Algemeen toegankelijke kinderopvang in Groningen: vroeg investeren in gelijke kansen

In vier noordelijke wijken van Groningen staan de sociaaleconomische omstandigheden al langere tijd onder druk. Veel kinderen beginnen daar met een achterstand aan de basisschool. Om hun ontwikkelkansen al in de eerste levensjaren te vergroten, startten de gemeente Groningen, Stichting Kinderopvang Stad Groningen (SKSG) en Kids First een initiatief voor toegankelijke kinderopvang. Het aanbod richt zich op kinderen van zes maanden tot twee jaar uit gezinnen zonder recht op kinderopvangtoeslag. Het doel: kinderen een kansrijke start geven én ouders ruimte bieden voor stappen richting werk of opleiding. 

We bouwen aan vertrouwen onderling, de ontwikkeling van kinderen en meer mogelijkheden voor ouders.

Het interview voor dit praktijkvoorbeeld vond plaats toen Anne Looijenga nog manager Kinderopvang bij SKSG was. Inmiddels werkt hij als strategisch adviseur en directielid bij Edunamics. 

Niet ieder kind krijgt dezelfde kansen 

Volgens voormalig manager Kinderopvang van SKSG Anne Looijenga heeft naar schatting zeventig tot tachtig procent van de kinderen in deze wijken al een indicatie dat zij zonder extra ondersteuning met een achterstand aan de basisschool zullen beginnen. 'Dan hebben we het niet over kleine achterstanden', zegt hij. 'We hebben het over kinderen die op vierjarige leeftijd nog niet zindelijk zijn of geen enkel woord Nederlands spreken.' 

Volgens Anne hebben die achterstanden verschillende oorzaken. 'Gezinnen kunnen te maken hebben met armoede, taalbarrières of ingrijpende gebeurtenissen. Ook komen sommige kinderen weinig in aanraking met andere kinderen, waardoor zij minder kansen krijgen om hun taal, sociale vaardigheden en motoriek te ontwikkelen.'  

Veel van deze gezinnen maken geen gebruik van kinderopvang. Een van de belangrijkste redenen is dat zij geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. 'Daarnaast zijn veel ouders zelf thuis en zien zij geen directe aanleiding om hun kind naar de opvang te brengen', legt Anne uit. 'Ook kunnen taalbarrières, culturele verschillen, of een gebrek aan vertrouwen in de overheid of hulpverlening een rol spelen.' 

Een andere kijk op kinderopvang 

Met de Algemeen Toegankelijke Kinderopvang (ATK) wil Groningen juist deze kwetsbare groep bereiken. 'Het gaat niet alleen om nieuwkomers', benadrukt Anne. 'Ook gezinnen die al jarenlang in Nederland wonen, kunnen extra ondersteuning gebruiken.' 

Volgens Anne verschilt dit initiatief wezenlijk van de landelijke plannen voor bijna gratis kinderopvang vanaf 2029. 'Wat vaak niet genoemd wordt, is dat die landelijke regeling alleen geldt voor ouders die voldoen aan de arbeidseis en dus recht hebben op kinderopvangtoeslag. De gezinnen die wij willen bereiken, vallen daar vaak buiten.'

Volgens Anne komt dat doordat kinderopvang in Nederland vaak primair wordt gezien als middel om ouders aan het werk te krijgen. 'In Groningen is dat uitgangspunt omgedraaid: daar staat de ontwikkeling van het kind centraal. Dat ouders daardoor meer ruimte krijgen om stappen te zetten richting werk of een opleiding, is een mooi bijkomend effect.'

De Algemeen Toegankelijke Kinderopvang (ATK) is ontstaan vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV), een landelijke aanpak om de leefbaarheid en kansen in kwetsbare gebieden te vergroten. Binnen dit programma namen de gemeente Groningen, SKSG en Kids First gezamenlijk het initiatief voor de ATK en ontwikkelden zij het aanbod. 
 
