Hoe betrek je jonge kinderen bij gemeentelijk beleid?

Gemeentelijke besluiten over bijvoorbeeld verkeer, groen of speelruimte hebben direct invloed op het dagelijks leven van kinderen in de basisschoolleeftijd. Toch worden zij vaak niet betrokken bij beleid. Hoe betrek je als gemeente jonge kinderen op een passende manier?

Vanaf welke leeftijd kun je kinderen betrekken bij beleid? 

In principe kunnen alle kinderen hun mening geven over onderwerpen die voor hen belangrijk zijn. Er is geen minimumleeftijd. Het recht op inspraak is vastgelegd in Artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag. Toch wordt dit recht in de praktijk vooral toegekend aan oudere kinderen en jongeren. Terwijl kinderen van 6 tot 12 jaar vaak ook al actiever willen meedoen in samenleving. Hun wereld wordt groter en ze leren hun omgeving beter begrijpen. Ze zoeken kansen om mee te helpen, mee te praten, verantwoordelijkheid te krijgen en een plek te hebben in een grotere gemeenschap dan hun gezin. Kinderen in deze leeftijd krijgen ook meer ideeën over hoe dingen werken of anders kunnen. Ze kunnen goed aangeven wat ze belangrijk vinden op school, de sportvereniging of in hun buurt. Door deze ontwikkeling wordt het voor volwassenen eenvoudiger om met kinderen in gesprek te gaan en hun inbreng daadwerkelijk mee te nemen in keuzes. 

Hoe sla je de brug tussen beleid en de leefwereld van het kind? 

Jonge kinderen kunnen waardevolle ideeën en ervaringen inbrengen over onderwerpen die aansluiten bij wat zij kennen en meemaken in hun dagelijks leven. Zoals school, verkeer of speelplekken. Maar ze kunnen óók meedenken en meebeslissen over bredere complexe of abstracte thema's. Jonge kinderen denken en praten hierbij meestal vanuit hun eigen ervaringen: wat werkt voor hen, en wat niet. Dit is anders dan bij jongeren, die vaker direct kunnen meedenken over abstractere beleidskeuzes of systemen.

Participatie met jonge kinderen vraagt daarom om een vertaling van beleidsthema's naar hun eigen leefwereld. Het stellen van andere vragen en het inzetten van creatieve werkvormen helpt hierbij. Vragen die je bijvoorbeeld kunt stellen: 

  • Wat vind je fijn hier? 
  • Waar voel jij je veilig in de buurt? 
  • Hoe ziet een veilige buurt er voor jou uit? En waarom? 
  • Wat zou je hier graag willen veranderen? 
  • Hoe ziet jouw droom-speeltuin (of sportveld, park, winkelcentrum) eruit? 

Vervolgens vertaal je de observaties en perspectieven van kinderen, zodat je deze kunt gebruiken in beleid en besluitvorming. 

Tips en aandachtspunten voor het betrekken van jonge kinderen bij beleid 

Ga naar plekken die kinderen kennen 

Kinderen geven hun mening makkelijker op bekende plekken en met vertrouwde volwassenen in de buurt. Ga daarom langs op school, bij de bso, in de speeltuin of het buurthuis. Denk daarbij goed na over de setting en wie aanwezig zijn. Een formele omgeving of de aanwezigheid van volwassenen kan invloed hebben op wat kinderen durven te zeggen. Zorg daarom voor een omgeving waarin kinderen zich veilig en ontspannen voelen om open te praten. 

Laat zien dat hun inbreng ertoe doet 

Kinderen willen net als volwassenen merken dat hun mening gewaardeerd en serieus genomen wordt. Vermijd een betuttelende houding, opmerkingen zoals 'wat schattig!' of het wegwuiven van ideeën. Laat ook duidelijk weten wat je met hun ideeën doet, en wees vooraf eerlijk over wat wel en niet kan. Vertel het kinderen bijvoorbeeld als er een beperkt budget is, hoeveel tijd een plan ongeveer kost, of dat het iets langer gaat duren dan verwacht. 

Bouw aan langdurige relaties 

Goede participatie kost tijd. Kinderen hebben tijd nodig om na te denken, vertrouwen op te bouwen en hun ideeën te ontwikkelen. Door kinderen steeds opnieuw te betrekken, groeit er vertrouwen: zij leren jou kennen, en ook de andere kinderen die meedoen. Een goed voorbeeld is het kindercomité in Waddinxveen. Twaalf kinderen uit alle basisscholen denken daar regelmatig mee over uiteenlopende onderwerpen. Hun ideeën en adviezen worden meegenomen in gemeentelijke plannen en besluitvorming. 

Gebruik speelse en diverse werkvormen 

Houd bij het betrekken van kinderen rekening met hun ontwikkeling en vaardigheden. Jonge kinderen kunnen hun mening nog niet altijd makkelijk verwoorden. Ook hebben ze een kortere spanningsboog. Het is daarom belangrijk om niet alleen te praten maar vooral te doen, bouwen en ervaren. Enkele voorbeelden:  

  • Laat kinderen foto's of korte filmpjes maken van plekken die zij fijn, minder fijn, onveilig of belangrijk vinden. Bespreek samen de gekozen beelden en maak een collage of wijkkaart. 
  • Kinderen kunnen hun ideeën voor de buurt tekenen, verven, knutselen of bouwen. Bijvoorbeeld de ideale speeltuin, verkeerssituatie of favoriete plek. Gebruik hun creaties om door te vragen en hun perspectief beter te begrijpen. 
  • Laat kinderen een brief of kaart schrijven over wat zij fijn vinden in hun buurt en wat zij anders zouden willen. De brief kan bijvoorbeeld gericht worden aan de burgemeester, wethouder of een projectteam. Dit kan ook anoniem. 
  • Plak een groot vel op de muur waar kinderen hun wensen voor de buurt op kunnen tekenen, schrijven of plakken. Dit geeft in één oogopslag zicht op wat kinderen belangrijk vinden. 
  • Laat kinderen met gekleurde stippen stemmen op ideeën, plekken of ontwerpopties. Dit maakt hun gezamenlijke voorkeuren zichtbaar.

Voorbeelden uit de praktijk

De gemeente Enschede vroeg kinderen hun ideeën voor een betere wijk te tekenen. De tekeningen werden als posters in bushokjes in de wijk opgehangen. Zo werden de ideeën van kinderen zichtbaar voor bewoners en de gemeente, en konden beleidsmakers bekijken welke voorstellen uitvoerbaar zijn. 

De gemeente Eemsdelta ging samen met kinderen het Biessumerbos in om na te denken over de vraag: wat willen kinderen hier kunnen doen in hun vrije tijd? De kinderen bouwden maquettes van natuurspeelplekken die zij graag in het bos zouden zien. Daarna gingen ze hierover in gesprek met de gemeente. De ideeën van de kinderen hielpen de gemeente om beter invulling te geven aan artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag: het recht van kinderen op vrije tijd, spel en ontspanning. 

Child Friendly Cities - Kinderen praten mee over plannen Biessumerbos - Eemsdelta 2022 (YouTube)Met jongGOUD geeft de gemeente Eemsdelta jongeren een stem | Voor Nu en Morgen (YouTube)

In Zwolle dachten kinderen mee over het veiliger maken van kruispunten. Kinderen hebben zelf op drukke locaties onderzoek gedaan en zijn met helmcamera's door de wijk gefietst. Op basis daarvan richtte de gemeente een tijdelijke 'verkeersproeftuin' in met extra oversteekplekken, markeringen en symbolen op het wegdek.  

Zo maak je kruispunten veiliger voor kinderen... of niet?

Deze pagina gaat over gemeentelijk beleid en kinderen vanaf de basisschoolleeftijd. Kinderen laten hun stem natuurlijk ook horen in het gezin, op school en bij buitenschoolse activiteiten. 

Lees meer over leerlingparticipatie

Foto Robin Koper

Robin Koper

inhoudsdeskundige Opgroeien en opvoeden
r.koper [at] nji.nl