Voorwaarde voor partnerschap in een gesprek is dat het contact goed is en ouders zich gerespecteerd voelen. Complimenten helpen daarbij. Er zijn altijd complimenten te geven! Benoem zowel het gedrag als het (positieve) effect van dat gedrag. Dat helpt een ouder het verband te gaan zien tussen wat hij doet en wat er vervolgens gebeurt of hoe de ander daarop reageert. Dit maakt het compliment krachtiger en maakt de kans groter dat de ouder het goede gedrag vaker laat zien.

'Wat goed dat u gekomen bent, ondanks alle drukte!' 'Wat goed dat u probeert leuke dingen te doen met uw zoon, ook al is hij zo moeilijk (gedrag). Daardoor heeft u ook de kans om samen te lachen en te ontspannen (effect).' 'Ik zie dat u heel erg uw best doet om goed voor uw kinderen te zorgen, ondanks alle andere problemen.'

Introductie

Ook al zijn zorgen de aanleiding voor het gesprek, als we daar vanaf het begin op focussen verliezen we misschien partnerschap. Een bredere insteek is beter:

'Ik wil het graag met jullie hebben over wat de zorgen zijn, van mij en van u, over uw kind. Maar ik wil ook heel graag van u horen wat er allemaal goed gaat. En ik wil het graag hebben over wat er moet gebeuren om de zorgen af te laten nemen, en wat uw ideeën daarover zijn.'

Je kan ook ouders uitnodigen om aan te geven wat hun verwachtingen zijn:

'Wat dacht u toen ik opbelde om een afspraak te maken?', Wat denkt u dat ik met u zou willen bespreken?', 'Wat is uw doel met dit gesprek?', 'Wat zou u willen dat het resultaat is van dit gesprek?'

Leg aan kinderen uit dat je veel vragen gaat stellen. Vertel ze dat ze het mogen zeggen als ze graag een pauze willen wanneer het ze te veel wordt.

Wat gaat goed en wat zijn de zorgen?

In het gesprek is het handig om aan beide zaken evenveel aandacht te besteden. Meestal is beginnen met goede dingen prettig voor ouders. Je kan 'heen en weer' gaan tussen beide. Het gaat er vooral om dat ouders uitgenodigd worden om te vertellen. Als ouders graag direct willen praten over hun zorgen, dan volg je ze, als ze direct willen weten wat jouw zorgen zijn, dan benoem je die.

Vragen die je kan stellen:

'Ik ken u wel een beetje, maar ik weet natuurlijk niet precies hoe het gaat bij u thuis. Wilt u daar wat over vertellen? Waar bent u trots op bij uw zoon? Wat kan hij goed?' 'Wat vind u leuk om samen met hem te doen?' 'Als het thuis gewoon gezellig is, wat gebeurt er dan? Hoe ziet dat eruit, als ik door de ramen naar binnen zou kijken, wat zou ik dan zien?'

'Wat was de laatste keer dat u als ouders ruzie kreeg? Wanneer was dat? Op welk moment van de dag? Wat gebeurde er precies? Waar waren de kinderen op dat moment? Wat deden de kinderen? Komen deze ruzies vaak voor? Wat was de allerergste ruzie die u ooit gehad hebben. Wat gebeurde er toen? Als ik aan uw kind zou vragen hoe die zich voelde, toen u zo'n ruzie hadden, wat zou hij dan zeggen?'

Vraag door: 'Waar bent u nog meer tevreden over?' 'Zijn er nog andere dingen waar u zich zorgen over maken in verband met uw kind? En blijven vragen naar details.

Als je merkt dat ouders het gesprek heel spannend vinden en daardoor misschien niet goed kunnen luisteren, dan kan je dat benoemen:

'Ik merk dat u het heel spannend vindt. Zal ik dan maar meteen vertellen wat ik graag met u wil bespreken?' Of: 'Ik merk dat u het heel spannend vindt. Misschien bent u bang dat ik u slechte ouders vindt of zo? Klopt dat? (check). Dat is helemaal niet zo, hoor. Ik wil alleen graag met u praten over wat u goed vindt gaan met uw kind. En ook of er dingen zijn waar u zich misschien zorgen om maakt. Dan kan ik u ook vertellen wat ik zie bij uw kind aan hele goede dingen. Maar ook dingen waar ik me zorgen over maak. Misschien zijn dat wel dezelfde dingen als waar u zich zorgen om maakt. Is dat goed?'

