Criminele uitbuiting: kijk verder dan dader of slachtoffer

Jongeren die onder druk worden gezet om strafbare feiten te plegen, zoeken zelden uit zichzelf hulp. Ze zijn bang voor de gevolgen, vertrouwen instanties vaak niet en herkennen zichzelf meestal niet als slachtoffer. Daardoor blijven situaties van criminele uitbuiting lang verborgen. Sjoerd van Bemmel, teamleider van Keerpunt, en Mike Loef, inhoudsdeskundige bij het Nederlands Jeugdinstituut, vertellen waarom laagdrempelig contact nodig is, waar professionals op kunnen letten en hoe zij naast jongeren kunnen blijven staan zonder te snel te oordelen.

Deze jongeren lopen niet zomaar een hulpverleningskantoor binnen.

Criminele uitbuiting van Nederlandse jongeren bleef lang buiten beeld 

'Als het tot voor kort ging over criminele uitbuiting in Nederland was daarin eigenlijk nauwelijks aandacht of zicht op jongeren. Dat riep bij ons de vraag op wat de positie van jongeren daarin is en in hoeverre deze jongeren daarbij te maken krijgen met dwang en afhankelijkheid. We vonden dat daar veel meer aandacht voor moest komen.'  

Om beter zicht te krijgen op de problematiek deed het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM), onderdeel van Stichting Fier, onderzoek onder scholen, boa's en hulpverleners in dertien gemeenten: professionals die mogelijk als eerste met deze jongeren in contact komen. 'Wij gaven ineens een naam aan situaties die veel professionals al zagen, maar nog niet herkenden als criminele uitbuiting', zegt Sjoerd. 'Een belangrijke eerste stap, want herkennen begint met weten waar je naar kijkt.'

Waarom jongeren niet vanzelf de stap naar hulp zetten 

Uit het onderzoek bleek ook dat jongeren nauwelijks een passende plek hadden om hun verhaal te doen. Voor jongeren die onder druk worden gezet om strafbare feiten te plegen, kwam je al snel uit bij de politie. Maar juist die stap bleek voor veel jongeren veel te groot.  

'Als een jongere bij de politie vertelt dat hij onder dwang strafbare feiten heeft gepleegd, kan niet vooraf worden gegarandeerd dat hij daarvoor niet wordt vervolgd. Terwijl hij juist moet vertellen wat er is gebeurd om als mogelijk slachtoffer in beeld te komen. Dat is een ingewikkelde positie en maakt de stap naar de politie voor deze jongeren bijna onmogelijk', legt Sjoerd uit. 

Daar komt bij dat jongeren bang kunnen zijn om als 'snitch', oftewel iemand die anderen verraadt, te worden gezien of repercussies van plegers te krijgen. De stap naar de politie brengt daarmee verschillende risico's met zich mee. 

Daarom ontwikkelde Stichting Fier in 2024 Keerpunt: een online hulpplatform waar jongeren anoniem kunnen chatten over criminaliteit, dwang en hun twijfels, zonder dat zij direct aangifte hoeven te doen of een formeel hulpverleningstraject instappen. 

Sommige van deze jongeren gaan nog liever de cel in en pakken de straf, dan aan het label slachtoffer te voldoen.

Contact maken begint bij hun leefwereld 

Het bereiken van deze jongeren begint bij vertrouwen. 'Deze jongeren lopen niet zomaar een hulpverleningskantoor binnen of stappen naar een wijkagent', zegt Sjoerd. 'Daarvoor is het wantrouwen richting instanties te groot.' 

Keerpunt probeert daarom zoveel mogelijk aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren. De chat is anoniem, eenvoudig bereikbaar en zichtbaar op platforms waar jongeren zelf actief zijn, zoals Snapchat, Instagram en TikTok. Ook de manier van communiceren is daarop afgestemd. 'We spreken ook de taal die zij spreken', zegt Sjoerd. 

Daarbij worden ervaringsdeskundigen betrokken. 'Je wilt ze absoluut niet neerzetten als slachtoffers of kwetsbaar. Dat is het laatste wat ze zichzelf vinden. Sommige van deze jongeren gaan nog liever de cel in en pakken de straf, dan aan het label slachtoffer te voldoen', zegt Sjoerd. 'Ze zijn wel hartstikke kwetsbaar, maar totaal niet aaibaar.' Daarom draait het contact om aansluiten zonder oordeel: niet vertellen wat iemand moet doen, niet met het vingertje wijzen en de regie bij de jongere laten. 

Mike ziet daarin de belangrijke kracht van een platform als Keerpunt. 'Bij veel veiligheidsthema's zie je dat mensen zichzelf helemaal niet als slachtoffer zien of denken dat het hun eigen schuld is. Juist dan wil je de drempel zo laag mogelijk maken, zodat jongeren hulp kunnen krijgen zonder bang te zijn dat ze te horen krijgen dat het niet slim was wat ze hebben gedaan. Overigens geldt dit niet alleen voor jongeren. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan ouders die zich zorgen maken, maar bang zijn dat ze hun kind in de problemen brengen als ze om hulp vragen.' 

