Polarisatie, radicalisering en extremisme

Radicalisering en extremisme zijn wereldwijd actuele maatschappelijke thema’s. Hoe kinderen daarmee omgaan of daarop reageren, hangt ook af van hun mediagebruik. Kinderen kunnen bijvoorbeeld zelf via media berichten verspreiden, of kunnen hun denkbeelden en gevoelens laten bepalen door wat ze horen en zien. Media kunnen zo polarisatie en tegenstellingen in het denken over groepen versterken en daarmee de kans op radicalisering vergroten. Media kunnen daarnaast ook angsten voor radicalisering of extremisme bij kinderen aanwakkeren.

Kinderen ondersteunen bij mediagebruik

Via de opvoeding kunnen ouders het mediagebruik en de invloeden van media bijsturen. In de praktijk is dit echter niet zo vanzelfsprekend. Ouders weten lang niet altijd wat hun kinderen zien en oppikken vanuit de media of wat hun kinderen zelf op platforms posten. Als ze dat wel weten en zich er zorgen over maken, weten ze vaak niet wat te doen.

Ook veel docenten of jeugdwerkers ervaren in hun dagelijks werk dat zij niet goed weten hoe ze het gesprek met kinderen aan moeten gaan over polarisatie, radicalisering en extremisme en de rol van media daarbij.

Er zijn drie belangrijke gevolgen van het mediagebruik van kinderen waar we op deze pagina over polarisatie, radicalisering en extremisme bij stilstaan. Om als ouder of professional kinderen in hun mediagebruik te kunnen ondersteunen, is het belangrijk om rekening te houden met:

  • Emotionele reacties. Media-aandacht voor extremisme, gewelddadige protestacties en terroristische aanslagen kan een beangstigend wereldbeeld bij kinderen of jongeren creëren.
  • Stereotiep denken en aversie. Eenzijdige of stereotype aandacht in de media voor bepaalde groeperingen of gedachtegoed kan er toe bijdragen dat kinderen of jongeren zich minder verbonden voelen met de democratische samenleving en zich daarvan gaan afkeren.
  • Propaganda en ongewenste contacten. Via sociale media en het deep of het dark web kunnen kinderen of jongeren ook in contact komen met andere reeds geradicaliseerde extremisten en zo geronseld worden voor het verder uitdragen van extreem gedachtengoed.

Het is van belang dat ouders en beroepsopvoeders in kunnen spelen op de verschillende gevolgen van het mediagebruik van kinderen in relatie tot polarisatie, radicalisering en extremisme. Aandacht voor hoe om te gaan met media thuis of op kinderdagverblijven en scholen is heel belangrijk. Daarbij gaat het dan om betrokkenheid tonen en het gesprek kunnen voeren over:

  • op welke media kinderen en jongeren actief zijn;
  • wat ze daar voor informatie vinden en hoe ze dat duiden;
  • of en hoe kinderen weten wat echt is en wat niet en hoe dat
  • hun wereldbeeld vormt;
  • of en hoe kinderen met hun vrienden over polarisatie, radicalisering en extremisme spreken.

Onderaan deze pagina staan diverse tips en aandachtspunten waarmee opvoeders ongewenste invloeden van media kunnen verminderen en deze juist als positief in de opvoeding kunnen benutten.

Radicalisering, polarisatie en extremisme

Bij radicalisering is een persoon of een groep in toenemende mate bereid gevolgen te aanvaarden van een strijd voor een samenleving die niet overeenkomt met de democratische rechtsorde. Wanneer er ook bereidheid is om zulk gedachtengoed met geweld te realiseren, is er sprake van extremisme of terrorisme.

Tegenstellingen en spanningen tussen groepen burgers kunnen een voedingsbodem vormen voor radicalisering, en eventueel ook extremisme. Vooral wanneer de tegenstelling of polarisatie samengaat met afscheiding langs sociale, etnische of religieuze lijnen is er een verhoogd risico op radicalisering.

