Mediagebruik van jongeren van 16 jaar en ouder

Het mediagebruik van jongeren begint te lijken op dat van volwassenen. Ze gebruiken media om te ontspannen, te leren, zich te uiten en contact te houden met anderen. Dit doen ze vooral buiten het zicht van hun ouders en opvoeders. Op deze pagina vind je een overzicht van wat we tot nu toe weten over mediagebruik door jongeren van 16 jaar en ouder. Ook lees je over de voordelen en nadelen rond vier ontwikkelingsgebieden: denken en leren, lichamelijk, sociaal-emotioneel en spel en fantasie.

In het kort 

Onderbouwde adviezen voor mediagebruik van jongeren: 

  • Voor jongeren vanaf 12 jaar is het advies in Nederland maximaal 3 uur schermtijd per dag. Dit is exclusief schermtijd voor school. Dit advies geldt ook voor jongeren van 16 jaar en ouder.  
  • Jongeren hebben nog steeds begeleiding nodig bij hun mediagebruik. Vooral bij het inschatten van en omgaan met risico's. 
  • Om als ouders en professionals in contact te blijven met jongeren over de risico's helpt het om ook de positieve kanten van mediagebruik te bespreken.  

Maak je je zorgen over de negatieve effecten van mediagebruik en wil je het gesprek aangaan? Dan vinden jongeren het vooral belangrijk dat ze serieus genomen worden en dat volwassenen kalm blijven.  

Lees welke tips jongeren aan ouders geven: Van jongeren voor ouders: Over sociale media

Mediagebruik van jongeren 

Het mediagebruik van jongeren lijkt voor een groot deel nog steeds op dat van pubers. Ze gebruiken over het algemeen veel verschillende media en vaak ook tegelijkertijd. Daarnaast gebruiken jongeren media vooral zelfstandig, vaak buiten het zicht van ouders en opvoeders. Ze zijn vaker van huis, of zelfs het huis al uit. In deze fase ontwikkelen jongeren hun zelfstandigheid en nemen ze hun eigen beslissingen. Dat vraagt om een nieuwe rol van ouders: van sturend naar meer adviserend.  

Vanwege de groeiende zelfstandigheid wordt het mediagebruik van jongeren ook praktischer. Ze moeten vaak meer dingen zelf gaan regelen en daarvoor hebben ze internet nodig. Zo schrijven ze zich misschien online in voor een vervolgopleiding, vinden ze online een bijbaan en hebben ze zelf digitaal toegang tot hun eigen geld. Als jongeren 18 jaar worden, verloopt hun contact met de overheid en eventuele zorgverleners ook steeds vaker digitaal.  

In deze periode komen de opvattingen en interesses van jongeren duidelijk terug in hun mediagewoonten. Sommige jongeren gebruiken meer media dan anderen. Dit kan allerlei redenen hebben. Bijvoorbeeld omdat ze online aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten of graag online gamen. Ouders en opvoeders hebben in deze fase een begeleidende rol bij het helpen vinden van een balans tussen online en offline activiteiten.  

Jongeren krijgen hechtere vriendschappen en de kwaliteit van vriendschappen wordt steeds belangrijker voor ze. Mediagebruik hoort vaak bij het onderhouden van deze vriendschappen. Jongeren gebruiken media daarom ook veel samen. Denk aan film- en serieavonden thuis of in de bioscoop, samenwerken aan een schoolopdracht of muziek delen via streamingsplatforms. Ook gamen gebeurt vooral samen met vrienden. Dit kunnen zowel directe bekenden als online vrienden zijn.  

Jongeren hebben nog steeds begeleiding nodig bij het leren omgaan met media. Het gedeelte van hun brein dat gaat over gedrag controleren en risico's inschatten, is nog volop in ontwikkeling. Hierdoor kunnen ze niet altijd alle gevolgen overzien van wat ze online doen of meemaken. In deze leeftijdsfase zullen ze misschien al eens iets vervelends hebben meegemaakt online. Als slachtoffer of als omstander. Steun en advies van hun ouders en opvoeders blijft van belang. Ook het geven van het goede voorbeeld blijft belangrijk bij het gezond leren omgaan met media. Bijvoorbeeld door je als gezin allemaal aan dezelfde afspraken te houden. Het thuis consequent zijn met regels helpt jongeren bij het vinden van een gezonde balans in hun mediagebruik. 