Jongeren zoeken contact op verschillende momenten 

De gesprekken bij Keerpunt laten zien dat jongeren in veel verschillende fases hulp zoeken:  

  • Twijfelfase. Een jongere is gevraagd iets strafbaars te doen en twijfelt of hij daarop moet ingaan.  
  • Vastgelopen. Een jongere zit al in de criminaliteit, vrijwillig of niet, en wil stoppen.  
  • Onder druk gezet. Er is duidelijk sprake van bedreiging, dwang of geweld.  
  • Na uitstappen. Een jongere heeft hulp gehad, maar is bang opnieuw te worden benaderd.  

Doordat jongeren in verschillende fases contact opnemen, krijgt Keerpunt steeds beter zicht op waar zij tegenaan lopen. De gesprekken laten zien dat jongeren vaak met twijfels, zorgen en angst binnenkomen. Ze vragen zich bijvoorbeeld af wat de gevolgen zijn als ze stoppen of niet doen wat van hen wordt gevraagd, en zijn bang om opgepakt te worden of dat anderen ontdekken dat ze hulp zoeken. Tegelijkertijd weten ze soms nog niet goed hoe ze hun situatie onder woorden moeten brengen. Die kennis helpt om beter aan te sluiten bij jongeren én bij professionals die hen willen ondersteunen. 

Je moet eerst zelf opmerken dat er iets in je situatie is dat je wilt veranderen. Daarna moet je woorden vinden voor wat er gebeurt.

Eerst woorden geven aan wat er gebeurt 

Hulp begint meestal niet met oplossingen, maar met begrijpen wat er gebeurt. 'Het is een groep waarvan we weten dat ze vaak voor de allereerste keer woorden geven aan de situatie waarin ze zitten', zegt Sjoerd. 'Veel jongeren weten zelf nog niet goed wat er met hen gebeurt. Ze twijfelen, zijn bang of voelen dat er iets niet klopt.' 

'Je moet eerst zelf opmerken dat er iets in je situatie is dat je wilt veranderen. Daarna moet je woorden vinden voor wat er gebeurt. Dat is ontzettend lastig.' Pas daarna ontstaat ruimte om samen te kijken naar vragen als: ben ik eigenlijk veilig, wie kan ik vertrouwen en welke stap wil ik zetten? 'In één gesprek ga je dat nooit oplossen.' 

Mike vult hierop aan: 'Goede hulp gaat niet alleen om luisteren, maar ook om beschikbaar blijven. Blijf naast de jongere staan. Laat iemand niet weer helemaal los of alleen, ook als je zelf in dat moment misschien nog niet direct weet hoe je de jongere kunt helpen. Wees je ervan bewust dat het voor de jongere waarschijnlijk een grote stap is geweest om zich open te stellen naar jou of aan te kloppen voor hulp.' 

Zoek mee naar een betrouwbare volwassene 

In gesprekken wordt daarom veel aandacht besteed aan de mensen om een jongere heen. Is er een ouder, mentor, buur, trainer of ander familielid dat te vertrouwen is? 'We weten uit onderzoek dat een betrouwbare volwassene hierin ontzettend belangrijk is', zegt Sjoerd.  

Door stress zien jongeren die mogelijkheden vaak zelf niet meer. 'Dat is wat angst met je doet. Je vermogen om breder en oplossingsgericht te denken wordt kleiner', zegt Sjoerd. 'Soms oefenen hulpverleners in de chat hoe een jongere zo'n gesprek met een betrouwbare volwassene kan aangaan. Ook kan er uitleg worden gegeven over stress, slecht slapen of paniek, zodat jongeren beter begrijpen wat er met hen gebeurt.' 

Lang niet iedere jongere is meteen klaar voor een verwijzing naar hulpverlening of politie. 'Het zijn jongeren die wel hulp willen en nodig hebben, maar er absoluut nog niet klaar voor zijn om daadwerkelijk een loket binnen te gaan. Juist daarom komen ze bij ons', zegt Sjoerd. 

Het gevaar is dat het een checklist wordt. Terwijl het uiteindelijk om de context gaat.

Professionals hoeven signalen niet alleen te duiden 

Niet alleen jongeren vinden het lastig om over criminele uitbuiting te praten. Ook professionals weten niet altijd hoe ze signalen moeten herkennen of wat ze vervolgens kunnen doen. Signalenlijsten kunnen helpen, maar zijn nooit genoeg. 'Het gevaar is dat het een checklist wordt', zegt Sjoerd. 'Als iets er niet op staat, denken we al snel dat het geen criminele uitbuiting is. Terwijl het uiteindelijk om de context gaat.' 

Hij noemt signalen als een plotselinge gedragsverandering, oudere vrienden, een tweede telefoon of onverklaarbaar veel geld. 'Maar de belangrijkste vragen zijn: past dit gedrag bij deze jongere? Wat is de context van het delict? Zou er iemand anders achter kunnen zitten? Hoe kan het dat een twaalfjarige jongen vijftig gram cocaïne bij zich heeft?' 

