Wettelijke verantwoordelijkheden van gemeenten voor onderwijs
Gemeenten hebben geen zeggenschap over de inhoud of organisatie van onderwijs. Wel hebben ze wettelijke taken die direct bijdragen aan een ondersteunende onderwijsomgeving voor alle leerlingen. En dus ook aan inclusief en passend onderwijs. Zo zijn gemeenten verantwoordelijk voor onder andere leerlingenvervoer, toezicht op leerplicht, onderwijshuisvesting en jeugdhulp. Op deze pagina vind je alle wettelijke verantwoordelijkheden van gemeenten voor het onderwijs.
Alles over Verbinding onderwijs en jeugdhulp
Toezicht en handhaving leerplicht
Op grond van de Leerplichtwet 1969 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de leerplicht van kinderen tussen 5 en 16 jaar. Dit omvat onder meer het onderzoeken van verzuimmeldingen, het controleren of jongeren naar school gaan en het beoordelen van eventuele achterliggende problemen die schoolbezoek belemmeren. De leerplichtambtenaar kan bij verwijtbaar verzuim een proces-verbaal opmaken tegen ouders of jongeren vanaf 12 jaar. Gemeenten voeren ook preventieve activiteiten uit, zoals het informeren van ouders en leerlingen en het vroegtijdig signaleren van risico's op verzuim.
Scholen hebben een eigen zorgplicht en zijn verantwoordelijk voor het voorkomen van schooluitval binnen de eigen school, het tijdig signaleren van risico's en het begeleiden van leerlingen. Scholen zijn wettelijk verplicht om ongeoorloofd verzuim van leerplichtige leerlingen via DUO te melden bij de gemeente.
Bekijk alle kennis en praktische informatie over schoolaanwezigheid en schoolverzuim Lees meer over alle wetten rond schoolaanwezigheid en schoolverzuim
Voor- en vroegschoolse educatie (vve)
Op grond van de Wet op het primair onderwijs zijn gemeenten verantwoordelijk voor de voor‑ en vroegschoolse educatie (vve) voor kinderen van 2 tot 6 jaar die risico lopen op een onderwijsachterstand. Gemeenten moeten zorgen voor voldoende, toegankelijk en goed gespreid aanbod van voorschoolse educatie. Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor een goede signalering en toeleiding van peuters naar vve. De jeugdgezondheidszorg speelt hierin een centrale rol. Gemeenten zijn daarnaast verplicht om jaarlijks te overleggen met kinderopvang en schoolbesturen over onderwijsachterstanden en de aansluiting tussen voorschoolse voorzieningen en onderwijs.
Lees hier meer over vve voor beleidsmakers
Overgang voorschool naar basisschool via Lokale Educatieve Agenda
Gemeenten hebben een wettelijke verantwoordelijkheid om samenwerking tussen kinderopvang en primair onderwijs te organiseren en te bevorderen, zodat kinderen zich in een doorgaande lijn van voorschool naar basisschool kunnen ontwikkelen. De gemeente voert de regie door samenwerking te faciliteren, afstemming te borgen en voortgang te monitoren. Gemeenten zijn verplicht een jaarlijks overleg te organiseren met kinderopvangorganisaties, schoolbesturen en andere partners, en gezamenlijke afspraken te maken. Dit overleg heet de Lokale Educatieve Agenda (LEA). De LEA richt zich op thema's als het bestrijden van onderwijsachterstanden, het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie en het afstemmen van toelatings- en inschrijvingsprocedures. De gemeente stimuleert en verbindt de betrokken partijen, maar heeft geen bevoegdheid om te sturen op onderwijsinhoud of pedagogisch‑didactisch handelen.
Ontwikkeling Integraal Kindcentrum
Op een Integraal Kindcentrum (IKC) werken onderwijs en kinderopvang intensief samen aan een samenhangende ontwikkelomgeving voor kinderen tussen 0 en 12 jaar. Een IKC is geen wettelijk gedefinieerde onderwijsvoorziening, maar een samenwerkingsvorm. Bij de ontwikkeling van een IKC blijven gemeenten en schoolbesturen ieder volledig verantwoordelijk voor hun eigen wettelijke taken. Dit betekent dat het IKC een samenwerkingsvorm is waarin taken inhoudelijk worden afgestemd, maar niet juridisch worden samengevoegd. Gemeenten vervullen bij de ontwikkeling van een IKC een regisserende en faciliterende rol. Zij verbinden onderwijs, kinderopvang en andere partners, en zorgen voor samenhangend beleid voor het jonge kind. Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor huisvesting en gebiedsontwikkeling van een IKC. De gemeente stuurt niet op onderwijsinhoud, maar ondersteunt partners zodat een doorgaande ontwikkellijn voor kinderen mogelijk wordt.