Denken en leren 

In het kort 

Media bieden jongeren kansen om te leren en te oefenen met bepaalde cognitieve vaardigheden, zoals probleemoplossend denken. Mediagebruik kan ook negatieve gevolgen hebben op executieve functies zoals het vasthouden van aandacht, motivatie en de impulscontrole. Ouders en opvoeders kunnen ondersteuning bieden door het gelijktijdig gebruik van verschillende media te ontmoedigen, het goede voorbeeld te geven en te helpen met het vinden van de juiste balans met andere activiteiten.  

Mogelijke positieve effecten  

Digitale media kunnen het denken en leren van jongeren op verschillende manieren ondersteunen en stimuleren. Denk aan apps of video's die kunnen helpen bij schoolwerk, leren programmeren of het leren van een nieuwe taal.  

Digitale media kunnen jongeren ook helpen om iets zelfstandig op te lossen en inzicht te krijgen in hun eigen leren. Bijvoorbeeld door de feedback van een leerapp, of de extra uitleg in een video die ze niet van hun ouders of leerkracht kunnen krijgen. Die ervaringen met zelfstandigheid zijn belangrijk voor het zelfvertrouwen en motivatie.  

Van gamen is aangetoond dat het onder andere kan helpen bij het werkgeheugen, probleemoplossend vermogen, samenwerken en ruimtelijk inzicht.  

Mogelijke negatieve effecten 

Sociale media en andere digitale platforms activeren de beloningssystemen in de hersenen. De platforms gebruiken hiervoor allerlei prikkels, zoals likes, streaks, en de eindeloze scroll. Door deze prikkels komt dopamine vrij in de hersenen van de gebruikers. Hierdoor ervaren ze gevoelens van plezier en voldoening. Bij jongeren is het gebied dat gevoelig is voor beloningen rond hun zestiende volledig ontwikkeld, maar het gebied voor controle en het reguleren van gedrag nog niet. Dopamine krijgt daarom bij jongeren nog veel meer ruimte dan bij volwassenen. Hierdoor zijn ze gevoeliger voor het ontwikkelen van problematisch mediagebruik. En ook voor gokken en middelengebruik. 

Het brein van jongeren op het gebied van planning, impulsbeheersing en besluitvorming is dus nog niet volledig ontwikkeld. Hierdoor kunnen jongeren beslissingen en risico's nemen zonder de gevolgen daarvan goed te kunnen inschatten. Denk aan het doen van in-game aankopen, aankopen op basis van misleidende reclames, of het versturen van een naaktfoto. Door hun gevoeligheid voor beloning kunnen ze ook moeite hebben met het zelfstandig begrenzen van hun mediagebruik.  

Tot slot doen veel jongeren aan media-multitasken: het gelijktijdig gebruiken van meerdere schermen of apps. Onderzoek laat zien dat dit negatieve effecten kan hebben voor jongeren. Onder andere op hun schoolprestaties, werkgeheugen en algehele concentratie. Zo blijkt dat jongeren die regelmatig media-multitasken niet alleen op dat moment minder gefocust zijn, maar ook op andere momenten sneller afgeleid raken.  

Lichamelijk 

In het kort 

Om lichamelijk gezond op te groeien, is het belangrijk dat jongeren leren om balans te brengen tussen mediagebruik en voldoende beweging, slaap en rust. Digitale media kunnen kansen bieden voor een gezonde leefstijl, maar er is ook risico op slaapproblemen, te weinig beweging en fysieke klachten. Daarnaast bestaat de kans dat jongeren online in aanraking komen met verkeerde informatie over hoe ze goed voor zichzelf kunnen zorgen. 

Mogelijke positieve effecten  

Media kunnen bijdragen aan de lichamelijke gezondheid van jongeren. Verschillende apps en online content bieden goede mogelijkheden voor een actieve, gezonde leefstijl. Zo kunnen jongeren elkaar via sociale media uitdagen of aanmoedigen om meer te bewegen. Daarnaast bieden sociale media toegang tot informatie over voeding, sport en gezonde leefgewoonten. Onder meer via online communities en influencers die een gezonde levensstijl delen. Daarnaast laat onderzoek zien dat het spelen van bepaalde games een positief effect kan hebben op de visueel-motorische ontwikkeling, zoals hand-oogcoördinatie en reactievermogen.  

