BOOST in Utrecht: groepshulp versterkt jongeren met mentale klachten
Het aantal jongeren met mentale klachten dat hulp zoekt, is de afgelopen jaren sterk gestegen. Veel hulp is individueel georganiseerd, terwijl jongeren juist behoefte hebben aan contact, herkenning en steun van leeftijdsgenoten. In Utrecht kozen Buurtteams Jeugd en Gezin, Jongerenwerk Utrecht en KOOS, een organisatie voor specialistische jeugdhulp, daarom voor een andere aanpak. Samen met jongeren ontwikkelden zij BOOST: een groepsgerichte vorm van ondersteuning die inzet op verbinding en versterking. 'We trokken daarin als welzijn en hulpverlening echt samen op', aldus Janneke Ebben van Jongerenwerk Utrecht.
Voor wie is BOOST?
BOOST is een groepsgerichte aanpak voor jongeren van 10 tot 17 jaar in Utrecht met mentale klachten. Het gaat om jongeren die behoefte hebben aan extra steun. 'Aanmelden voor een BOOST-groep kan op verschillende momenten rond een individueel hulpverleningstraject', zegt Janneke. 'Bijvoorbeeld wanneer jongeren nog op de wachtlijst staan voor eerstelijns of specialistische jeugdhulp, al hulp krijgen, of een traject hebben afgerond.'
Opzet van de BOOST-groepen
De BOOST-groepen bestaan uit zes tot tien jongeren van ongeveer dezelfde leeftijd, met uiteenlopende klachten. Denk hierbij aan jongeren die zich angstig voelen, eenzaam zijn, zichzelf beschadigen of ADHD-klachten hebben. Ondanks de verschillende klachten vinden zij vaak herkenning bij elkaar in waar zij tegenaan lopen.
Idealiter komen de jongeren uit een BOOST-groep uit dezelfde wijk. 'Zij komen acht tot tien weken lang wekelijks twee uur samen in een buurthuis', legt Janneke uit. 'De jongeren worden na een zorgvuldige matching samen in een groep geplaatst met twee begeleiders: een jongerenwerker en een gezinswerker van het Buurtteam. De specialistische jeugdhulp is op de achtergrond betrokken en denkt mee. Iedere twee weken is er een (anonieme) casusbespreking tussen de drie partijen.'
Meerwaarde van de groep
In de groep werken jongeren aan het versterken van hun sociaal-emotionele vaardigheden, sociale relaties en mentale gezondheid. 'De groepssetting voegt iets anders toe dan één-op-één begeleiding', aldus Janneke. 'Waar individuele hulp vaak gericht is op het persoonlijke verhaal van één jongere, ontstaat in een groep ruimte voor herkenning en uitwisseling. Ze leren van elkaar, herkennen zich in elkaars verhalen en ervaren dat ze niet de enigen zijn. Juist daardoor kan de groep ook voor, na of in plaats van individuele hulp van waarde zijn.'
De groepen voegen daarmee niet alleen iets toe aan een behandeling, maar bieden ook bredere ontwikkelkansen. Jongeren bouwen bijvoorbeeld aan positieve sociale relaties. De focus ligt niet alleen op 'problemen', maar ook op wat zij nodig hebben om zich te ontwikkelen.
Van herkenning naar openheid
In de groepssetting ontstaat steeds meer vertrouwen. Jongeren merken dat zij niet de enigen zijn met bepaalde gedachten of gevoelens. Dat werkt normaliserend en verlaagt de drempel om ervaringen te delen. 'We zien dat veel jongeren in de groep vaak opener zijn dan in een formele één-op-één setting', vertelt Janneke. 'De begeleiders bouwen een band op met de jongeren en er ontstaan vriendschappen onderling. Daardoor komen er andere gesprekken op gang.'
Soms maakt dat een duidelijk verschil. 'Een jongere die al langere tijd individuele begeleiding kreeg, bleef daarin vrij gesloten. In de BOOST-groep vertelde hij, nadat anderen hun ervaringen deelden, iets kwetsbaars dat hij in de periode van individuele hulp met een hulpverlener nog nooit gedeeld had.'
Ontwikkeld mét jongeren
BOOST is vanaf het begin samen met jongeren ontwikkeld. Janneke: 'We wilden niet invullen wat jongeren nodig hebben, maar het hen zelf vragen. Daardoor konden we echt aansluiten bij wat voor hen helpend is. Zo gaven ze bijvoorbeeld heel duidelijk aan dat mindfulness niets voor hen was.'
