Ouders: Herstelproces schept nieuw leed

Het herstelproces voor slachtoffers van de toeslagenaffaire is zo bureaucratisch dat het nieuwe emotionele en psychische schade veroorzaakt. Dat schrijft het ouderpanel dat de overheid adviseert over het herstelproces in een open brief in dagblad Trouw.

Directe aanleiding voor de open brief is de financiële regeling voor kinderen die slachtoffer zijn van de affaire. Eind vorig jaar zou die regeling beschikbaar zijn, schrijft het ouderpanel, nu blijkt dat op z’n vroegst eind van dit jaar te zijn. De kinderen die hebben meegedacht over de regeling hebben intussen al een jaar niets meer gehoord. ‘Hoe leggen we dat aan onze kinderen uit?’, aldus het panel.

Zelfreflectie

Het ouderpanel verwijt de betrokken instanties en gemeenten dat ze zich formeel en bureaucratisch opstellen, terwijl die houding juist de oorzaak was van de affaire. Veel gemeenten doen alsof zij de problemen van de Belastingdienst moeten oplossen, maar vergeten dat zij meer dan tien jaar hebben geweigerd deze mensen te helpen, stelt het panel. ‘Elk vorm van zelfreflectie ontbreekt.’

Keer op keer wordt het broze vertrouwen van de ouders kapot gemaakt, aldus de brief. ‘Wanneer kunnen we de draad van ons leven weer oppakken, en weer gaan opbouwen?’

Dagelijks leven oppakken

‘Het is belangrijk dat we het signaal van deze ouders serieus nemen’, zegt Anita Kraak van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘Je kunt het leed dat deze gezinnen is aangedaan niet wegnemen. Relaties zijn misschien verbroken, huizen verkocht, mensen zijn hun werk kwijt en het contact met de kinderen is soms heel anders dan voorheen. Dat kun je niet zomaar herstellen. Wel kun je kijken wat je op dit moment voor deze gezinnen kunt doen zodat ze hun dagelijks leven weer kunnen oppakken. Dat zal voor ieder gezin anders zijn.’

‘Het is een paradoxaal patroon dat we om schade te herstellen nieuwe werkprocessen en procedures bedenken die ongewild weer bijdragen aan de schade’, zegt Kraak. ‘Die procedures sluiten vaak beter aan bij de systeemwereld van het beleid dan bij het alledaagse leven van de mensen om wie het gaat.’

Leren van fouten

We leren nog te weinig van de fouten die we maken, stelt Kraak. Om dat te veranderen is volgens haar vooral ook ‘moreel leiderschap’ nodig. ‘Fouten maken mag en is niet altijd te voorkomen. Maar het leed dat daardoor soms ontstaat is zo groot dat je moreel verplicht bent om ervan te leren. Dat is een besef dat bestuurders kunnen voorleven. Door bijvoorbeeld te laten zien hoe ze geraakt zijn door situaties als de toeslagenaffaire, of door de verhalen over geweld en seksueel misbruik in de residentiële zorg. Dat kan door het eerlijk te zeggen als ze het zelf ook even niet weten. En door het falen van het eigen denken of het eigen systeem onder ogen te zien en te verdragen, en toch lerend door te gaan. Voorkom nieuwe schade door je eigen handelen, en blijf juist op dat soort momenten dichter bij gezinnen. Kijk samen wat zij nu nodig hebben in hun dagelijkse leven. En als wij dat niet zelf kunnen bieden, wie dan wel. Laat je in ieder geval niet verleiden tot nieuwe procedures zonder dat je vooraf op basis van beschikbare kennis en ervaring de consequenties daarvan hebt gewogen.’

Niet loslaten

‘Nu gebeurt het soms dat we gezinnen loslaten als we niet weten hoe we hun problemen kunnen oplossen’, aldus Kraak. ‘We zeggen ‘Het spijt me, ik kan u niet helpen’, of we zoeken onze toevlucht in procedures. Dat loslaten vermindert misschien ons gevoel van machteloosheid, maar niet dat van de gezinnen. En daar gaat het uiteindelijk om.’

Bron: Trouw

Bericht Trouw

Lees ook