Lichamelijke veranderingen van de seksuele ontwikkeling zijn rond het achttiende jaar voltooid. Jongeren gaan verder met het ontdekken van seksualiteit op lichamelijk en emotioneel vlak. Ze hebben ruimte nodig om te experimenteren en te ontdekken wat ze fijn en belangrijk vinden. Het versturen van een seksueel getinte foto of het zoeken naar seksuele inhoud kan bij deze ontdekkingstocht horen. Maar dat is niet zonder risico.  

Mogelijke negatieve effecten  

Veel schermtijd hangt samen met minder lichamelijke beweging en een slechtere houding. Zo kan veel schermtijd leiden tot hoofdpijn en rugpijn, vermoeide ogen en bijziendheid. Bijziendheid onder jongeren neemt toe en wordt direct in verband gebracht met de toegenomen schermtijd. Voldoende pauzes, naar buiten gaan, voldoende verlichte ruimtes, in de verte kijken en genoeg afwisseling tussen online en offline activiteiten kunnen de negatieve effecten helpen voorkomen en beperken. 

Veel schermgebruik hangt samen met een hoger BMI en ongezonder eetgedrag. Onderzoek laat zien dat de nadelige gevolgen voor de lichamelijke gezondheid vooral samenhangen met het lange tijd stilzitten achter een scherm, en minder met het feit dat jongeren online zijn. Met andere woorden: voor lichamelijke gezondheid maakt vooral het gedrag achter het scherm het verschil. Positieve effecten hangen juist vaker samen met wat jongeren online doen of bekijken.

Overmatig mediagebruik kan het slaappatroon van jongeren verstoren. Vooral het uitstellen van slapen in combinatie met prikkels door media zorgt voor een negatief effect. Slaaptekort heeft negatieve gevolgen voor het energieniveau, de stemming, het geheugen en het concentratievermogen overdag. En het vergroot de kans op risicovollere beslissingen. Hoewel slaapproblemen bij jongeren tussen de 12 en 17 jaar deels samenhangen met biologische veranderingen in de puberteit, kan mediagebruik worden gezien als een factor die deze problemen versterkt. 

Tot slot bieden sociale media jongeren veel informatie over leefstijl en seksuele gezondheid, maar niet alle informatie is betrouwbaar. Influencers en online communities promoten soms leefstijlen of diëten die wetenschappelijk niet onderbouwd zijn. Of zelfs schadelijk kunnen zijn voor de lichamelijke ontwikkeling. Daarnaast komen jongeren via entertainmentmedia zoals reality-tv vaak in aanraking met het afbeelden van gesprekken over seks en seksueel gedrag. 

Ook is het voor jongeren steeds gebruikelijker om online informatie te zoeken over seksuele gezondheid. Hierbij is het moeilijk om de kwaliteit van de inhoud die zij zien te beoordelen, waardoor ze mogelijk verkeerde informatie krijgen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het kijken naar porno in verband staat met schadelijke overtuigingen en percepties van seks. Bijvoorbeeld op het gebied van genderrollen.  

Sociaal-emotioneel 

In het kort 

Jongeren vormen in deze periode emotioneel intiemere relaties met anderen dan hiervoor. Media kunnen een manier zijn om betekenisvolle relaties aan te gaan en op te bouwen. Maar ze kunnen ook juist ervoor zorgen dat deze relaties niet ontstaan. Media kunnen bovendien een negatieve invloed hebben op jongeren die in deze leeftijdsfase gevoelig zijn voor de sociale goedkeuring van hun leeftijdsgenoten.  