Bij radicalisering gaat het vaak over extreme religieuze opvattingen die haaks staan op de democratische rechtsorde, zoals jihadisme. Radicalisering kan echter ook betrekking hebben op links-extremisme (antifa’s, milieu-extremisten), rechtsextremisme (anti-islam, anti-immigratie) of dierenrechten-extremisme. Op deze pagina gaat het vooral over de gevolgen van jihadisme, omdat de dreigingsinvloed daarvan op de samenleving het grootst is.

Emotionele reacties

Het nieuws benadrukt vaak de negatieve, ernstige kanten van wat er in de werkelijkheid gebeurt. Hoe heftiger een gebeurtenis en hoe meer mensen het raakt, des te groter de kans dat het als onderwerp in de krant of op televisie of het internet komt. Terroristische aanslagen, extremistische dreigingen, en moorden of pogingen daartoe zijn daarom sterk oververtegenwoordigd in het nieuws en reportages. Zaken die voor de politie dagelijkse kost zijn, bijvoorbeeld overvallen, inbraken of verkeersongelukken, komen juist opvallend weinig in het nieuws voor.

De nadruk op ernstige gebeurtenissen in het nieuws en andere reportages kan ertoe leiden dat kinderen en jongeren gaan denken dat het er in de werkelijkheid heftiger aan toe gaat dan feitelijk het geval is. Alle kinderen kunnen daardoor angstreacties hebben bij het nieuws.

De wijze waarop media verslag doen van ernstige gebeurtenissen of delicten maakt veel uit voor hoe emotioneel kinderen of jongeren daarop reageren. Hoe meer kinderen of jongeren zich kunnen inleven met een gewelddadige situatie, bijvoorbeeld doordat een aanslag plaatsvindt op een voor hen bekende locatie of doordat de slachtoffers op henzelf lijken, hoe sterker de invloed op angstgevoelens is. Ook maakt het voor de beleving uit hoe gedetailleerd de situatie in beeld komt.

  • Schietpartijen op scholen of aanslagen in winkelcentra die ‘dichtbij’ zijn, zorgen dus meestal voor meer angst dan wanneer die gebeurtenissen op een locatie ver weg in een ander, onbekend land gebeuren.
  • Ernstige gebeurtenissen op een locatie waar een kind of jongere een band mee heeft, bijvoorbeeld omdat daar familieleden wonen, zorgen ook voor meer emotionele reacties dan wanneer die locatie geen directe herkenning of herinneringen oproept.
  • Als alleen de gevolgen achteraf te zien zijn, zoals een opgeblazen huis of een auto met wat schade, maakt dat minder indruk dan wanneer de aanslag zelf in beeld is. In paniek wegrennende, schreeuwende mensen, het horen van pistoolschoten, of beelden van een exploderende bom leiden in het algemeen tot meer angstreacties bij kinderen.
  • Beelden waarbij de camera bovenop de ernstige situatie zit, leiden doorgaans ook tot meer angst en zorgen dan beelden waarin de aanslag niet erg duidelijk te zien is, bijvoorbeeld als het verder weg gebeurt. Omdat iedereen tegenwoordig met de smartphone filmpjes kan maken
    toont het nieuws vaak ernstige beelden van dichtbij.

Bij aanslagen in de Westerse samenleving gaat het niet alleen om zoveel mogelijk slachtoffers te maken, maar ook om te zorgen voor duidelijke indringende beelden. Dus om bijvoorbeeld opnames via beveiligingscamera’s of om filmpjes die omstanders via hun smartphone hebben gemaakt.

Extremisten creëren zelf ook zoveel mogelijk beelden die angst aanjagen. IS verspreidde bijvoorbeeld expres de gruwelijke onthoofdingsfilmpjes of opnames van het vernielen van culturele erfstukken via platforms als YouTube. Ze proberen angst te creëren door te laten zien dat de Westerse samenleving geen vuist kan maken tegen hun overmacht.

Hoe meer beelden er op sociale platforms of in het nieuws beschikbaar zijn van aanslagen, des te meer profijt extremisten daarvan hebben. De invloed van zulke berichtgeving op het dagelijks bestaan en de economie is immers immens. Families laten de keuze voor uitstapjes of hun vakantiebestemming bijvoorbeeld in sterke mate meebepalen door de berichtgeving over aanslagen en gewelddadige conflicten.

