Onderzoek naar perspectief en continuïteit pleegzorg
Kinderen groeien het liefst thuis op. Als dat niet kan, is het doel dat ze later weer veilig terug naar huis kunnen. Soms is dit niet mogelijk. Voor deze afweging wordt een opvoedbesluit genomen: een zorgvuldig plan voor de toekomst van het kind. Dit geeft houvast en vraagt om zorgvuldige afwegingen. Bij het maken van een opvoedbesluit helpt het om te weten welke factoren een plaatsing succesvol maken en wat belangrijk is bij het maken van een veilig en duurzaam opvoedperspectief.
Alles over Pleegzorg
Succesvolle pleeggezinnen: wat werkt?
Vlaams onderzoek laat zien welke kenmerken van pleeggezinnen goed werken in pleegzorg. Deze inzichten zijn ook relevant in Nederland en geven handvatten voor werving, matching en ondersteuning van pleeggezinnen. De acht kenmerken van succesvolle pleeggezinnen zijn:
- Het pleeggezin werkt goed samen met de ouders van het pleegkind en de pleegzorgwerkers.
- Pleegouders bieden warmte en zijn emotioneel beschikbaar voor het kind.
- Pleegouders zorgen voor stabiliteit met voorspelbare zorg en continuïteit, zoals vaste dagritmes en regels in huis.
- Het hele gezin is gemotiveerd om het kind te helpen.
- Pleegouders kunnen zich makkelijk aanpassen aan de behoeften van het kind.
- Pleegouders begrijpen het gedrag, de gevoelens en behoeften van het kind.
- Pleegouders hebben voldoende sociale en materiële voorzieningen, zoals een steunend netwerk en toegang tot school en hobby's.
- Pleegouders beschikken over de basisvaardigheden van goed ouderschap, zoals grenzen stellen en warmte geven.
Onderzoek over succesvolle pleeggezinnen in Vlaanderen
Characteristics of successful foster families according to Flemish foster care workers. Vlaamse pleegzorgwerkers onderzochten zestig kenmerken van succesvolle pleeggezinnen. Belangrijk zijn een stabiel gezinsleven, goede opvoedvaardigheden, flexibiliteit en emotionele beschikbaarheid. Het onderzoek benadrukt ook dat er veel van pleegouders wordt verwacht en pleegouders goede ondersteuning nodig hebben.
Veilige hechting
Pleegkinderen hebben vaker een onveilige hechting dan andere kinderen. Onderzoek laat zien dat de kenmerken van pleegouders belangrijker zijn voor een veilige hechting dan die van pleegkinderen zelf.
Wat wel en niet werkt
Als pleegouders veel stress ervaren, vergroot dit de kans op hechtingsproblemen. Dit is vooral bij pleegkinderen die vaak verhuisd zijn en daardoor weinig stabiliteit gehad hebben. Een positieve en sensitieve manier van opvoeden helpt om een veilige hechting te ontwikkelen. Het is belangrijk dat pleegouders een sociaal netwerk hebben waar ze op terug kunnen vallen. Ook draagt een lange en stabiele plaatsing bij aan een veilige hechting, vermindert het de kans op hechtingsproblemen en ondersteunt het de sociaalemotionele ontwikkeling van het kind.
Onderzoeken over hechting
- Attachment in family foster case: Literature review of associated characteristics. In dit onderzoek staan kenmerken die belangrijk zijn voor hechting tussen pleegouders en pleegkinderen. Vooral kenmerken van pleegouders, zoals sensitiviteit en een positieve opvoedingsstijl, zijn belangrijk voor het ontwikkelen van een veilige hechting.
- Implications of Foster Care on Attachment: A Literature Review. In dit artikel lees je dat trauma en instabiliteit door veel verhuizingen de hechting van pleegkinderen negatief beïnvloeden. Kinderen die vaak verhuizen, hebben vaker een onveilige of gedesorganiseerde hechting. Pleegouders spelen een belangrijke rol in het herstellen van de hechting, zoals door sensitief te zijn en er voor de kinderen te zijn. Het helpt ook als pleegkinderen langere tijd in het pleeggezin kunnen wonen.