Mogelijke positieve effecten 

Jongeren vormen in deze periode emotioneel intiemere relaties met anderen. Hierbij oefenen ze met zichzelf openstellen, zorgzaam zijn, steun en hulp bieden. Digitale media bieden jongeren mogelijkheden om bestaande relaties te onderhouden en verdiepen. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat online contact, bestaande vriendschappen meestal aanvult in plaats van vervangt. Daarnaast heeft videobellen een positief effect op de ervaren verbinding met anderen. Ook blijkt dat jongeren eerder hun romantische en seksuele grenzen aangeven bij hun partner via online communicatie dan face-to-face.  

Voor jongeren die in de fysieke leefomgeving minder makkelijk aansluiting vinden, zijn digitale platforms soms een laagdrempelige manier om wel verbindingen aan te gaan. En om zo ook te oefenen met sociaal-emotionele vaardigheden. In het onderzoek hiernaar blijken deze effecten wel dubbel te zijn: jongeren kunnen tegelijkertijd positieve en negatieve effecten ervaren. Jongeren die online de aansluiting vinden die ze in de fysieke wereld missen, kunnen bijvoorbeeld tegelijkertijd ook sneller in aanraking komen met online haat. 

Het brein van jongeren wordt langzaam minder gevoelig voor groepsdruk, maar jongeren hebben nog steeds behoefte aan sociale goedkeuring van hun leeftijdsgenoten. De kwaliteit van relaties wordt belangrijker dan de hoeveelheid relaties. Daarbij worden jongeren over het algemeen minder gevoelig voor likes en comments. Maar als jongeren meer waardering ontvangen voor wat ze online delen, kan dat nog steeds positief zijn. Bijvoorbeeld voor hun zelfbeeld.  

Mogelijke negatieve effecten 

In deze leeftijdsfase leren jongeren om emotioneel hechtere relaties op te bouwen, zich open te stellen naar anderen en steun te bieden. Jongeren die veel sociale media gebruiken, hebben soms minder contact met anderen in het echte leven. Juist die offline contacten helpen hen belangrijke sociale vaardigheden te ontwikkelen. Vooral in deze periode kan een voorkeur voor passief of oppervlakkig online contact het moeilijker maken om hechte en betekenisvolle relaties op te bouwen. Zowel op vriendschappelijk als op romantisch gebied. Op lange termijn kan dit gevoelens van isolatie versterken, ook bij jongeren die sociale media aanvankelijk gebruiken als manier om negatieve gevoelens te verlichten of vermijden. 

Op romantisch gebied kunnen jongeren verkeerde verwachtingen krijgen over relaties en seks door de vluchtigheid van online contact. Jongeren die dit veel gebruiken, rapporteren zelf meer gevoelens van onrust, onvrede over zichzelf, en minder voldoening bij offline contact.  

Niet alle content waarmee jongeren online in aanraking komen, is geschikt of betrouwbaar. Extreem gewelddadige of pornografische beelden in games en op internet kunnen leiden tot emotionele afstomping. Het vertekende beeld van seksualiteit in pornografie kan bij jongeren een verkeerd verwachtingspatroon creëren rondom intimiteit. Ook kunnen jongeren verstrikt raken tussen hun online en offline imago. Dit komt doordat ze telkens bezig zijn met zichzelf online presenteren, terwijl ze tegelijkertijd zoeken naar wie ze zijn en bij welke groepen ze willen horen.

Spel en plezier

Digitale media bieden voor jongeren vooral mogelijkheden voor hobby's en vrijetijdsbesteding. Die activiteiten vormen bijvoorbeeld een uitlaatklep om afstand te kunnen nemen van werk of studieverplichtingen. Ook bieden ze mogelijkheden om weg te dromen of zich te vermaken volgens andere regels dan die uit het dagelijks leven. Tegelijkertijd kunnen media ook een verkeerde uitlaatklep zijn voor jongeren. Voornamelijk als het een uitvlucht wordt voor negatieve gevoelens. Daarmee kan mediagebruik een manier worden om emoties te reguleren. Dit kan uiteindelijk leiden tot problematisch gebruik of verslaving. 

'Adolescence Ages 11-18 The Children and Screens Guide for Childhood Development and Media Use' (n.d.). Laatst geraadpleegd op 9 september 2026.

Alonzo, R., J. Hussain, S. Stranges en K.K. Anderson (2020). 'Interplay between social media use, sleep quality, and mental health in youth: A systematic review'. 'Sleep Medicine Reviews', jaargang 56, artikel 101414.    