Je zorgen benoemen

Benoem je zorgen zo concreet mogelijk: benoem feitelijk en zonder te oordelen wat je hebt gezien of gehoord.

Niet: 'Ik denk dat uw kind geslagen wordt' (oordeel).
Maar: 'Ik zag bij het omkleden voor de gymles twee blauwe plekken op de rug van uw kind. Toen ik vroeg hoe dat kwam zei hij dat het thuis gebeurd was. Meer wilde hij niet vertellen. Heeft u die blauwe plekken ook gezien? Heeft u enig idee hoe dat gekomen is?

Niet: ' Ik vind uw kind er zo verdrietig bijlopen' (oordeel).
Maar: 'Ik zie dat uw dochter op school in de pauzes meestal alleen is. Vroeger speelde ze met …, maar dat doet ze nu niet meer. In de klas is ze de laatste maand stiller dan normaal. Ze let niet zo goed op, als ik haar iets vraag heeft ze het soms niet gehoord. Na school gaat ze meestal direct naar huis, terwijl ze eerder ook wel eens ging spelen met een vriendinnetje. Heeft u een idee waar dit door komt? Hoe is ze thuis? Kan het zijn dat ze ergens verdrietig over is of zich zorgen maakt?'

Vraag naar uitzonderingen

Ga op zoek naar de keren dat het wel goed gaat. Daarin ligt de sleutel voor de verandering.

'Is het wel eens gebeurd dat u heel boos werd op uw kind maar niet ging slaan?' Hoe is dat gelukt? Wat was er toen anders?'

Hulpbronnen en netwerk

Hulpverleners zijn niet altijd aanwezig om gezinnen te helpen. Hulp inzetten is daarom ook niet hetzelfde als veiligheid garanderen. Om de veiligheid in een gezin te vergroten hebben we familie, buren en vrienden nodig. Daarom is het belangrijk om te vragen welke mensen belangrijk zijn voor het gezin.

'Als u een groot probleem heeft, wie vraagt u dan om u te helpen?', 'Wie weet er goed hoe het bij u thuis gaat?', 'Zou die u ook willen helpen?', 'Welke personen zijn belangrijk voor uw kind?', 'Als ik uw beste vriendin zou vragen waar zij zich zorgen over maakt, wat zou zij dan zeggen?'

Doelen

Vraag ouders en kind wat ze zouden willen veranderen, wat zij belangrijk vinden dat er anders gaat in hun gezin.

'Wat zou u willen veranderen? Wat zou dat betekenen voor uw kind? Wordt het daardoor veiliger? Waar blijkt dat uit? Als ik aan uw kind zou vragen wat het het liefst zou willen veranderen, wat zou die dan zeggen? Wat zou een eerste stapje kunnen zijn? Wat kan u helpen om die eerste stap te zetten? Wie kan u daarbij helpen? Hoe zou ik hierbij kunnen helpen?

Schaalvragen

Schaalvragen kunnen in heel veel situaties gebruikt worden. Ze helpen om duidelijk te krijgen wat iedereen vindt van de situatie en wat er moet gebeuren om het beter te krijgen.

Bijvoorbeeld een schaalvraag veiligheid: Op een schaal van 1 tot 10 waarbij 1 = extreem onveilig, kind moet direct uit huis en 10 = veilig, zaak kan gesloten worden) welk cijfer geef je nu de veiligheid thuis? Wat maakt voor jou dat het zo veilig of onveilig is? Wat is er al aan veiligheid? Wat is er nodig om een punt hoger te scoren?

Als vader een 7 scoort en moeder een 5, en jij een 4, wat zegt dat dan? Dan moeten we in gesprek. Je zou aan alle gesprekspartners kunnen vragen: Wat maakt dat jij de (on)veiligheid een … geeft? Wat vind je dat er goed gaat? Waar maak je je zorgen om?

