Collectief werken: zo pak je samen veelvoorkomende problemen in de wijk aan

Als wijkteammedewerker kom je vaak dezelfde vragen en problemen tegen bij verschillende kinderen en gezinnen. Zoals armoede of psychische problemen. Samen met bewoners en collega's uit de wijk kun je werken aan een aanpak die meer mensen tegelijk helpt. Dit heet collectief werken. Op deze pagina lees je hoe je collectief werkt in de praktijk.

Wat houdt collectief werken in voor het wijkteam?

Collectief werken betekent dat je als wijkteam kijkt welke vragen en wensen vaak voorkomen bij gezinnen in de wijk. Bijvoorbeeld opvoedvragen van ouders, of prestatiedruk bij jongeren. Vervolgens zoek je, samen met gezinnen en collega's van andere organisaties uit de wijk een aanpak die voor meerdere mensen tegelijk werkt. Je kijkt ook of er al voorzieningen en activiteiten in de wijk zijn die hierbij aansluiten. Of dat er iets nieuws nodig is dat je samen met inwoners en organisaties kunt organiseren. Bijvoorbeeld een gespreksavond voor ouders die zich zorgen maken over het uitgaansgedrag van hun kind.

Wat is de meerwaarde van collectief werken?

De samenleving is steeds meer op het individu gericht. Mensen vragen minder vaak hulp aan familie, vrienden of buren. Steeds vaker gaan ze naar professionals voor ondersteuning. Terwijl je bij veelvoorkomende problemen ook mensen uit je omgeving kunt betrekken.

Door veelvoorkomende vragen en problemen collectief aan te pakken, doe je een beroep op iedereen die in de wijk betrokken is. Vaak zorgt dat voor herkenning en begrip. Dit helpt om problemen te normaliseren. Ook kunnen mensen zo van elkaar leren hoe je met moeilijke situaties omgaat. Je kijkt samen hoe iedereen kan bijdragen aan een sterk netwerk van ondersteuning in de wijk. Daarmee worden problemen duurzamer opgelost, en soms zelfs voorkomen.

Wat is ervoor nodig om als wijkteamprofessional collectief te werken?

Om veelvoorkomende vragen en problemen te herkennen, moet je als wijkteamprofessional goed weten wat er in de wijk speelt. Je zoekt gezinnen en andere professionals actief op om aan gezamenlijke thema's in de wijk te werken. Dit is ervoor nodig:

  • Verzamel informatie over de wijk. Zoals wie er wonen, welke vraagstukken er spelen, welke buurtinitiatieven er zijn, en wat er nog mist. Wat is er in het verleden geprobeerd en hoe is dat gegaan? Kijk bijvoorbeeld naar de gezondheidsmonitor van de gemeente, en onderzoek van de GGD en RIVM.
  • Leer de wijk kennen door te praten met gezinnen en organisaties. Vraag naar wijkinitiatieven van bewoners, de gemeente of andere organisaties in de wijk.
  • Vraag gezinnen en collega's uit de wijk naar veelvoorkomende vraagstukken, zoals armoede, schulden of overlast. Stel deze vraag ook aan bijvoorbeeld winkeliers, gebedshuizen en scholen. Zo krijg je een goed beeld van wat er speelt en welke oorzaken dit heeft. Je verkent vervolgens of je hiervoor een gezamenlijke aanpak wil ontwikkelen.
  • Onderhoud warme contacten met andere professionals die veel contact hebben met bewoners. Zoals op scholen, bij de huisarts, de kinderopvang, buurthuizen, speeltuinen en de woningbouwvereniging. Ook collega's in het jongerenwerk en de gezondheidszorg spreken veel bewoners.
  • Zorg dat je mensen leert kennen die veel contact hebben met gezinnen. Zoals mensen van bewonersinitiatieven, oppasmoeders, kappers, welzijnswerkers, de bakker en medewerkers van sportclubs.
  • Zorg dat bewoners en organisaties jou makkelijk kunnen bereiken. Via de normale routes zoals telefoon en per mail. Of door op vaste momenten op een bepaalde plek aanwezig te zijn.

Als je bewoners met elkaar in contact brengt, kunnen ze elkaar helpen en worden ze sterker. Laat meer mensen meedoen aan activiteiten waar zij iets aan hebben. Dat doe je door de krachten en initiatieven in de wijk goed te kennen, hulpvragen op te sporen en deze te bundelen. Soms organiseer je een groepsactiviteit in je wijk. Dit doe je niet alleen, maar samen met je team en met draagvlak en ondersteuning van je organisatie.

  • Maak gebruik van plekken in de wijk waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Zoals een buurthuis, café of gebouw bij een speeltuin.
  • Sluit aan bij bestaande activiteiten van bewoners en organisaties. Die zijn vaak laagdrempelig, gratis of goedkoop en vrij toegankelijk.
  • Help bestaande burgerinitiatieven en bewonersnetwerken sterker te maken. Bijvoorbeeld door een ruimte, netwerk of financiering te bieden. Zorg ook voor verbinding met andere organisaties, kennis en tools om het initiatief te laten groeien. Deel ideeën, verbind mensen met de gemeente of bied hulp als dat nodig is.
  • Organiseer collectieve activiteiten, zoals voorlichtingsavonden of een cursus voor ouders.

Om te achterhalen welke problemen vaak voorkomen in de wijk, moet je weten waar je op moet letten. Je hebt dus kennis nodig om signalen te herkennen. Hierbij kijk je verder dan het eerste symptoom, maar breng je de dieperliggende oorzaak in kaart. Bij het stellen van vragen kijk je niet alleen naar de problemen, maar ook naar wat iemand goed kan en wat er al goed gaat. Als je goed begrijpt wat er speelt en waarom, kun je beter helpen. Soms is een gezamenlijke oplossing dan het beste, zoals een cursus of activiteit voor meerdere bewoners tegelijk.

Voorbeeld

Sam (15) spijbelt vaak. Het lijkt alsof hij geen motivatie heeft. Na doorvragen ontdekt de wijkteamprofessional dat Sam veel stress heeft door zorgen over zijn schoolcijfers. Via contacten met jongerenwerkers hoort de wijkteamprofessional dat meer jongeren prestatiedruk ervaren. Samen met zijn team denkt hij na over een gezamenlijke oplossing. Zoals een activiteit of cursus om stress te verminderen.

Hulpmiddelen bij collectief werken

Er zijn verschillende handige hulpmiddelen die je kunnen helpen bij het werken aan gezamenlijke vraagstukken in de wijk:

  • Het Kwaliteitskompas helpt om hardnekkige problemen en vraagstukken in kaart te brengen. Gemeenten gebruiken het om samenwerking over een vraagstuk te bevorderen, te leren van elkaar en te zien wat wel en niet werkt.
  • De Preventiematrix richt zich op het versterken van beschermende factoren en het aanpakken van risico's. Het helpt om wensen, behoeften en speerpunten in beeld te brengen aan de hand van vier stappen.
  • Het Netwerkkwadrant helpt om te bepalen in welk kwadrant je je bevindt: individuele hulpvraag of een wijkbreed patroon. En welke werkwijze en houding hierbij passen.
  • De ABCD-methode biedt een aanpak die gericht is op sociaal-economisch zwakkere wijken. De methode kent een opbouw in 5 stappen. Een daarvan is het in kaart brengen van capaciteiten van bewoners, de potentie van informele netwerken, de welwillendheid van instituties en de fysieke kwaliteiten in de buurt.
  • De Routekaart voor collectief werken laat zien hoe je samen problemen in de wijk op een duurzame manier aanpakt. Je vindt er een vierstappenplan dat helpt om alle betrokkenen hun rol te laten nemen zodat hun samenwerking meer oplevert.
  • Collectief magazine. Voor een goede aanpak is het belangrijk dat collectief werken op drie niveaus wordt ondersteund: strategisch, tactisch en uitvoerend. Je leest hierover op pagina 7 van dit magazine.

Handreiking De juiste professional op de juiste plek (Zorg voor de Jeugd) Handreiking burgerinitiatieven en wijkteams (NJi) Magazine COLLECTIEF 1 (Movisie) Magazine COLLECTIEF 2 (Movisie)Podcast Collectief (Movisie)

Esther Kooymans

Esther Kooymans

inhoudsdeskundige Passende hulp
e.kooymans [at] nji.nl