Geen vermindering jeugdhulp door strenge inkoop

Het streng of juist licht selecteren van aanbieders van jeugdhulp maakt geen verschil voor het totale gebruik van jeugdhulp in een gemeente. Wel daalt in gemeenten die streng selecteren het gebruik van tweedelijns jeugdhulp zonder verblijf meer dan in gemeenten die licht selecteren. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) naar de gemeentelijke inkoop van jeugdhulp.

Het CPB vergeleek het gebruik van jeugdhulp in twee groepen gemeenten: gemeenten die aanbieders ‘streng’ selecteren op basis van offertes, en gemeenten die ‘licht’ selecteren. Bij lichte selectie laten gemeenten iedere aanbieder toe die voldoet aan een aantal minimumvoorwaarden.

In gemeenten die streng selecteren, daalde het gebruik van tweedelijns jeugdhulp zonder verblijf tussen 2011 en 2019 met 9 procent, terwijl het in gemeenten die licht selecteerden steeg met 16 procent. In de strenge gemeenten was echter het gebruik van vrij toegankelijke hulp hoger, bijvoorbeeld hulp van het wijkteam. Daardoor was het totale gebruik in beide groepen gemeenten even groot.

Vastgesteld budget

Het CPB keek ook naar de invloed van omzetbegrenzing op het gebruik. Aanbieders moeten zich dan houden aan een vastgesteld budget voor jeugdhulp. In gemeenten met omzetbegrenzing steeg het gebruik van jeugdhulp met verblijf met 66 procent; in gemeenten zonder begrenzing met 85 procent.

Het CPB denkt dat beperking van het aanbod van tweedelijns jeugdhulp gemeenten kan helpen om het jeugdhulpgebruik te verschuiven van de tweede naar de eerste lijn. De gevolgen daarvan voor de kwaliteit van de hulp heeft het CPB niet onderzocht.

Duurzame visie

Inkoop is een belangrijk instrument voor gemeenten om grip te krijgen op jeugdhulp maar is zeker niet voldoende en moet in samenhang met andere aspecten worden bekeken, stelt Rutger Hageraats van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘Nodig zijn bijvoorbeeld een duurzame visie op het hele jeugdveld, een stevige stem van ouders en jongeren, en investeren in vakmanschap van de professionals. Een goed jeugdstelsel heeft vier samenhangende kerningrediënten. Om te beginnen is het nodig het pedagogisch klimaat te versterken, in gezinnen, in de kinderopvang en op school. Daarnaast kunnen gemeenten investeren in hun preventief jeugdbeleid. Verder is het nodig om de hulp te verbeteren, in de eerste, vrij toegankelijke lijn, en in de tweedelijns hulp.’

Bron: Centraal Planbureau (CPB)

Lees ook