Toezicht op de kinderopvang
Gemeenten hebben op grond van de Wet kinderopvang een wettelijke verantwoordelijkheid voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van kinderopvang. Zij moeten erop toezien dat kinderopvangorganisaties voldoen aan de vastgestelde wettelijke eisen en kwaliteitsnormen. Gemeenten schakelen hiervoor de GGD in als toezichthouder, maar blijven zelf verantwoordelijk voor het nemen van handhavingsmaatregelen als de GGD overtredingen constateert. Ook moeten gemeenten jaarlijks rapporteren over de staat van de kinderopvang binnen hun gemeente. Daarnaast hebben ze een regierol in het tegengaan van onderwijsachterstanden en het ondersteunen van voor- en vroegschoolse educatie. De uitvoering van deze taken vraagt om goede samenwerking tussen gemeenten, schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en andere ketenpartners.
Jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg
Gemeenten zijn volgens de Jeugdwet verantwoordelijk voor het organiseren en beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Deze hulp kan uiteenlopen van preventie en ondersteuning tot intensieve begeleiding en behandeling bij psychische of gedragsmatige problemen. Deze taak is belangrijk voor het realiseren van passend onderwijs, omdat veel leerlingen met extra onderwijsbehoeften ook een vorm van jeugdhulp nodig hebben. De Jeugdwet verplicht gemeenten om hun jeugdhulpbeleid af te stemmen met het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband passend onderwijs, onder meer via het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO).
Op basis van de Wet publieke gezondheid zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van de jeugdgezondheidszorg (jgz). Deze zorg richt zich op preventie, monitoring van ontwikkeling, vaccinaties, advies aan ouders en het tijdig signaleren van problemen in gezondheid en ontwikkeling. De gemeente belegt deze taak vaak bij de jgz. De jgz volgt en signaleert systematisch de lichamelijke, sociale en emotionele ontwikkeling van leerlingen en kan zo vroegtijdig problemen herkennen die het leren beïnvloeden.
Leerlingenvervoer
Leerlingenvervoer biedt een kind vervoer tussen thuis en school als kind en ouders dit zelf niet kunnen regelen. Bijvoorbeeld door de reisafstand of door ziekte, handicap of gedragsproblemen. De gemeente is verantwoordelijk voor het organiseren en vergoeden van leerlingenvervoer. Dit is geregeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op de expertisecentra. Leerlingenvervoer is een gemeentelijke voorziening die een passende schoolplek praktisch mogelijk maakt. In de lokale gemeentelijke verordening staan de toekenningscriteria, aanvraagprocedure en vormen van vervoer. Via de verordening leerlingenvervoer bepaalt de gemeente welke vervoersvoorzieningen passend zijn, en onder welke voorwaarden deze gefinancierd worden. Zoals de afstand tot de school en de mate van zelfstandigheid.
Leerlingenvervoer vraagt om structurele samenwerking tussen gemeenten en scholen, omdat gemeenten afhankelijk zijn van het onderwijs voor tijdige informatie over roosters, schoolplaatsing en de ondersteuningsbehoefte van leerlingen.
Onderwijshuisvesting
Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Dit betreft onder meer nieuwbouw en renovatie. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van de schoolgebouwen, waaronder het dagelijks en planmatig onderhoud. In de praktijk blijkt deze samenwerking complex. Want gemeenten en schoolbesturen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor één gebouw, maar werken vanuit verschillende wettelijke taken, budgetten en planningscycli. Om de samenwerking te verbeteren, is er wetgeving in voorbereiding die gemeenten en schoolbesturen verplicht om samen te werken via een Integraal Huisvestingsplan en een Meerjarenonderhoudsplan. Hierdoor kunnen ze bouw, renovatie en onderhoud beter op elkaar afstemmen.
Overgang van school naar duurzaam werk
Jongeren tot 27 jaar zonder startkwalificatie krijgen onder de Wet van school naar duurzaam werk ondersteuning van drie partijen: scholen, Doorstroompunten en gemeenten. Scholen zijn verantwoordelijk voor aanvullende loopbaanbegeleiding tijdens de opleiding en tot maximaal één jaar na diplomering, gericht op een soepele overstap naar vervolgonderwijs of werk. Als een jongere dreigt uit te vallen, meldt de school dit bij het Doorstroompunt. Het Doorstroompunt wordt dan het eerste aanspreekpunt en begeleidt jongeren bij terugkeer naar onderwijs of bij de overgang naar werk. Gemeenten bieden ondersteuning als voltijdsonderwijs niet passend is. Of als problemen de overstap naar onderwijs of werk belemmeren. De gemeente beoordeelt of terugkeer naar school mogelijk is, of dat werk of een leerwerktraject beter past. Alle partijen werken samen in een verplicht regionaal programma, waarin ze afspraken vastleggen over begeleiding, overdracht, gegevensuitwisseling en samenwerking in de regio. Deze samenwerking is wettelijk verankerd, zodat jongeren niet uit beeld raken en duurzaam kunnen uitstromen naar onderwijs of werk.
