Wat kun je doen als je je zorgen maakt om een kind?

Als professional kun je verschillende dingen doen als je je zorgen maakt om een kind. Op deze pagina lees je hoe je stapsgewijs steeds meer gerichte ondersteuning kunt bieden. Van een vinger aan de pols houden tot handelen als het echt niet goed gaat. 

Geef een kind tijd en ruimte om te ontwikkelen 

Soms kun je een kind het beste de tijd geven en afwachten. Houd een vinger aan de pols, maar laat het kind en de ouders ook merken dat je vertrouwen hebt. Door niets te doen geef je een kind ruimte om te ontwikkelen of zich aan te passen aan een situatie. 

Kinderen ontwikkelen zich volop, maar niet altijd in hetzelfde tempo. Hierdoor zijn er veel verschillen tussen kinderen. Deze verschillen zijn normaal en geen reden tot zorg. Daarnaast kunnen kinderen zich in verschillende omgevingen en situaties heel verschillend gedragen. Ups en downs horen bovendien bij het opgroeien en hebben vaak tijdelijk invloed op het welbevinden.

Jongere: 'Als je iets moeilijk vindt, wordt er meteen zo over gesproken dat je een mentaal probleem hebt ofzo. Maar je moet er niet heel formeel over doen. Dan wordt het alleen maar groter. Je moet niet meteen naar een psycholoog. Maar dat er gewoon buurthuizen zijn en dat er laagdrempeliger hulp is. Zodat je niet zo'n druk voelt om er over te praten en het zo groot maakt. Maar dat je er gewoon met elkaar over kan praten.'

Het is belangrijk om als professional oog te hebben voor de wisselwerking tussen kind en omgeving. Hoe ziet de opvoedomgeving eruit? Welk gedrag laat een kind zien in verschillende situaties? Wanneer gaat het niet goed? En welke aanpassingen kunnen er worden gedaan om het kind op die momenten te ondersteunen? 

Om deze vragen te beantwoorden, is het van belang om te kijken naar de omgevingsfactoren die een rol spelen bij het welbevinden van kinderen.  

Lees meer bij Wat is welbevinden en waardoor wordt het beïnvloed?

Ga in gesprek met kind en ouders bij aanhoudende zorgen 

Maak je je al langere tijd zorgen om een kind? Ga dan in gesprek met het kind en de ouders om te bepalen of er ondersteuning nodig is. Achterhaal samen de ernst van de problemen. En probeer in kaart te brengen hoe het de afgelopen tijd is gegaan met het kind, en welke factoren daarin meespelen. Beantwoord vragen als:  

  • Welke ondersteuning heb je eerder al ingezet, en heeft dat geholpen?   
  • Zijn de problemen erger geworden, of zijn er nieuwe problemen? 
  • Is er iets in de omgeving van het kind verandert waardoor het minder steun heeft? 

Heb je het idee dat het kind individuele ondersteuning nodig heeft? Dan is de volgende stap om met het kind en ouders dieper op de problematiek in te gaan en te kijken naar manieren om ondersteuning te bieden. Laat weten dat je je zorgen maakt. Luister naar het kind en zorg dat het zich gehoord voelt. Zorg dat je ouders voldoende bij het gesprek betrekt, omdat zij een vollediger beeld kunnen geven van de levensomstandigheden van het kind. 

Ga ook in gesprek met andere professionals en medeopvoeders. Een professional in de buitenschoolse opvang signaleert misschien iets anders dan de leerkracht op school. Bespreek wat jij signaleert, en of anderen dit herkennen. Zorg dat ouders en kind weten dat je deze gesprekken voert. 