Maar je kan schaalvragen ook gebruiken om het vertrouwen in een oplossing te meten, om de kwaliteit van de samenwerking te scoren etc.

Weerstand en ontkenning

Het kan voorkomen dat ouders de zorgen niet herkennen of ontkennen. Het kan een vergissing zijn. Of een incident. Of er is een goede alternatieve verklaring. Of ouders zien het probleem niet en voelen zich er niet verantwoordelijk voor.

Een paar overwegingen hierbij:

  • het kan altijd dat ouders gelijk hebben en dat er een logische verklaring is voor de dingen waar jij je zorgen om maakt. Houd daar oog voor. Check wel of die verklaring klopt met de zorgen.
  • Een incident komt echter zelden alleen voor. Achter elk bij de politie gemeld incident van huiselijk geweld zitten meerdere incidenten die niet gemeld zijn.

Als ouders al vroeg in het gesprek afhoudend zijn ten aanzien van de zorgen die je hebt, beweeg mee en ga in gesprek over de dingen die goed gaan.

'Ik hoor dat u eigenlijk vindt dat het goed gaat thuis, dat er geen problemen zijn. Dat is goed om te horen. Nou ken ik u niet zo goed en kom ik niet (zo vaak) bij u thuis. Wilt u mij iets meer vertellen hoe het thuis gaat? Wat vind u leuk aan jullie kind?'

Geef complimenten en bevestig de goede kanten van hun ouderschap. Benoem zowel het gedrag als het (positieve) effect van dat gedrag. Dat helpt een ouder het verband te gaan zien tussen wat hij doet en wat er vervolgens gebeurt of hoe de ander daarop reageert. Dit maakt het compliment krachtiger en maakt de kans groter dat de ouder het goede gedrag vaker laat zien.

Kies vervolgens een goed moment om te switchen naar de zorgen.

'In elk gezin gaat de opvoeding wel eens moeilijk. Dat je als ouders even niet weet wat je moet doen. Of dat een kind het bloed onder je nagel vandaan haalt. Gebeurt dat bij jullie ook wel eens? Wat is er dan aan de hand? Wat doet je kind? En wat doen jullie dan?'

Als de ontkenning ook verderop in het gesprek een rol blijft spelen dan kunnen de volgende vragen misschien helpen:

'Kan je je voorstellen dat ik me wel zorgen maak?', 'Stel dat ik toch gelijk heb en het gaat niet goed met je kind. Wat zouden we dan samen kunnen doen voor hem/haar?' 'Heeft iemand anders wel eens tegen jullie gezegd dat hij zich zorgen maakte?', 'Wat maakt dat het een probleem voor hem/haar is?', 'Kan dit ook een probleem voor jou zijn?', 'Wat zou jij kunnen doen zodat ik me geen zorgen meer hoeft te maken?', 'Wat denk je dat er gaat gebeuren als dit gesprek nu stopt en ik toch zorgen blijf houden? Wat kunnen we samen doen om toch met elkaar in gesprek te blijven?'

Afronding

Check ter afronding hoe ouders het gesprek hebben gevonden. Schaalvragen zijn hier heel geschikt voor. Bijvoorbeeld: 'Hoe tevreden ben je met dit gesprek?' (schaalvraag 0-10), 'Hoe goed hebben we samengewerkt in dit gesprek?', 'Hoeveel vertrouwen hebben jullie in onze samenwerking', 'Hoeveel vertrouwen hebben jullie dat het goed gaat komen met jullie kind?' 'Denken jullie dat het gaat lukken om te doen wat we afgesproken hebben?'

Bespreek:

  • kind wel/niet spreken en toestemming van ouders daarvoor, terugkoppeling gesprek kind naar ouders e.d.
  • wat gaan ouders doen (eventuele afspraken)
  • wat ga jij doen: bijv. verslagje maken (afschrift voor gezin?!), intern bespreken in het kader van de Meldcode, beslissen wat je verder gaat doen, contact opnemen met ouders voor terugkoppeling/vervolg (en termijn).

De afronding van een gesprek met een kind loopt wat anders. Een kind kan niet verantwoordelijk gemaakt worden voor de oplossing. Leg het kind duidelijk uit wat je gaat doen met wat het verteld heeft.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.