De ATK biedt kinderopvang aan kinderen van zes maanden tot twee jaar van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. De opvang vindt plaats op twaalf locaties in vier noordelijke wijken van Groningen. Kinderen gaan twee vaste dagen per week naar de opvang. De eerste drie maanden staan in het teken van wennen en het opbouwen van vertrouwen. 

Een doorlopende ontwikkellijn 

De gemeente Groningen investeert al langer in voorschoolse educatie vanaf twee jaar. Met de ATK is daar een nieuwe schakel aan toegevoegd. Anne: 'Daardoor ontstaat een doorlopende ontwikkellijn van zes maanden tot aan de basisschool.' 

Kinderen kunnen al vanaf zes maanden wennen aan een vaste groep, vaste pedagogisch professionals en een vast dagritme. Vanaf twee jaar stromen zij door naar de voorschoolse educatie. Volgens Anne maakt dat niet alleen de overgang naar de basisschool kleiner, maar ondersteunt het kinderen ook in hun ontwikkeling. 

Een sterke pedagogische basis 

De ATK is geen los initiatief, maar onderdeel van een bredere aanpak rondom het jonge kind. Anne noemt het 'een samenstel van interventies'. Samen dragen die bij aan een sterke pedagogische basis in de wijk, waarin kinderopvang, consultatiebureau, onderwijs, welzijn en gemeente samenwerken om kinderen en gezinnen zo vroeg mogelijk te bereiken en te ondersteunen. 'We bouwen aan een kleine gemeenschap: vertrouwen onderling, stapjes in de ontwikkeling van kinderen en meer mogelijkheden voor ouders.' 

Wat vraagt deze aanpak? 

Investeren in het opbouwen van vertrouwen 

Omdat veel van deze gezinnen niet vanzelf de weg naar de kinderopvang vinden, investeert Groningen nadrukkelijk in het opbouwen van vertrouwen. 'Het kost tijd om gezinnen te bereiken en te laten ervaren wat de opvang voor hun kind kan betekenen.' 

Om deze gezinnen te bereiken, zet de gemeente Groningen verschillende interventies in. 'Een eerste interventie is dat het consultatiebureau extra tijd heeft gekregen om al voor en kort na de geboorte een relatie met gezinnen op te bouwen', vertelt Anne. 'Een tweede interventie is de inzet van zes voorschoolse brugfunctionarissen. Zij komen uit het onderwijs of de kinderopvang, hebben verschillende culturele achtergronden en kennen de leefwereld van veel gezinnen goed.' Volgens Anne vormen zij de schakel tussen gezinnen, de kinderopvang en andere voorzieningen. 

Tijdens de eerste maanden begeleiden de brugfunctionarissen ouders en kinderen intensief en bouwen zij stap voor stap een vertrouwensband op. 'Er wordt gesproken over de gezinssituatie, de culturele achtergrond en vragen die binnen het gezin spelen. Vanuit hun netwerk helpen zij ouders ook bij vervolgstappen, zoals een inburgeringscursus, een opleiding of het halen van een rijbewijs.' Ook zoeken zij ouders op op plekken waar zij al komen, zoals buurthuizen, moskeeën en vrouwencentra. 'Het gaat erom dat je dichtbij de praktijk van gezinnen blijft.' 

Dat investeren in relaties kost tijd, maar blijkt volgens Anne essentieel. 'De eerste drie à vier maanden na de start meldden zich nauwelijks gezinnen aan. Pas toen er meer werd geïnvesteerd in het opbouwen van relaties en het overbruggen van culturele verschillen, groeide het aantal aanmeldingen snel.' 

Een andere rol voor pedagogisch professionals 

Deze aanpak vraagt volgens Anne ook om professionals die meer doen dan alleen opvang bieden. In sommige gezinnen spelen oorlogservaringen en andere ingrijpende gebeurtenissen een rol. Daarom worden pedagogisch professionals geschoold in traumasensitief werken en bespreken zij signalen samen met andere betrokken professionals en organisaties. 'Dit zijn niet alleen mensen die kinderen opvangen terwijl ouders werken. Dit zijn professionals die kennis hebben van de ontwikkeling van kinderen, van gezinspatronen en die een partner zijn voor ouders.' 

Wat levert de Algemeen Toegankelijke Kinderopvang op? 

Opbrengsten voor kinderen 

Inmiddels maken ongeveer 150 kinderen gebruik van de regeling. Hoewel de definitieve onderzoeksresultaten nog moeten volgen, zien de betrokken organisaties nu al positieve effecten. 'We zien dat de taalontwikkeling heel snel gaat als kinderen vroeg in aanraking komen met de Nederlandse taal. Daarnaast worden kinderen socialer en gaan ze motorisch sneller vooruit.' 

Sommige kinderen groeien op zonder speelgoed of andere materialen die hun ontwikkeling stimuleren. 'Dan zie je dat kinderen op drieënhalf of vierjarige leeftijd nog niet in staat zijn om blokken op elkaar te stapelen. In de kinderopvang is die stimulans er wel, én zijn er professionals die weten hoe ze die ontwikkeling kunnen begeleiden.'  

Opbrengsten voor ouders 

De opbrengst van de ATK is niet alleen zichtbaar bij kinderen. Ook ouders krijgen meer ruimte om stappen te zetten richting werk, een opleiding of een inburgeringstraject. Inmiddels heeft ongeveer een derde van de deelnemende ouders recht gekregen op kinderopvangtoeslag, omdat zij werk hebben gevonden of een opleiding zijn gestart. Een voorbeeld dat Anne is bijgebleven, is een alleenstaande Somalische moeder. Twee weken nadat haar kind naar de opvang ging, begon zij met haar theorie-examen. Inmiddels heeft ze haar rijbewijs en een baan. 'Dit laat zien dat investeren in kinderen ook kansen creëert voor ouders.' 

Preventieve werking 

De aanpak heeft volgens Anne daarnaast ook een preventieve werking. Door vroeg te investeren, kan worden voorkomen dat kinderen later intensievere ondersteuning nodig hebben. Hij noemt het voorbeeld van een kind met een grote motorische achterstand, waarvoor een plaatsing op een sociaal-medisch dagverblijf werd overwogen. Tijdens de gewenningsperiode op de opvang maakte het kind echter zo'n grote ontwikkeling door dat het in de reguliere opvang kon blijven. 

Ongelijk investeren voor gelijke kansen 

Voor Anne bevestigen de eerste resultaten dat gelijke kansen vragen om gerichte investeringen in de wijken en gezinnen die dat het hardst nodig hebben. 'Het uitgangspunt is om ongelijk te investeren om uiteindelijk tot gelijke kansen te komen. Een goede start in het leven zou niet afhankelijk moeten zijn van de wijk waarin je opgroeit of van de vraag of je ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag.'  

Wat kunnen andere gemeenten en organisaties hiervan leren? 

  • Investeer eerst in vertrouwen. Verwacht niet dat gezinnen zich vanzelf aanmelden.  
  • Werk vanuit de leefwereld van gezinnen en zoek hen op waar zij al komen.  
  • Zet brugfunctionarissen in als verbinding tussen gezin, kinderopvang en andere voorzieningen.  
  • Investeer in een doorlopende ontwikkellijn van de eerste levensjaren tot de basisschool.  
  • Zie pedagogisch professionals als partners in de ontwikkeling van kinderen en gezinnen, niet alleen als opvangmedewerkers.  
  • Werk vanuit een sterke pedagogische basis waarin kinderopvang, onderwijs, welzijn en gemeente samenwerken.  
  • Durf ongelijk te investeren om uiteindelijk gelijke kansen te creëren. 
Bram van den Berg

Bram van den Berg

inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoring
b.vandenberg [at] nji.nl

Lees ook