Ook de keuze om wel of niet met het vliegtuig te reizen en met welke maatschappij wordt ingegeven door hoe kranten en journaals over terrorisme en aanslagen berichten en door wat er op sociale media over wordt gezegd.

Effecten op kinderen

Tot een jaar of 10 hebben de meeste kinderen nog weinig besef van politieke problemen of van conflicten op wereldniveau. Bij aanslagen kunnen ze zich nog niet zo veel voorstellen. Jongere kinderen kunnen wel bang worden van de angstreacties die ze bij hun ouders zien. Vanaf hun 10e hebben steeds meer kinderen een eigen smartphone.

Vanaf die leeftijd krijgen kinderen ook steeds meer interesse in wat er in de wereld gebeurt. Kennis daarover vergaren ze tegenwoordig vaker via social media platforms dan via traditionele media. Filmpjes en foto’s gaan razendsnel rond via Instagram, Tumbler, Pinterest, SnapChat of YouTube en in mindere mate ook wel via Twitter en Facebook. Het delen van berichten en filmpjes gebeurt in principe ongecontroleerd, er is geen redactie die toezicht houdt op welke beelden rondgaan. Kinderen sturen het zelf aan elkaar door en gaan ook actief op zoek naar zulke beelden. Als ze ervan gehoord hebben, willen ze weten wat het inhoudt.

De kans is groot dat ingrijpende filmpjes tot stevige angstreacties leiden. Slecht slapen of nachtmerries kunnen het resultaat zijn. De meeste kinderen vinden één keer kijken dan ook wel genoeg. Als kinderen zulke beelden vaker gaan opzoeken en bewust aan anderen gaan doorsturen, is het belangrijk om daar actie op te ondernemen. Het doorsturen kan onderdeel zijn van bravoure-gedrag, maar ook een signaal zijn dat er meer aan de hand is.

Stereotiep denken en aversie

Hoewel er ontzettend veel mogelijkheden zijn om jezelf te vermaken en geïnformeerd te zijn over de werkelijkheid, is het in de praktijk moeilijk om al die mogelijkheden ook echt te benutten. Veel mensen beperken zich bewust of onbewust tot een selectie van media die aansluiten bij hun behoeften. Bovendien delen mensen hun mediaselecties en de informatie daarin vaak alleen met anderen die ook in dat type informatie geïnteresseerd zijn. Door die beperkte mediabenutting, ook wel informatie-bubble genoemd, komt informatie uit andere bronnen minder snel bij hen aan.

Ook voor kinderen geldt dat zij door een beperkte mediakeuze in een informatie-bubble kunnen opgroeien. Op zich levert zulk mediagebruik meestal geen problemen op, maar het is wel belangrijk om er bewust van te zijn. Beperkt gebruik van de media kan namelijk wel bijdragen aan polarisatie en van daaruit aan radicalisering of extremisme. Als je de hele tijd alleen maar gelijkgestemde geluiden en beelden ontvangt krijg je een minder brede blik op de wereld.

Stereotype beelden in films, series en games

Films, series en games gaan over verzonnen verhalen, maar kunnen wel op de realiteit lijken. Daarbij gebruiken de makers vaak stereotypen om de werkelijkheid te versimpelen. Boeven in kinderfilms of tv-series vertegenwoordigen bijvoorbeeld vaak een culturele minderheid (bijvoorbeeld Mexicaans, Italiaans of Oost-Europees) en spreken vaak met een accent of in een typisch dialect. In veel geweldfilms gaat het vaak ook om politieke wereldverhoudingen. De slechteriken waren vroeger vrijwel altijd Russisch of hadden tenminste een link met het communisme en het voormalig Oostblok.

Tegenwoordig zien we dat veel gewelddadige games en films gesitueerd zijn in het Midden-Oosten, waarbij vooral moslims en Arabieren als boeven worden geportretteerd. Ook Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse landen worden in veel films of games negatief neergezet via een vertekend beeld van corruptie en politieke misstanden. Kinderen en jongeren die zulke games spelen of series en films zien, krijgen daardoor impliciet de boodschap mee dat de moslimcultuur en regimes in het Midden-Oosten of in Afrika en Zuid-Amerika minderwaardig of zelfs kwaadaardig zijn.