De precieze invulling van de bijeenkomsten ontstaat in samenspraak met de jongeren. Alleen de eerste bijeenkomst staat vast en draait om kennismaken. 'Daarna sluit de invulling aan bij wat jongeren inbrengen en wat er in de groep speelt', legt Janneke uit. 'De bijeenkomsten bestaan uit een mix van ontspanning, leuke en sociale activiteiten, oefeningen, psycho-educatie en het delen van ervaringen.'
Werkvormen die aansluiten
Hoewel de invulling per groep verschilt, zien de begeleiders dat een aantal onderdelen vrijwel altijd terugkomt. Ze werken bijvoorbeeld met het GGGG-model, waarin gebeurtenissen, gedachten, gevoelens en gedrag worden verkend. Ook bespreken zij helpende en niet-helpende gedachten en staan zij stil bij vragen over invloed: waar heb je grip op en waarop niet.
Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van uiteenlopende werkvormen die het gesprek op gang brengen, zoals 'Over de streep', het maken van een levenslijn met ups en downs, oefeningen rond energie en herstel, en het verkennen van plekken waar jongeren zich prettig of juist onveilig voelen. Ook het thema weerbaarheid krijgt regelmatig aandacht.
De sfeer is bewust laagdrempelig en huiselijk, met aandacht voor lekker eten en drinken en ruimte voor initiatief vanuit de groep. 'Willen jongeren samen iets organiseren, zoals een karaokeavond of samen pizza regelen, dan krijgen ze daar óók de regie over', zegt Janneke.
Wat deelname oplevert
Janneke hoort regelmatig terug van groepsbegeleiders hoe helpend de BOOST-groep voor de jongeren is. 'Ze vertellen dat ze positiever naar zichzelf zijn gaan kijken en weer meer grip ervaren op hun leven. De groepssetting speelt daarin een belangrijke rol: jongeren ervaren de groep als veilig en vinden herkenning bij elkaar. Een jongere vertelde een van de groepsbegeleiders dat hij eindelijk niet meer het gevoel heeft dat hij de enige is met zijn probleem.'
'Naast meer zelfvertrouwen en herkenning ontstaan er ook nieuwe vriendschappen tussen jongeren in een groep. Ze geven aan dat zij zich meer verbonden voelen met anderen en zich minder alleen voelen.' Die veranderingen blijven niet beperkt tot de jongere zelf, maar zijn ook zichtbaar in de thuissituatie. 'Een ouder vertelde aan een groepsbegeleider dat ze haar dochter echt zag opbloeien', zegt Janneke. 'Ze had weer vrienden en thuis was er meer openheid in gesprekken.'
Opvallend is dat iets meer dan de helft van jongeren die aan een BOOST-groep hebben deelgenomen, daarna geen verdere hulp meer nodig hebben. Zij houden wel vaak contact met de jongerenwerker. Ze komen bijvoorbeeld langs voor de gezelligheid, of als zij het weer even moeilijk hebben. 'Het is fijn dat zij terug kunnen vallen op de jongerenwerker. Ze zijn al bekend en voelen zich door hen gezien en gesteund. Dit geeft vertrouwen om zelf verder te gaan.'
Rol van ouders binnen BOOST
Ouders of gezaghebbenden zijn gedurende het traject betrokken bij BOOST. Zij sluiten aan bij het kennismakingsgesprek en bij het eindgesprek. 'Tussentijds is er een ouderbijeenkomst waarin globaal wordt gedeeld hoe de groep verloopt en waarin achtergrondinformatie wordt gegeven over thema's die in de BOOST-groep van hun kind aan de orde zijn gekomen, zoals automutilatie', vertelt Janneke.
Dat helpt om zorgen weg te nemen, legt zij uit. 'Ouders zijn soms bang dat jongeren elkaar aansteken, terwijl we dit in de praktijk niet zien. Ouders leren bovendien van elkaar. Ze wisselen ervaringen en aanpakken uit en merken dat zij niet de enigen zijn die worstelen met bepaalde problemen thuis.'
Samen scherper krijgen wat nodig is
Tijdens BOOST kunnen jongeren op een wachtlijst blijven staan. Aan het einde van het traject wordt opnieuw gekeken wat passend is. 'De BOOST-groepen helpen om beter te zien wat er bij jongeren speelt en kunnen grotere zorgen voorkomen', zegt Janneke. 'Het is heel mooi dat we dat in een team volgen vanuit onze verschillende disciplines: jongerenwerk, buurtteam, eerstelijns jeugdhulp en de specialistische jeugdhulp.'