Weet je al wat er aan de hand is met een kind? Dan kun je voor specifieke informatie op onze website kijken, bijvoorbeeld over pesten, angst, depressie en gedragsproblemen

Zoek laagdrempelige ondersteuning die past bij het kind 

Heb je samen met het kind, de ouders, andere professionals en medeopvoeders bepaald dat ondersteuning nodig is? Onderzoek dan eerst welke behoeften het kind heeft. Heeft een kind behoefte aan meer sociale contacten met leeftijdsgenoten? Wil het meer rustmomenten? Of een rondje lopen buiten de klas als het even niet gaat? Heeft het kind behoefte aan extra individuele contactmomenten met jou als professional? Wil het meer regelmaat en duidelijkheid, of juist flexibiliteit? Onderzoek vervolgens welke laagdrempelige ondersteuning aan deze behoeften kan voldoen. 

Kijk eerst welke praktische, informatieve of emotionele steun jij het kind zelf kunt bieden. Soms heeft een kind behoefte om te praten over hoe het zich voelt. Soms wil het meer over iets weten, bijvoorbeeld over een diagnose. Of het zoekt een oplossing om iets aan het schoolrooster te veranderen.

Om het welbevinden van kinderen te helpen versterken, kun je samenwerken met volwassenen die veel contact met hen hebben: ouders, familieleden, vrienden, leerkrachten, sportcoaches, jongerenorganisaties of buurtwerkers. Zij maken deel uit van de pedagogische basis. Het is belangrijk om het als professional niet van deze mensen over te nemen, maar in overleg met hen iets toe te voegen wat de jongere of het gezin nodig heeft. Je werkt samen met het netwerk van het kind en vergroot zo ook de veerkracht van het hele netwerk. Vaak kun je zo juist ondersteunend zijn aan waar het kind of het gezin al mee bezig zijn.  

Voor sommige kinderen is individuele begeleiding op een bepaald moment nodig. Maar veel kinderen voelen zich niet op hun plek in een therapeutische setting. Het is daarom belangrijk om goed aan te sluiten bij de hulpvraag en breed te kijken naar oplossingen. Heeft een jongere behoefte aan therapie, of bijvoorbeeld aan meer sociale contacten met leeftijdsgenoten?

Signaleer en handel als het echt niet goed gaat 

Blijf je je zorgen maken over een kind, en denk je dat er aanvullende jeugdhulp nodig is? Bespreek dan je zorgen in het intern zorgoverleg binnen je organisatie. Heb je contact gehad met ouders en kind en herkennen zij je zorgen? Bespreek dan samen wat een volgende stap kan zijn, en met wie jullie samen in gesprek kunnen gaan. Bijvoorbeeld met de school, het wijkteam, de huisarts of andere lokale jeugdhulppartners. Zij kunnen met jullie meedenken over verdere hulpmogelijkheden. Is er een groepsaanbod voor de jongere of het gezin? Past individuele hulp beter? Welke steun is beschikbaar voor het gezin? Is een verwijzing nodig voor diagnostiek of meer specialistische behandeling? Samen probeer je zo tot de best passende oplossing te komen voor het kind op dat moment. 

Ook als ouder en kind jouw zorgen niet herkennen, is het in elk geval goed om in contact te blijven en je zorgen uit te spreken. Houd een vinger aan de pols door in contact te blijven en blijf monitoren hoe het met het kind gaat.  

Lees meer over samenwerken met ouders en kinderen, ook als je het niet met elkaar eens bent. 

Ben je gedragswetenschapper of jeugdprofessional in een wijkteam? Dan is het belangrijk om een volledig beeld te krijgen van wat er aan de hand is met een kind. hiervoor kun je verschillende tools gebruiken:  

Jouw welbevinden 

Natuurlijk is het ook belangrijk dat je als professional zelf goed in je vel zit. Kijk daarvoor eens naar deze pagina's: 

Goed voor jezelf zorgenWerkdruk in het werk met kinderen, jongeren en ouders 

Foto Thibaut Coenegracht

Thibaut Coenegracht

inhoudsdeskundige Vakmanschap en professionalisering
t.coenegracht [at] nji.nl