De stereotype portrettering van culturen en bevolkingsgroepen in de entertainment media kan onbedoeld afstand en onbegrip creëren en daardoor bijdragen aan polarisatie in de samenleving. Kinderen met een westerse achtergrond kunnen een negatief beeld van andere culturen en religies ontwikkelen, terwijl kinderen met een niet-westerse of een moslimachtergrond zich juist miskend kunnen gaan voelen. Zij kunnen het idee krijgen dat zij als groep ‘weggezet’ worden en er in de Nederlandse, westerse samenleving niet bij horen. Dit kan een voedingsbodem vormen voor aanhaken bij radicaal gedachtengoed.

Nieuws

Kranten, journalistieke televisieprogramma’s zoals het nieuws of talkshows, en internet nieuws-websites, proberen een zo eerlijk mogelijk beeld te geven van wat er in de wereld gebeurt. De berichtgeving is erop gericht feiten boven tafel te krijgen en deze te duiden voor de kijker of lezer. De nieuwsberichtgeving heeft echter altijd een bepaalde inkleuring, omdat de media te maken hebben met factoren als abonneeaantallen en kijk- of bezoekcijfers en met de sociaal-culturele achtergrond van de gebruikers van het nieuws. Bovendien hebben de makers van het nieuws hun eigen opvattingen over de samenleving.

In het nieuws en zeker in opiniërende programma’s worden altijd keuzes gemaakt voor hoe en waarover wordt bericht. Daardoor zijn er tussen kranten, websites en programma’s altijd belangrijke verschillen en ook per samenleving verschilt de berichtgeving. Het nieuws van Nederlandse journaals is anders dan dat van Duitsland, Engeland of Amerika en het westerse nieuws legt weer andere accenten dan bijvoorbeeld nieuwszenders uit Azië, Afrika of het Midden-Oosten.

Onbegrip van of onbekendheid met een ander perspectief op het nieuws kan bij westers georiënteerde kinderen leiden tot een beperkt en vertekend wereldbeeld. Voor kinderen die in Nederland opgroeien maar in hun familie ook te maken hebben met andere culturen, zoals de Marokkaanse of Turkse, kan de westerse nieuwsberichtgeving tot verwarring leiden. Zo kan er onbegrip zijn voor normen en waarden die hier als ‘geaccepteerd’ worden voorgesteld, maar die in de eigen cultuur gevoelig liggen, zoals sarcasme over het koningshuis, het beledigen van religie, omgaan met seksualiteit, of verwachtingen bij man-vrouw rollen.

Als kinderen zich met een andere cultuur kunnen identificeren kunnen zij de westerse berichtgeving ook als ‘partijdig’ of ‘eenzijdig’ betitelen, wat tot afwijzing van die nieuwsbronnen kan leiden. Voor kinderen die zich miskend of geen onderdeel van de Westerse samenleving voelen kan de media-aandacht voor gevoelige thema’s er toe bijdragen dat zij zich nog verder afzonderen van de samenleving.

Dit risico geldt overigens niet alleen voor kinderen met een islamitische of Turkse of Marokkaanse achtergrond. Ook andere kinderen kunnen zich miskend voelen door de westerse nieuwsberichtgeving, bijvoorbeeld kinderen die zich sterk identificeren met onrechtmatige situaties in andere culturen en het westen als boosdoener zien. Gevoelige kinderen kunnen daardoor het idee krijgen dat een ander extremer gedachtengoed beter aansluit op hun behoefte aan zingeving en op zoek gaan naar alternatieve nieuwsbronnen die wel aansluiten bij hun denkbeelden.

Sociale media

Hoewel kinderen via sociale media ongekend veel contacten kunnen hebben en allerlei informatie met elkaar kunnen delen, speelt ook hier het risico dat zij een vertekend wereldbeeld kunnen ontwikkelen. Op fora of in de timeline van sociale media platforms is iedereen gelijk en kan iedereen zeggen wat hij wil. Maar omdat het gevoel van anonimiteit op het internet groter is en door de snelheid van online media, zijn er minder remmingen om bepaalde uitspraken te doen of om foto’s of beelden te versturen of doorsturen. Conversaties op sociale media kunnen daardoor harder of meer confronterend zijn.

De snelheid van online media zorgt er ook voor dat het moeilijk is om je eraan te onttrekken. In een online omgeving is er meer druk om bij het gesprek van de groep te blijven, wat weer bijdraagt aan een solidariteitsgevoel. Hoe meer kinderen zich verbonden voelen met anderen in de online community, des te makkelijker zij informatie met die groep willen blijven delen. Tegelijkertijd gaan kinderen zich dan ook meer aanpassen aan de norm die binnen een groep geldt en zijn ze minder geneigd om open te staan voor andersoortige informatie uit andersoortige offline omgevingen.

Wat er in een online discussie omgaat, onttrekt zich vaak aan het zicht van buitenstaanders. Meekijken of meelezen op het kleine scherm van een telefoon is vaak ondoenlijk voor ouders, docenten of leeftijdsgenoten. Op zich hoeft een online groepsdynamiek niet gevaarlijk te zijn, maar er zijn wel risico’s.

Ten eerste kunnen kinderen zo in een virtuele bubble terechtkomen, waarbij ze vooral contacten hebben en informatie uitwisselen met personen die net als zij een beperkt wereldbeeld hebben. In een meer extreem geval kunnen kinderen in de tweede plaats in een zogenaamde echo-chamber terechtkomen. In zo’n online omgeving gaan de gesprekken alleen nog maar over één onderwerp en wordt het stereotiep denken daarover steeds meer versterkt.

Bij online discussies rond extreem gedachtengoed kunnen sociale media zo gevoelens van onvrede en ongenoegen versterken, wat uiteindelijk kan leiden tot systeemaversie, -desertie, of uiteindelijk zelfs systeemhaat.

Propaganda en ongewenste contacten

Extremistische groeperingen zetten moderne media bewust in om hun gedachtengoed te verspreiden en anderen daarvoor te interesseren. Het internet kan zo een versterkend
effect hebben op gevoelige personen.

De media-machine van IS zorgde bijvoorbeeld niet alleen voor angstaanjagend videomateriaal, maar ook voor heel veel propagandafilmpjes waarin ‘gewone’ westerse gerekruteerde soldaten de dagelijkse gang van zaken binnen het Kalifaat laten zien, alles om vertrouwdheid en herkenning op te roepen. Alle filmpjes gaan over belangrijke thema’s:

  1. Bruut geweld dat media-aandacht trekt, de kracht van de organisatie toont en het sterven als martelaar laat zien;
  2. Medelijden dat de slachtofferpositie ten opzichte van het westen benadrukt;
  3. Oorlog die moet aantonen dat IS een staat of entiteit op zich is en spanning biedt;
  4. Broederschap en saamhorigheid;
  5. Utopie, een blik op een betere, ideale wereld.

Daarnaast zetten extremistische groeperingen verborgen websites in om anoniem boodschappen te kunnen verspreiden, bijvoorbeeld justpaste.it. Het internet kent geen beperkingen van tijd- en landzones, waardoor de boodschappen en contactpersonen altijd bereikbaar zijn. De achterliggende gedachte van de propagandamachine is dat hoe meer aanbod er is, hoe groter de kans dat mensen bereikt worden en dat er uiteindelijk iemand ‘geraakt’ wordt.

Naast de distributie van zoveel mogelijk propagandamateriaal wordt ook gericht contact gezocht met geïnteresseerde jongeren, bijvoorbeeld via de applicatie Telegram. Via dat platform kunnen versleutelde berichten verstuurd worden, die ook na verloop van tijd vanzelf verwijderd kunnen worden.

Daarnaast worden via automatische berichtenmachines (bots) ook massaal boodschappen verspreid op andere sociale media platforms. Om de exclusiviteit van de boodschappen te benadrukken, verdwijnen zulke automatisch verspreide berichten ook weer na verloop van tijd. Speciale moderators van de extremistische beweging (administrators) controleren in de groepchats wie er online aanwezig zijn en waar de kinderen het met elkaar over hebben.

Inkapselen en losweken

Slachtoffers worden doelbewust uitgezocht en benaderd. Op sociale media worden kinderen gevonden op basis van wat ze daar posten, berichten die ze liken of delen. Als er eenmaal contact is met geïnteresseerde kinderen, wordt de communicatie doelbewust gestuurd. Zogenaamde ‘predikers’ produceren en delen beeldmateriaal en teksten om het denkpatroon in een bepaalde richting te sturen. Ingezet wordt op een moreel, religieus besef. Langzaamaan wordt geprobeerd een vertrouwensband op te bouwen, terwijl het kind tegelijk losgeweekt wordt van zijn omgeving.

Kinderen krijgen berichten waarin erkenning en medeleven met hun situatie centraal staan. Ook krijgen ze waardering voor als ze zich op de sociale media als een goed moslim of als vertegenwoordiger van een gedachtengoed presenteren. In de contacten wordt benadrukt dat de levensvragen waar de jongere mee worstelt heel herkenbaar zijn en dat hun eventuele twijfel over de rechtsorde gerechtvaardigd is. Door online met gelijkgezinden in contact te zijn raakt het kind steeds meer geïsoleerd van zijn oorspronkelijke omgeving. Sluimerende gevoelens van onvrede worden bevestigd en versterkt en als oplossing wordt aansluiting bij het extremistisch gedachtengoed geopperd. Elke keer als het kind iets doet wat past bij de ideologie, een kleine stap zet, wordt dat beloond en in een gesloten chatgroep gevierd.

Afwijkende meningen worden verdrongen, genegeerd, of verdraaid in de richting van de ideologie. Kinderen die niet voldoen worden uit de groep gezet, terwijl kinderen die echt ‘geïnteresseerd’ zijn overblijven. Vervolgens nemen ‘recruiters’ het stokje over. Deze personen hebben de juiste contacten in een uitgebreid netwerk en kennen de lijnen van de organisatie.

Welke kinderen of jongeren

Waarom sommige mensen binnen een samenleving interesse tonen in gepolariseerd gedachtengoed, radicaliseren en in extreme gevallen zelfs overgaan tot geweld en samenleving ontwrichtende acties is moeilijk te verklaren. Het gaat wel altijd om een combinatie van sociale en individuele factoren.

Jongeren vormen daarbij een meer vatbare groep dan kinderen of volwassenen, omdat zij zich in een levensfase bevinden waarin zij hun eigen identiteit nog moeten vormen en tegelijk steeds meer los staan van hun ouders. In die periode zijn jongeren juist het meest vatbaar voor groepsdruk, hebben ze meer moeite met weerstand bieden aan impulsgedrag, en hebben ze een sterke behoefte aan directe bevrediging van hun wensen, verlangens en idealen.

Wanneer er dan ook een sterk verschil is tussen gehanteerde normen en waarden in de verschillende leefomgevingen van het kind, thuis, op school, op straat en of de kerk of moskee, kan het gebeuren dat het kind het gevoel krijgt nergens echt bij te horen. Soms gaat het daarbij om kinderen die een moeilijke opvoedsituatie kennen, maar soms ook om kinderen die uit hechte, warme gezinnen komen.

Ongunstige omstandigheden in het opgroeien, zoals ervaren discriminatie, sociale uitsluiting, en lage kansen op de arbeidsmarkt, vormen samen met psychische problematiek, sociale of cognitieve beperkingen een potentiële voedingsbodem voor veel opgroei-problemen.

Wanneer de media daarbij als stigmatiserend ervaren worden of wanneer alternatieve mediakanalen een boodschap uitdragen dat er antwoord is op de ervaren onvrede, bestaat het risico dat kinderen uiteindelijk meer en meer radicaal gaan denken. In het algemeen geldt dat de media nooit alleen bepalend zijn voor radicalisering en eventueel extremisme. Directe contacten met anderen blijven altijd essentieel om de stap naar extremisme te maken.

Preventie

Radicalisering is een proces dat op verschillende manieren kan verlopen. Daarbij kunnen allerlei factoren een rol spelen. Hoewel het vooralsnog onduidelijk is wanneer en bij welke kinderen die factoren daadwerkelijk als triggerfactoren fungeren, bestaan voor preventie, aanpak en de-radicalisering al wel diverse initiatieven die ingaan op zulke factoren. Voor zover bekend gaan die initiatieven echter nog niet heel concreet in op de rol van media.

Om de beïnvloeding van kinderen door media tegen te gaan is het belangrijk dat ouders, school en andere personen het kind ondersteunen bij het gebruik van media. Via mediaopvoeding en het aanleren van mediawijsheid kunnen kinderen minder vatbaar worden voor radicale boodschappen die via media verspreid worden.

Via lessen in mediawijsheid en betrokken ouders kunnen kinderen juist leren om media bewust te gebruiken, informatie te duiden in een bredere context, echte en nep-berichten te onderscheiden, en mediabubbles te herkennen. Zo kunnen kinderen meer inzicht krijgen in de rol van nieuwsberichtgeving en in denkbeelden die via reguliere entertainment-media worden verspreid, waardoor ze weerbaar worden voor polarisatie, radicalisering en eventueel extremisme.

Tips voor wat ouders kunnen doen zijn op papier vaak makkelijker te formuleren dan in de praktijk uit te voeren. Belangrijk is dan ook om ook de context van het gezin mee te nemen. Niet alleen de ouders hebben een rol, ook andere gezinsleden kunnen soms van belang zijn, bijvoorbeeld oudere broers of zussen, ooms en grootouders. Daarnaast kunnen de school of het jongerenwerk en de kerk of moskee betrokken worden om kinderen te ondersteunen in mediawijsheid en meer weerbaar te zijn tegen media invloeden.

Tips voor ouders

In het algemeen is belangrijk dat ouders zo veel mogelijk contact hebben met hun kind en dat ze weten wat kinderen met media doen. Adviseer ouders daarom altijd interesse te tonen voor het mediagedrag van hun kind. Dat betekent niet op voorhand media verbieden, maar wel betrokken te zijn bij dat mediagedrag. 

  • Het is goed dat ouders nadenken over de impact die beelden van ernstig nieuws, zoals aanslagen, op kinderen kunnen hebben. Lang niet elke ouder weet dat zulke beelden ook op hun kinderen effect kan hebben.
  • Om angsten bij ernstig nieuws tegen te gaan, is het voor jonge kinderen belangrijk dat ouders hun kinderen troosten, afleiden of weghouden van emotionele beelden. Zij kunnen hun kinderen eventueel een uitlaatklep geven door ze te laten spelen of tekenen, als kinderen hun emoties niet onder woorden kunnen brengen.
  • Bij oudere kinderen is het goed om ernstige situaties te bespreken als ze daar angstig over zijn. Laat kinderen vertellen over wat ze gezien hebben en wat ze ervan vinden. Erken hun emoties en probeer een context te geven. Wijs ook op positieve kanten, bijvoorbeeld hoeveel mensen het overleefd hebben, dat er altijd hulpverleners zijn, of dat mensen solidair zijn en protest aantekenen.
  • Om de invloed van een vertekend wereldbeeld tegen te gaan, is het goed als ouders ook daar op wijzen. Vragen waarom de slechteriken in series of games vaak een stereotype achtergrond hebben, kan al voldoende zijn om kinderen bewust te maken dat de werkelijkheid genuanceerder is. Praten over het nieuws en over verschillen tussen nieuwsbronnen helpt kinderen ook een kritische blik te ontwikkelen.
  • Als kinderen aangeven het niet eens te zijn met wat er in de berichtgeving wordt gezegd of als ze juist overmatig geïnteresseerd zijn in een bepaalde geloofsovertuiging is het ook belangrijk dat ouders daarover doorvragen. Afkeuren of gedogen is vaak geen effectieve strategie. Beter is het om alternatieve zienswijzen aan te dragen om een breder perspectief en meer context te bieden. Dat laat kinderen in hun waarde en helpt ze om kritisch naar zichzelf te kijken. Ook helpt het om het gevoel van buitengesloten zijn tegen te gaan.