'Wanneer er wel nog ondersteuning nodig is, kan een jongere verder bij het buurtteam of in de specialistische jeugdhulp, als hij of zij daar in eerste instantie ook was aangemeld.'
Wachten hoeft geen stilstand te zijn
Op basis van de positieve ervaringen zijn de BOOST-groepen verspreid over de hele stad Utrecht, in samenwerking met KOOS, Spoor030, Buurtteams en JOU. Ook in Amsterdam hebben ze de aanpak overgenomen. Met BOOST koos Utrecht voor een aanpak die inzet op wat jongeren nodig hebben: steun, nabijheid, herkenning en de ruimte om zich te ontwikkelen, met aandacht voor het versterken van gemeenschappen en het normaliseren van ervaringen.
Die aanpak laat zien dat versterken en verbinden al veel in beweging kan zetten. 'Door jongeren in een groepssetting te leren kennen, ontstaat ruimte om verder te kijken dan de oorspronkelijke hulpvraag of verwijzing.'
Wat is nodig om BOOST te laten slagen?
Investeer in een goede samenwerking
Een goede samenwerking tussen jongerenwerk, buurtteam en specialistische jeugdhulp is een belangrijke voorwaarde om de BOOST-groepen te laten slagen. Het vraagt om veel lef en inzet, want je hebt verschillende werkwijzen, structuren en financiering samen te brengen. Een goede samenwerking is niet van de één op de andere dag gemaakt. Het vraagt om tijd om elkaar te leren kennen en draagvlak te creëren.
Ook is niet iedere professional gewend om groepsgericht of vanuit een buurthuis te werken. Neem de tijd. Je gaat met elkaar een kwetsbaar proces aan samen met de jongeren. Zij moeten zich veilig voelen in de groep en begeleiding. Jongeren voelen feilloos aan wanneer er ongemak is bij begeleiders. Maak daarom vooraf heldere afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en overlegmomenten. Dan zijn er juist ook veel mooie dingen van elkaar te leren.
Creëer wederzijds begrip tussen professionals
Binnen BOOST komen verschillende werkwijzen samen. Jongerenwerkers zijn gewend om in groepen te werken en tijd te nemen voor het opbouwen van contact en vertrouwen. Hulpverleners werken meestal individueel en richten zich op het oplossen van specifieke problemen. Anderzijds zijn jongerenwerkers niet altijd bekend met meer zwaardere psychische problematiek. Ook verschillen werktijden en routines. Door tijd te investeren in het leren kennen van elkaars organisatie en werkwijze, ontstaat meer begrip en kan ieders expertise beter worden benut. Professionals geven aan veel van elkaar te leren. Het verbreedt hun perspectief en geeft nieuwe inzichten.
Zorg voor passende faciliteiten en praktische organisatie
Voor de uitvoering van BOOST zijn passende ruimtes nodig, bij voorkeur in een huiselijke setting zoals een buurthuis. Aanbod van iets lekkers te eten en drinken zorgt voor verbinding en een veilige, gezellige sfeer. Daarnaast is het belangrijk dat de organisatie op orde is: een duidelijk aanmeldpunt, overzicht over beschikbare groepen en startmomenten, en voldoende capaciteit om aanmeldingen te verwerken. Goede faciliteiten en organisatie ondersteunen een soepele uitvoering van de groepen.
Zet in op passende begeleiding en een veilige setting
Om BOOST te laten slagen zijn begeleiders nodig die sterke vaardigheden hebben op het gebied van contactlegging en goed af kunnen stemmen op de jongeren. Eigenschappen als warmte, rust, humor, kwetsbaarheid, kunnen luisteren, flexibel zijn, veiligheid kunnen bieden en betrouwbaar zijn, zijn daarbij belangrijk. Daarbij is het belangrijk dat de begeleiders vanuit het buurtteam en jongerenwerk elkaar goed aanvullen en vertrouwen. Het is ook belangrijk dat ze zorgelijke signalen met elkaar delen en zo nodig opschalen.
Zorg voor structurele financiering
BOOST wordt momenteel mogelijk gemaakt via een tijdelijke extra subsidie van de gemeente aan de samenwerkende organisaties. Voor verdere uitbreiding van het aanbod en duurzame voortzetting van de aanpak is structurele financiering nodig.
