Pesten

Reactie op pesten

Wanneer pesten aan de orde is, is het belangrijk om hier zorgvuldig op te reageren en te laten zien dat pesten niet wordt getolereerd.

Als ouders, professionals of andere kinderen pesten negeren of niet serieus nemen, geeft dit het signaal af dat pesten oké is. Daarom is het belangrijk stelling te nemen tegen pesten en kinderen te motiveren elkaar te helpen en te steunen. Omdat pesten een groepsproces is, moet de context waarin het pesten plaatsvindt of wordt ervaren, meegenomen worden in de aanpak en de oplossingen.

Alle betrokkenen moeten gehoord en betrokken worden, zowel de kinderen in de groep als hun ouders. De gepeste moet zich erkend en gesteund voelen. Andere kinderen moeten zich verantwoordelijk gaan voelen voor elkaars welzijn en leren hoe zij hierin kunnen helpen.

Maar ook kinderen die pesten, of die als pester worden ervaren door anderen, hebben soms hulp nodig om tot positieve interacties te komen. Het is belangrijk de redenen van het pesten van kinderen te achterhalen zodat hierop ingespeeld kan worden. Zeker bij jonge kinderen kan het zijn dat kinderen uit sociaal onvermogen of angst reageren. Zij moeten nog beter inzicht krijgen in zichzelf en elkaar om negatieve interacties te beperken.

Wat kun je doen bij verschillende redenen om te pesten?

Als kinderen pesten om een hogere sociale positie te krijgen, kan pesten worden beperkt door de groepsnorm aan te passen. Als andere kinderen het pestgedrag afkeuren en opkomen voor de gepeste, kunnen pesters minder aanzien verwerven door het pesten, waardoor zij minder geneigd zijn dit te doen.

Het is echter wel de vraag of pesters positief gedrag gaan vertonen als andere kinderen het pestgedrag afkeuren. Zij kunnen zich ook onbegrepen of afgekeurd voelen, terwijl zij niet goed in staat zijn op een positieve manier contact te maken met anderen.

Met name als kinderen zich snel aangevallen voelen en moeite hebben hun emoties te reguleren, kan het moeilijk zijn positieve relaties op te bouwen. Het is daarom belangrijk om de groepsnorm aan te passen, maar tegelijkertijd kinderen die pesten ook alternatieve manieren te bieden om tot positieve sociale interacties te komen.

Stimuleren van empathie

Als kinderen pesten omdat ze dit leuk of spannend vinden, kan het helpen om gevoelens van empathie te stimuleren. Als kinderen zich beter in kunnen leven in de gevoelens van anderen en zich bewust worden van hun eigen rol in het veroorzaken van die gevoelens, kan dit pesten verminderen.

Dit kan bijvoorbeeld door kinderen uitleg te geven over wat iemand denkt en voelt als hij niet mee mag doen met een groep, hoe het gedrag van andere kinderen in de groep dit gevoel op kan wekken en alle kinderen in een oefening te laten ervaren hoe het voelt om buiten de groep te vallen.

Meer inzicht in elkaar krijgen

Als kinderen pesten als reactie op angst voor of door provocatie door andere kinderen, dan kan het helpen hen meer inzicht te geven in elkaar en elkaars sociale positie. Kinderen kunnen bijvoorbeeld buiten de groep vallen en zich hierdoor onzeker of snel aangevallen voelen, waardoor ze op een negatieve manier reageren op anderen. Voor hen is het belangrijk meer inzicht te krijgen in de intenties van anderen en de eigen emoties te reguleren en constructief te uiten.

Voor andere kinderen is het belangrijk dat zij rustig op snel geprovoceerde kinderen reageren. Als een kind met veel argwaan benaderd wordt, of vaak te horen krijgt dat zijn of haar gedrag ongewenst is, is het moeilijk positieve interacties op te bouwen.

Kinderen moeten zich daarom realiseren welk effect zij hebben op anderen, vooral als zij wel een sterke sociale positie hebben. Zij kunnen oefenen om rustig te blijven, positief te reageren op elkaar, duidelijk te communiceren en de ander meer te betrekken. Zo kan de negatieve interactie doorbroken worden.

Wanneer gaan kinderen elkaar helpen?

Om pesten te stoppen en de negatieve effecten ervan te beperken, helpt het vaak het beste als omstanders het pesten afkeuren en de gepeste helpen, steunen en verdedigen. Er zijn verschillende voorwaarden voordat kinderen anderen kunnen gaan helpen.


Auteurs: Neeltje van den Bedem & Lotte Rappoldt, Universiteit Leiden, NWA startimpuls NeurolabNL

  • Caravita, S. C. S., Di Blasio, P., & Salmivalli, C. (2009). Unique and interactive effects of empathy and social status on involvement in bullying. Social Development, 18(1), 140-163.
  • Crick, N. R., & Dodge, K. A. (1994). A review and reformulation of social information-processing mechanisms in children’s social adjustment. Psychological Bulletin, 115(1), 74-101.
  • DeRosier, M. E. (2004). Building relationships and combating bullying: Effectiveness of a school-based social skills group intervention. Journal of Clinical Child and Adolescent Psychology, 33, 196–201.
  • Ellis, B. J., Volk, A. A., Gonzalez, J.-M., and Embry, D. D. (2016). The meaningful roles intervention: an evolutionary approach to reducing bullying and increasing prosocial behaviour. Journal of Research on Adolescence, 26, 622–637.
  • Orobio de Castro, B., Merk, W., Koops, W., Veerman, J. W., & Bosch, J. D. (2005). Emotions in social information processing and their relations with reactive and proactive aggression in referred aggressive boys. Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 34(1), 105-116.
  • Roth, G., Kanat-Maymon, Y., & Bibi, U. (2011). Prevention of school bullying: The important role of autonomy-supportive teaching and internalization of pro-social values. British Journal of Educational Psychology, 81(4), 654-666.
  • Salmivalli, C., Lagerspetz, K., Björkqvist, K., Österman, K., & Kaukianen, A. (1996). Bullying as a group process: Participant roles and their relations to social status within the group. Aggressive Behavior, 22, 1-15.
  • Schwartz, D., Proctor, L. J., & Chien, D. H. (2001). The aggressive victim of bullying: Emotional and behavioral dysregulation as a pathway to victimization by peers. In: Juvonen, J. & Graham, S. (Eds.), Peer harassment in school: The plight of the vulnerable and victimized, 147-174. New York: Guilford Press.
  • Veenstra, R., Lindenberg, S., Oldehinkel, A.J., De Winter, A.F., Verhulst, F.C., & Ormel, J. (2005). Bullying and victimization in Elementary Schools: A Comparison of Bullies, Victims, Bully/Victims, and Uninvolved Preadolescents. Developmental Psychology, 41, 672-682.
Vragen?

Mirella van den Burg is contactpersoon.

Foto Mirella van den Burg

Mirella is contactpersoon voor vragen van beroepskrachten. Ouders en kinderen kunnen terecht op Pestweb.nl.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies