Zorg bij uithuisplaatsingen onvoldoende

Voor, tijdens en na uithuisplaatsingen is er onvoldoende zorg en ondersteuning voor kinderen en ouders. Dat concludeert kinderrechtenorganisatie Defence for Children na onderzoek onder bijna honderd zorgmedewerkers.

46 procent van de ondervraagde professionals meldt dat kinderen en ouders tijdens de beginperiode van een uithuisplaatsing contact hebben. Volgens 41 procent verschilt dit contact per situatie en 12 procent zegt dat er helemaal geen contact is. Ouders en kinderen worden volgens ongeveer de helft van de ondervraagden betrokken bij beslissingen over contactmomenten.

Ouders krijgen onvoldoende hulp voordat hun kind uit huis wordt geplaatst, zegt een derde van de ondervraagde professionals. En volgens bijna de helft ontbreekt na de uithuisplaatsing de juiste hulp om thuisplaatsing weer mogelijk te maken. Een belangrijke reden daarvoor is dat er vaak geen passende hulp beschikbaar is. Ook moeten gezinnen regelmatig van hulpverlener wisselen, waardoor een compleet beeld van de situatie ontbreekt en er geen goede analyse is van wat zij nodig hebben.

Om uithuisplaatsingen te voorkomen en te verminderen, moet volgens de ondervraagde professionals worden geïnvesteerd in traumascreening en -behandeling en het maken van een goede analyse van de gezinsproblematiek. Ook moet de ambulante gezinsgerichte en kleinschalige specialistische zorg worden uitgebreid.

Passende hulp ontbreekt

‘Uit dit onderzoek blijkt dat het ontbreekt aan passende hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen. Dit beeld herkennen wij’, zegt Els Mourits van het NJi. ‘Het is een ernstige zaak dat dit nog steeds speelt. Zeker omdat we door kennis en ervaring uit de praktijk allang weten wat er nodig is om uithuisplaatsingen te voorkomen. Dat dit nog steeds niet gebeurt, ligt niet alleen aan het systeem of protocollen. Het is de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen om aan de bel te trekken en de interventies waarvan we weten dat ze werken beschikbaar te stellen aan gezinnen, of dit nu professionals, zorgaanbieders of gemeenten zijn.’

Plan voor terugplaatsing

Een ander belangrijk aandachtspunt is volgens Mourits dat er bij een uithuisplaatsing niet standaard een plan voor terugplaatsing wordt gemaakt. ‘Dat zou wel moeten, ouders hebben er recht op te weten waar zij aan moeten werken om hun kind weer thuis te krijgen. Nu gebeurt dit meestal niet, deels door tijdgebrek, maar ook doordat het geen standaard gewoonte is. Elke uithuisplaatsing zou gepaard moeten gaan met een plan waarin samen met ouders een analyse wordt gemaakt van hun situatie, eerdere hulp, risicofactoren, risicogestuurde hulp en wat er nodig is om hun kind terug te plaatsen. Door dit als standaard op te nemen in de Richtlijn Uithuisplaatsing, die op dit moment wordt herzien, help je professionals om van goede voornemens naar uitvoering te komen.’

Bron: Defence for Children

Meer informatie

Bericht Defence for Children

Lees ook