Boer, M., G. W. Stevens, C. Finkenauer, M.E. de Looze, R.J van den Eijnden (2020). 'Social media use intensity, social media use problems, and mental health among adolescents: Investigating directionality and mediating processes'. 'Computers in Human Behavior', jaargang 116, artikel 106645.

Brautsch, L. A., L. Lund, M. M. Andersen, P.J. Jennum, A.P. Folker en S. Andersen (2022). 'Dgital media use and sleep in late adolescence and young adulthood: A systematic review'. 'Sleep Medicine Reviews', jaargang 68, artikel 101742.

Christakis, D. A., en L. Hale (Eds.). (2025). 'Handbook of children and screens: Digital media, development, and well-being from birth through adolescence'. Springer Nature.  

'#GeenPaniek - Gezondheid, jongeren en hun digitale omgeving'. Raad voor Volksgezondheid & Samenleving.

Haidt, J. (2024). 'Generatie angststoornis: Wat sociale media met onze kinderen doen' (K. van Klaveren, Vert.). Ten Have.

Haddock, A., N. Ward, R. Yu, N. O'Dea (2022). 'Positive Effects of Digital Technology Use by Adolescents: A Scoping Review of the Literature'. 'Int. J. Environ. Res. Public Health' , jaargang 19, artikel 14009.

Jolles, J. (2016). 'Het tienerbrein: over de adolescent tussen biologie en omgeving'. 

Koning, I., H. Vossen, H. Brons en R. van den Eijnden (2025). 'Richtlijn Gezond Schermgebruik: Richtlijn voor opvoeders'. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Leonhardt, C., D. Danielsen en S. Andersen (2025). 'Associations between screen use, learning and concentration among children and young people in western countries: a scoping review'. 'Children and Youth Services Review', jaargang 177, artikel 108508.

Orben, A., en A.K. Przybylski (2019). 'The association between adolescent well-being and digital technology use'. 'Nature Human Behaviour', jaargang 3, nummer 2, p. 173–182.

Pathmendra, P., M. Raggatt, M.S. Lim, J.L. Marino en S.R Skinner (2023). 'Exposure to pornography and adolescent sexual behavior: Systematic review'. 'Journal of medical internet research', jaargang 25, artikel e43116.

Pirrone, D., M. Zondervan-Zwijnenburg, E. Reitz, R.J. van den Eijnden en T.F. Ter Bogt (2022). 'Pornography use profiles and the emergence of sexual behaviors in adolescence'. 'Archives of sexual behavior', jaargang 51, nummer 2, p. 1141-1156. 

Pouwels, J. L., I. Beyens, L., Keijsers en P.M. Valkenburg (2025). 'Changing or stable? The effects of adolescents' social media use on psychosocial functioning'. 'Child Development', jaargang 96, nummer 2, p. 752-770. 

Schuur, W. A. van der, S.E. Baumgartner, S. R. Sumter en P.M. Valkenburg (2015). 'The consequences of media multitasking for youth: A review'. 'Computers in Human Behavior', jaargang 53, p. 204–215.

Valkenburg, P. M., en J. Peter. (2013). 'The differential susceptibility to media effects model'. 'Journal of communication', jaargang 63, nummer 2, p. 221-243. 

Valkenburg, P. M., en J.T. Piotrowski (2017). 'Plugged in: How media attract and affect youth'. Yale University Press.  

Wal, A. van der, I. Vondenhof, K. Mikalauskas, R. Godard, K. Zioni, F. Loecherbach en I. Beyens (2025). 'What's on Their For You Page? A Large-Scale Computational Approach to Analyzing Adolescents' TikTok Archives Through Hashtag Topic Modeling'. 

Zadey, S., B. Kelleher en J. Vasa (2025). 'Cognitive Benefits and Challenges of Gaming'. In: 'Social and Affective Neuroscience of Gaming: Insights from Fundamentals to Public Mental Health Applications' (p. 177-200). Cham: Springer Nature Switzerland.

Rebecca Wald

Rebecca Wald

senior inhoudsdeskundige Opgroeien en opvoeden
r.wald [at] nji.nl