- Foster children's attachment behavior and representation: Influence of children's pre-placement experiences and foster caregiver's sensitivity. Pleegkinderen van drie tot acht jaar hebben vaker een onveilige of gedesorganiseerde hechting dan kinderen die thuis opgroeien. Een sensitieve, positieve opvoedingsstijl kan het hechtingsgedrag van pleegkinderen positief beïnvloeden. Passende interventies kunnen hierbij helpen.
Breakdown in pleegzorg
Een breakdown is wanneer een pleegzorgplaatsing eerder stopt dan gepland. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor pleegkinderen. Het zorgt voor instabiliteit in het leven van pleegkinderen wat niet goed is voor hun ontwikkeling en de kans op gedrags- en hechtingsproblemen vergroot. Hierdoor wordt een nieuwe, stabiele plaatsing steeds lastiger.
Factoren voor breakdown
Er zijn verschillende factoren die de kans op het voortijd stoppen van een plaatsing verhogen:
- Gedragsproblemen van het kind
- Conflicten tussen ouders en pleegouders
- Beperkte opvoedvaardigheden van pleegouders
- Eerdere breakdowns of negatieve ervaringen met plaatsingen
- Hogere leeftijd van het kind
- Plaatsing zonder broers of zussen
- Een geschiedenis van mishandeling
- Gebrek aan inspraak en voorbereiding van ouders en pleegkinderen
- Wisselende begeleiding
Wat helpt bij stabiele plaatsingen
Succesvolle plaatsingen zijn het meest waarschijnlijk wanneer:
- Er goed contact is tussen het pleegkind en de ouders
- Pleegouders een neutrale en ondersteunende houding hebben tegenover ouders
- Het pleegkind positief oordeelt over de huidige woonsituatie
- Het pleegkind de plaatsing als een goede beslissing ervaart
- Er goed contact is tussen ouders en pleegouders en dit ook positief wordt ervaren door het pleegkind
- Het pleegkind actief wordt betrokken bij beslissingen over de plaatsing
- Er structurele monitoring plaatsvindt van het welzijn van het pleegkind
- Rust, structuur en duidelijke kaders aanwezig zijn in het dagelijks leven
- Beschikbare en geaccepteerde hulpverlening tijdens plaatsing wordt ingezet
Het succes van een pleegzorgplaatsing wordt sterk bepaald door de ervaringen en de beleving van het pleegkind zelf, goede samenwerking tussen ouders en pleegouders, voldoende voorbereiding, duidelijke structuur en tijdige hulpverlening.
Onderzoeken over breakdowns
- Verdiepende inzichten in pleegzorg en gezinshuizen als alternatief voor residentieel verblijf. Onderzoek naar breakdown in pleegzorg keek naar 60 plaatsingen om te begrijpen waarom sommige stabiel blijven en andere voortijdig stoppen. Belangrijkste bevindingen zijn dat ervaringen van het kind zelf het meest bepalend zijn. Ook goed contact en samenwerking met de ouders, duidelijke structuur en beschikbare hulpverlening dragen bij aan stabiliteit.
- Foster care placement instability: A meta-analytic review. Tussen 1990 en 2017 keken 42 studies naar redenen voor het beëindigen van pleegzorgplaatsingen. Risico's zijn gedragsproblemen bij het pleegkind, plaatsing bij pleegouders die geen familie zijn, het apart plaatsen van broers en zussen en een hogere leeftijd van het kind. Pleegouders met goede opvoedvaardigheden, zoals geduld, consistentie, emotionele beschikbaarheid en aanpassingsvermogen, zorgen juist dat pleegkinderen langer bij hen kunnen wonen.
- Fostering traumatized children. Dit onderzoek laat zien dat gedragsproblemen van pleegkinderen en onvoldoende opvoedvaardigheden van pleegouders de onderlinge hechting kunnen verstoren. Plaatsingen in het eigen netwerk en samen met broertjes of zusjes zorgen voor meer stabiliteit.
