Mijn kind voelt zich niet fijn

Merk je dat je kind zich niet fijn voelt? Wordt je kind bijvoorbeeld snel boos, is het verdrietig, gespannen of onzeker? Als ouder weet je vaak goed hoe je kind zich gedraagt. Als je je zorgen maakt, is het belangrijk daar met anderen over te praten.

Ups en downs horen bij het leven

Als jouw kind zich even wat minder fijn voelt, is dat niet altijd reden om je zorgen te maken. Bij het opgroeien hoort ook het leren omgaan met emoties. Ieder kind is wel eens gefrustreerd, somber of boos. Daar hoef je je niet meteen zorgen over te maken.

In de puberteit verandert er veel in het leven van jongeren. Zo verandert hun lichaam, gaan ze nadenken over wie ze zijn en wie ze willen worden, en ontwikkelen ze steeds meer zelfstandigheid. Ook krijgen ze meer verantwoordelijkheden en veranderen hun sociale contacten. Wil je meer weten over de ontwikkeling van pubers? Kijk dan bij Puber: de algemene ontwikkeling en De puberteit: volwassen worden.  

Als het langer duurt en je toch bezorgd bent, dan kun je daar natuurlijk wel iets mee doen. Misschien kun je er met je kind over praten. Vraag hoe het gaat, en laat weten dat jij er bent. Is er iets wat je samen kunt oplossen? Ervaart je kind bijvoorbeeld stress door school, of heeft het ruzie met iemand? Het is belangrijk dat je als ouder je kind helpt op een manier die past bij de leeftijd. Tips daarvoor vind je op de pagina Wat is belangrijk bij opvoeden?

Praat met je kind als het zich niet goed voelt

Als jouw kind zich langere tijd niet goed voelt en jij je zorgen maakt, kan het inzicht bieden om je kind een tijdje in de gaten te houden. Waar merk je aan dat je kind zich niet goed voelt? Gedraagt het zich anders? Je kunt bijvoorbeeld letten op:

  • hoe je kind zich gedraagt in verschillende omgevingen. Vraag bijvoorbeeld eens op school, bij de kinderopvang of bij de sportclub hoe je kind zich daar gedraagt.
  • hoe je kind zich tegenover jou gedraagt.
  • hoe je kind omgaat met andere kinderen. Zie je veel wisselingen in vriendschappen?
  • of je kind goed eet en slaapt.
  • hoe je kind omgaat met emoties.
  • de stemming van je kind.

Gedrag dat je opvalt, kun je met je kind bespreken. Kies daar een rustig moment voor uit, wanneer je zelf ook rustig bent. Als je gehaast en gestrest met je kind gaat praten, dan heeft dat invloed op je kind en op het verloop van het gesprek. Vertel wat je aan je kind ziet, en vraag hoe het gaat en of er iets aan de hand is. Zeg bijvoorbeeld: 'Ik zie dat je de laatste tijd veel boos bent op je vrienden. Waar komt dat door?' Of: 'Je komt nooit meer vroeg thuis. Hoe komt dat?' Of: 'Je bent ineens bijna altijd thuis. Waarom is dat?'

Naast praten zijn er ook andere manieren om je kind te ondersteunen. Meer hierover lees je bij Wat zorgt ervoor dat mijn kind zich goed voelt?

Jouw zorgen bespreken als je kind zich rot voelt

Het kan fijn zijn om je zorgen te delen met mensen die jouw kind kennen. Bijvoorbeeld met de ouders van een vriend of vriendin, of met je eigen ouders of schoonouders. Herkennen zij wat jij ziet? Gedraagt je kind zich bij hen ook zo, of niet? Bedenk wat er nodig is om de situatie van je kind te verbeteren, thuis, op school en in de vrije tijd.

Als je je echt zorgen maakt, dan kun je op school een gesprek plannen met de mentor of een leerkracht van je kind. Wanneer jullie samen constateren dat het niet goed gaat met je kind, kunnen jullie samen naar oplossingen zoeken. Zo nodig kunnen jullie dan professionele hulp inschakelen.

Hulp van andere professionals

Blijkt dat het op school goed gaat met je kind? Misschien speelt er dan thuis of in de vrije tijd iets waardoor je kind zich niet fijn voelt. Bespreek je zorgen dan met andere opvoeders of professionals uit de omgeving van je kind, bijvoorbeeld van de sportclub of het jongerenwerk. Met opvoedvragen kun je ook altijd terecht bij het wijkteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin in jouw gemeente.  

Signaleren als het echt niet goed gaat met je kind

Blijf je je zorgen maken over je kind en denk je dat er professionele hulp nodig is? Trek dan aan de bel. Met zorgen over gedrags- of gezondheidsproblemen kun je terecht bij het wijkteam of bij je huisarts. Als de huisarts een praktijkondersteuner jeugd heeft, kan die vaak in een paar gesprekken helpen verhelderen wat er aan de hand is en wat daar aan te doen valt.

Denk je dat de klachten van je kind een lichamelijke oorzaak kunnen hebben? Ga dan samen met je kind naar de huisarts. Bespreek alle klachten en relevante informatie en vraag of verder onderzoek of een verwijzing nodig is. Vraag ook hoe je je kind als ouder het beste kunt ondersteunen. 

Het kan helpen om contact te zoeken met andere ouders, bijvoorbeeld via je eigen netwerk of een patiëntenorganisatie. Daar kun je ervaringen uitwisselen met ouders die in een vergelijkbare situatie zitten. Ook je kind kan via zo'n organisatie in contact komen met leeftijdsgenoten die hetzelfde meemaken. Dat kan voor zowel ouders als kinderen veel steun bieden.

Elke school heeft ook verbinding met partners uit jeugdhulp. Samen kun je kijken hoe de situatie van de leerling versterkt kan worden. Ook met je kind en school kun je nadenken over welke hulp nodig is. Daarnaast heeft elke basisschool en middelbare school een ouder- en jeugdsteunpunt. Hier kun je terecht voor informatie over en ondersteuning bij passend onderwijs.  Het Oudersteunpunt van de school van jouw kind vind je op Ouderenjeugdsteunpuntenopdekaart.nl.

Zoek je als ouder of opvoeder hulp of advies? Bekijk hier waar je terecht kunt.

Hulp en advies voor ouders