Kinderen die opgroeien in armoede
Gemeenten hebben een wettelijke verantwoordelijkheid om kinderarmoede te voorkomen en te verminderen. Deze verantwoordelijkheid ligt vast in verschillende wetten binnen het sociaal domein. Gemeenten hebben een uitvoerende taak in het bieden van inkomensondersteuning en het signaleren en organiseren van voorzieningen zoals regelingen voor schoolkosten, sport, cultuur en digitale middelen. Daarnaast voeren ze beleid om te voorkomen dat armoede leidt tot ontwikkelachterstanden en ondersteunen ze gezinnen integraal als financiële problemen samenhangen met opvoeding, zorg of participatie. Scholen hebben een signalerings- en zorgplicht. Zij moeten toegankelijk onderwijs en gelijke kansen waarborgen, armoede-gerelateerde problemen herkennen en bespreekbaar maken, en ouders toeleiden naar gemeentelijke ondersteuning. Omdat armoede direct invloed heeft op onderwijsdeelname en ontwikkeling, is structurele samenwerking tussen gemeenten en scholen noodzakelijk.
Lees meer over de rol van gemeenten bij de aanpak van armoede
Onderwijs en jeugdhulp voor nieuwkomers
Gemeenten hebben de wettelijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat alle leerplichtige nieuwkomers en kinderen in de asielopvang tijdig toegang hebben tot onderwijs, ongeacht hun verblijfsstatus. De gemeente waarin zij worden opgevangen moet het onderwijs organiseren. Volgens de Europese Opvangrichtlijn moeten deze mensen ten minste binnen drie maanden na aankomst in Nederland onderwijs volgen. Gemeenten zijn ook verantwoordelijk voor de leer‑ en kwalificatieplicht van kinderen in asielopvang tussen 5 en 18 jaar.
Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de verzorging van dit onderwijs. Dat maakt samenwerking noodzakelijk en niet vrijblijvend. Sinds oktober 2023 geldt de Tijdelijke wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs. Deze tijdelijke wet legt een expliciete samenwerkings- en overlegplicht op aan gemeenten en schoolbesturen. Zij moeten minstens jaarlijks overleg voeren en gezamenlijk plannen maken voor voldoende onderwijsplekken, inclusief afspraken over huisvesting, leerlingenvervoer, spreiding en tijdige realisatie, zodat onderwijs binnen de gestelde termijn beschikbaar is.
Op grond van de Jeugdwet hebben gemeenten de plicht om ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren veilig kunnen opgroeien, zich kunnen ontwikkelen en kunnen deelnemen aan de samenleving. Dit betekent dat gemeenten ook ondersteuning en passende hulp moeten bieden aan kinderen van nieuwkomers die in de gemeente verblijven. Bijvoorbeeld bij trauma, opvoedondersteuning of gedragsproblemen. De wet maakt hierbij geen onderscheid naar nationaliteit of verblijfsstatus als een kind feitelijk in de gemeente verblijft.
Lees meer over vluchtelingenkinderen en onderwijs: Wat werkt op school?
Vragen? Neem contact op met:
Eva de Jong
senior inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoringLees ook
-
Wie betaalt de extra ondersteuning op school?
Wie betaalt de extra ondersteuning op school?
Wie betaalt de extra ondersteuning op school?WetenLees meer over Wie betaalt de extra ondersteuning op school?Wie de ondersteuning op school betaalt is niet altijd even helder. Wat betaalt het onderwijs en wat betaalt de gemeente?
-
Samenhang tussen Jeugdwet en Wet passend onderwijs
Samenhang tussen Jeugdwet en Wet passend onderwijs
Samenhang tussen Jeugdwet en Wet passend onderwijsWetenLees meer over Samenhang tussen Jeugdwet en Wet passend onderwijsHoe verhouden de verantwoordelijkheden vanuit de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs zich tot elkaar?
-
Wet passend onderwijs
Wet passend onderwijs
Wet passend onderwijsLees meer over Wet passend onderwijsDoel van de Wet passend onderwijs is dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden.
-
Hoe ondersteun je jongeren van gesloten jeugdzorg en jeugddetentie naar mbo?
Hoe ondersteun je jongeren van gesloten jeugdzorg en jeugddetentie naar mbo?
Hoe ondersteun je jongeren van gesloten jeugdzorg en jeugddetentie naar mbo?ProfessionalsOnderwijsDoenLees meer over Hoe ondersteun je jongeren van gesloten jeugdzorg en jeugddetentie naar mbo?Hoe ondersteun je jongeren die van gesloten jeugdzorg en jeugddetentie naar het mbo gaan?