Nieuws uit het jeugdveld

Genen beïnvloeden interventie bij ADHD

Interventies gericht op emoties van moeders voorkomen niet dat ADHD-kinderen met bepaalde genen op langere termijn gedragsproblemen krijgen. Dat concludeert Jennifer Richards in onderzoek waarop zij 23 november promoveerde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Richards onderzocht het samenspel tussen sociale omgeving en genen die gevoelig zijn voor positieve en negatieve omgevingsinvloeden, de plasticiteitsgenen. Zij deed dit bij kinderen, pubers en jong-volwassenen die deelnamen aan het IMAGE en NeuroIMAGE project. Ze vindt geen bewijs dat de mate waarin moeders empathie hebben, bescherming biedt tegen latere gedragsproblemen van kinderen met ADHD. Interventies die zich hierop richten kunnen wel effectief zijn voor het naleven van regels en voor de gezinsstructuur, aldus Richards.

Richards constateert ook dat het hebben van veel populaire vriendjes een kind met deze genetische aanleg minder ontvankelijk maakt voor beloning. Als deze kinderen weinig vriendjes hebben en een moeder die weinig empathie toont, zijn ze gevoeliger voor beloning. Interventies zouden volgens Richards rekening moeten houden met deze genetische gevoeligheid.

Bron: Radboud Universiteit

Meer informatie

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies