Aparte regeling voor talentolk in ggz

Zorgaanbieders in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de forensische zorg kunnen de inzet van een talentolk voortaan apart in rekening brengen. Dat heeft de Nederlandse Zorgautoriteit bekendgemaakt.

De inzet van een talentolk was voorheen verwerkt in de reguliere tarieven. Dat was ongunstig voor zorgaanbieders met veel cliënten die de Nederlandse taal niet spreken. Voor hen waren de tarieven niet toereikend. Nu kunnen zij een toeslag in rekening brengen voor een talentolk.

Ook voor de jeugdhulp is de inzet van talentolken belangrijk. Kinderen met ouders die geen Nederlands spreken, krijgen daar soms de taak van tolk toebedeeld. Dat kan ernstige psychische gevolgen hebben voor een kind, door een te grote psychische belasting of schoolverzuim. In april begon daarom een postercampagne die zorgprofessionals oproept om geen kinderen meer in te zetten als tolk: Dit is een kind en geen tolk.

Het is geen goed idee om een kind in te zetten als tolk, beaamt Karlijn Stals van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘De onderwerpen zijn soms niet geschikt voor hun leeftijd. Bovendien is goede communicatie een voorwaarde voor de  besluitvorming over effectieve hulp. Dat kun je niet aan een kind overlaten.’

Divers team

Een divers samengesteld team is een eerste stap richting goede communicatie, zegt Stals. ‘Heb je een medewerker die de taal van het gezin spreekt, dan kun je daar bij de verdeling van taken rekening mee houden.’

Professionele tolk

Maar zo’n match zal er ook vaak niet zijn, weet Stals. ‘Bij eenvoudige gesprekken, bijvoorbeeld over het rapport van een kind, kun je een beroep doen op een volwassene uit de familie, de vriendenkring of de geloofsgemeenschap van het gezin. Maar heb je een ingrijpend gesprek over bijvoorbeeld een schooladvies of een langdurig hulptraject, dan kan een organisatie beter een beroep doen op een professionele tolkendienst. Die gesprekken zijn te belangrijk om te riskeren dat je elkaar verkeerd begrijpt. Het is nodig dat in tarieven ruimte is voor de inzet van professionele tolken.’

Bron: Nederlandse Zorgautoriteit; Johannes Wier Stichting