Extra maatregelen tegen verspreiding corona

Om verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, komen er extra maatregelen. Dat hebben demissionair premier Mark Rutte en demissionair minister Hugo de Jonge van VWS bekendgemaakt op de persconferentie van 2 november.

De maatregelen komen bovenop de bestaande regels, zoals de sluitingstijden voor de horeca en de basisregels zoals handen wassen en je laten testen bij klachten. Als toevoeging op de basisregels geeft het kabinet het dringende advies om anderhalve meter afstand te houden.

Vanaf zaterdag 6 november is het weer verplicht om een mondkapje te dragen in alle publieke binnenruimten waar geen coronatoegangsbewijzen gebruikt worden, zoals supermarkten, winkels, bibliotheken, gemeentehuizen, stations en vliegvelden.

Ook is het verplicht om tijdens verplaatsingen op mbo’s, hogescholen en universiteiten een mondkapje te dragen. Daarnaast moeten mensen met een contactberoep, zoals kappers, weer een mondkapje op.

Het kabinet roept verder op om minimaal de helft van de werktijd thuis te werken en te reizen buiten de spits.

Op meer plekken coronatoegangsbewijs

Het aantal plekken waar je een coronatoegangsbewijs moet laten zien, is uitgebreid. Vanaf 6 november geldt dit ook voor onder andere musea en buitenterrassen in de horeca.

Bij sportclubs, sportscholen en sportlessen moeten mensen van 18 jaar en ouder hun QR-code laten zien. Dit geldt ook bij muzieklessen en bijvoorbeeld bij repetities voor zang, dans en toneel boven de 18 jaar.

Georganiseerde jeugdactiviteiten voor kinderen tot 18 jaar zijn uitgezonderd van het gebruik van het coronatoegangsbewijs. Zo mogen bijvoorbeeld activiteiten vanuit het jongerenwerk maar ook de sinterklaasintocht gewoon doorgaan.

Niet meegaan in polarisatie

Jongeren zullen wat vaker geconfronteerd worden met de extra maatregelen, zoals het dragen van een mondkapje en het tonen van een toegangsbewijs op bijvoorbeeld een terras. ‘Daarbij staan zij voor de keuze of ze zich wel of niet willen laten testen of vaccineren’, zegt Karlijn Stals van het NJi. ‘Dit kan voor een tweedeling zorgen in vriendengroepen of tussen ouders en kinderen. Het is belangrijk om daarbij niet in de polarisatie mee te gaan, maar er juist met elkaar over te praten. Stel bijvoorbeeld vragen, spreek je uit als je het lastig vindt of benoem dat het oké is als je ergens anders over denkt.’

Bron: Ministerie van VWS

Meer informatie

Bericht ministerie van VWS

Lees ook