Voordelen van groepsgericht werken
Vergroot welbevinden en veerkracht
Steunende en positieve sociale relaties vormen een belangrijke basis voor het welbevinden en de veerkracht van jongeren. In een groepsgerichte aanpak staat niet het probleem centraal, maar het versterken en ondersteunen van de ontwikkeling. Door samen op te trekken met leeftijdsgenoten en begeleiders ontstaat een steunend netwerk dat helpt om beter met uitdagingen om te gaan.
Meer grip op emoties en gedachten
Jongeren delen in de groep met elkaar wat hen bezighoudt en welke emoties en gedachten zij hebben. Ze leren deze emoties beter onder woorden te brengen, er beter mee om te gaan en elkaar hierbij te ondersteunen.
Herkenning en normalisering
Jongeren herkennen zich in elkaars verhalen en ervaren dat zij niet de enigen zijn met bepaalde gevoelens of gedrag. Het besef dat deze ervaringen vaker voorkomen en meestal ook weer voorbijgaan, werkt normaliserend en geeft ruimte voor ontwikkeling.
Doorbreekt taboes rondom mentale problemen
Binnen BOOST ervaren jongeren dat er geen taboe is op mentale problemen. Schaamte neemt af en jongeren denken met elkaar mee. Dit voorkomt dat problemen verergeren en helpt jongeren te ervaren dat hun gevoelens niet raar of afwijkend zijn.
Versterkt het sociale netwerk
Veel jongeren in BOOST voelen zich een buitenstaander of hebben moeite met aansluiting. De groepssetting biedt de kans om contact te maken met leeftijdsgenoten, waar regelmatig vriendschappen uit ontstaan. Dit versterkt het gevoel van verbondenheid en biedt steun in lastige momenten.
Vergroot de autonomie
Jongeren denken mee en beslissen mee over de invulling van de bijeenkomsten. Deze gezamenlijke regie erkent hun behoefte aan inspraak en invloed en draagt bij aan motivatie en betrokkenheid.
Geeft ruimte voor zingeving
Door samen activiteiten te ondernemen en elkaar te ondersteunen, ervaren jongeren dat zij ertoe doen. Het gevoel gewaardeerd te worden en van betekenis te zijn voor anderen versterkt het zelfvertrouwen en draagt bij aan zingeving.
Stimuleert positiviteit en plezier
Creatieve en leuke activiteiten zorgen voor positieve ervaringen binnen de groep. Deze positieve emoties helpen jongeren om beter om te gaan met problemen.
Versterkt vertrouwen in volwassenen
Begeleiders bouwen binnen BOOST een vertrouwensband op met jongeren. Ook na afloop van BOOST kunnen jongeren op hen terugvallen voor steun en hulp. Hierdoor krijgen ze meer vertrouwen in volwassenen en voelen ze zich gezien en gehoord.
Vragen? Neem contact op met:
Dr. Neeltje van den Bedem
senior inhoudsdeskundige Opgroeien en opvoedenLees ook
-
Wat zijn de eisen rond DSM-classificaties in de Jeugdwet?
Wat zijn de eisen rond DSM-classificaties in de Jeugdwet?
Wat zijn de eisen rond DSM-classificaties in de Jeugdwet?WetenLees meer over Wat zijn de eisen rond DSM-classificaties in de Jeugdwet?Zijn DSM-classificaties verplicht voor indicatiestelling via de Jeugdwet? Lees hoe het vroeger was geregeld, en wat nu de eisen zijn.
-
Van afgebakende stoornissen naar onderliggende factoren
Van afgebakende stoornissen naar onderliggende factoren
Van afgebakende stoornissen naar onderliggende factorenWetenLees meer over Van afgebakende stoornissen naar onderliggende factorenDe DSM werkt met categorieën: klachten vallen binnen een classificatie, of niet. Deze afbakening doet geen recht aan de realiteit.
-
Waarom voorzichtig zijn met DSM-classificaties?
Waarom voorzichtig zijn met DSM-classificaties?
Waarom voorzichtig zijn met DSM-classificaties?WetenLees meer over Waarom voorzichtig zijn met DSM-classificaties?Wat is het oorspronkelijke doel van de DSM? En waarom is het belangrijk om voorzichtig te zijn met DSM-classificaties bij kinderen?
-
Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijk
Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijk
Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijkWetenLees meer over Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijkDe Jeugdwet benadrukt het belang van kijken naar de brede context rond het kind en het gezin. Lees hoe gemeenten die hulpvragen op deze manier benaderen.