- Prevention of instability in foster care: A case file review study. Uit een analyse van 2.000 pleegzorgplaatsingen tussen 2015 en 2018 blijkt dat elke eerdere pleegzorgplaatsing de kans op een breakdown groter maakt. De interventies Basic Trust en Therapeutische Pleegzorg verkleinen de kans dat een plaatsing eerder stopt.
- Prevalence and associated factors of placement breakdown of unaccompanied children in Flemish family foster case. A follow-up study. In het eerste jaar van de plaatsing neemt de kans op een breakdown bij niet-begeleide minderjarige vluchtelingen toe als ze heftige dingen hebben meegemaakt in het gastland. Contact met leeftijdgenoten en ouders verlagen de kans op een breakdown. Onduidelijkheid over de verblijfsstatus verhogen op lange termijn de kans op breakdown.
- Placement breakdowns in longterm foster care a regional Swedish study. In deze Zweedse studie is gekeken naar risicofactoren voor breakdowns in pleegzorg. Risico's zijn een plaatsing van een kind ouder dan twee jaar en herhaalde uitingen van ontevredenheid van het pleegkind richting de pleegzorgwerker of van de pleegouders over het kind.
Criteria voor terugplaatsing
Het besluit om een kind weer bij de ouders te laten wonen vraagt om zorgvuldige afwegingen. Verschillende zaken spelen hierbij een rol, zoals de vaardigheden van ouders om voor hun kind te zorgen. Professionals nemen hun beslissing op basis van meerdere factoren. Die zijn verdeeld in zeven belangrijke thema's:
- Een veilige relatie tussen ouders en het kind.
- Bereidheid van het gezin om mee te werken bij de professionele hulp en ondersteuning die zij krijgen na de terugplaatsing.
- Voorbereiding op de terugplaatsing en een passende timing in overeenstemming met het kind.
- Opvoedvaardigheden en het functioneren van de ouders.
- Formele en informele steun voor het gezin.
- Behoeften en wensen van het kind voor de ontwikkeling.
- Bereidheid van de ouders om samen te werken met het pleeggezin en dit vol te houden.
Een terugplaatsing naar huis komt vaker voor als het kind regelmatig contact heeft met de eigen ouders. Extra hulp en duidelijke afspraken over de plaatsing helpen hierbij.
Onderzoeken over criteria van een terugplaatsing
- Family Reunification Decision-Making in Dutch Family Foster Care: A Dual Perspective Approach. In dit onderzoek staat wat pleegzorgbegeleiders en familierechters in Nederland belangrijk vinden bij het terugplaatsen van een kind naar huis. Beide groepen noemen drie belangrijke thema's bij deze beslissing: hoe goed de ouders hun kind kunnen opvoeden, of de ouders bereid zijn om hulp te accepteren en wat het kind nodig heeft en wil.
- Reunification of foster children: Factors associated with reunification outcomes in Flanders and the Netherlands. In deze studie is de hereniging van pleegkinderen met hun ouders onderzocht. In zes jaar ging 15 procent van de kinderen weer thuis wonen, meestal binnen 2,5 jaar na de uithuisplaatsing. Een terugplaatsing kwam vaker voor als het kind tijdens de plaatsing regelmatig contact had met de ouders, het kind extra ondersteuning kreeg en het opvoedperspectief duidelijk was.
- Reasons used by Flemish foster care workers in Family reunification Decision Making. In dit onderzoek staan de criteria die Vlaamse pleegzorgbegeleiders gebruiken bij beslissingen over het weer thuis wonen van pleegkinderen. Het belangrijkste is dat het kind veilig is en dat er goed op het kind wordt gelet. Daarna volgen de opvoedvaardigheden van de ouders, het emotioneel welzijn van het kind en het steunen van de samenwerking van de ouders met de pleegzorgbegeleider. Opvallend is dat de belangrijkste criteria in de praktijk het moeilijkst te beoordelen zijn.