Mike benadrukt dat professionals hun gevoel serieus mogen nemen. 'Als iets niet helemaal pluis voelt, is het belangrijk dat je weet waar je terechtkunt om je zorgen te bespreken.' Volgens Sjoerd zijn er daarvoor in iedere regio mogelijkheden. 'Als je zorgen hebt, zijn er organisaties waarmee je laagdrempelig en anoniem kunt overleggen. Je hoeft niet meteen te vertellen om welke jongere het gaat. Je kunt samen bespreken: zie ik het goed, welke vragen kan ik nog stellen en wat is een verstandige volgende stap?' 

Die volgende stap is niet altijd zelf met de jongere in gesprek gaan. 'Dat kan voor de veiligheid van de jongere, maar ook voor die van jezelf, niet altijd de beste keuze zijn', zegt Sjoerd. 'Je brengt misschien wel iemand in gevaar. Laat je daarom adviseren over wat in die situatie verstandig is. Dat kan bij Keerpunt, maar bijvoorbeeld ook binnen je eigen organisatie of bij professionals op het gebied van jeugd, zorg of veiligheid. Wat er beschikbaar is, verschilt per regio. Kijk daarom vooral welke mogelijkheden er in jouw omgeving zijn. Je hoeft niet eerst zeker te weten wat er precies aan de hand is. Juist als je twijfelt, is het goed om je zorgen te bespreken en samen te kijken wat een veilige en passende volgende stap is.' 

Kijk verder dan slachtoffer of dader 

Criminele uitbuiting laat zich niet vangen in een eenvoudige tegenstelling tussen slachtoffer en dader. 'Natuurlijk is straf soms aan de orde als jongeren dingen hebben gedaan die niet kunnen', zegt Sjoerd. 'Maar geef ze alsjeblieft ook hulp: traumahulp, steun vanuit hun omgeving, hulp om terug te gaan naar school en weer perspectief te krijgen.' 

Dat maakt deze problematiek ingewikkeld. 'Ga er maar aan staan als wijkagent of hulpverlener. Het is ontzettend complex', zegt Sjoerd. Toch levert hulp uiteindelijk meer op dan alleen straffen. 'Als je alleen straft, bevestig je voor jongeren juist het gevoel dat ze toch alleen maar worden gestraft als ze praten en dat ze geen kansen krijgen.'  

Mike waarschuwt dat in de discussie over daderschap en straf één perspectief gemakkelijk verloren gaat. 'We hebben het nog steeds over kinderen en jongeren die zich nog volop ontwikkelen. Jongeren maken soms foute keuzes en zijn minder goed in staat om de langetermijngevolgen van hun acties te overzien. Dat perspectief lijkt soms steeds meer onder druk te staan in het maatschappelijk en politiek debat, waar regelmatig een roep om zwaardere straffen te horen is. Bovenal laten de inzichten uit de onderzoeken naar criminele uitbuiting ook zien dat het belangrijk is om er niet direct vanuit te gaan dat zij uit eigen initiatief betrokken zijn geraakt bij criminaliteit.' 

Ook ouders zoeken steeds vaker advies. 'Bij ouders zien we eigenlijk dezelfde drempels als bij jongeren', zegt Sjoerd. 'Twijfel, schaamte en angst. Zie ik het wel goed? En wat gebeurt er met mijn kind als ik ergens melding maak?' 

Daarom biedt Stichting Fier sinds juli 2026 familieondersteuning. Ouders kunnen telefonisch contact opnemen met familieondersteuners om te bespreken wat zij zien, hoe zij het gesprek met hun kind kunnen aangaan en welke vervolgstappen mogelijk zijn. 

Ouders kunnen bellen naar 088-2080090. De familieondersteuners zijn bereikbaar van maandag tot en met woensdag en op vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur. 

'Het kan gaan van: ik heb drugs gevonden in de onderbroekenla van mijn kind, wat moet ik doen? Tot: mijn kind is al vier nachten niet thuisgekomen en ik ben bang dat hij tegen zijn wil wordt vastgehouden.' Het doel is niet om bestaande hulp over te nemen, maar om ouders laagdrempelig te begeleiden bij hun zorgen, overzicht te geven en hen te helpen de weg naar passende ondersteuning te vinden. 

Keerpunt is daarmee geen eindpunt van hulp, maar juist een eerste stap. Een plek waar jongeren, ouders en professionals laagdrempelig kunnen beginnen met woorden geven aan zorgen die anders vaak verborgen blijven. 

Wat vraagt criminele uitbuiting van professionals? 

  • Herken dat criminele uitbuiting ook jongeren kan raken. Weten dat het bestaat, is de eerste stap om signalen te herkennen. 
  • Kijk verder dan slachtoffer of dader. Bij criminele uitbuiting lopen dwang, afhankelijkheid, angst en eigen keuzes vaak door elkaar. 
  • Wacht niet tot je zekerheid hebt. Bespreek een niet-pluisgevoel met collega's of een gespecialiseerde organisatie. 
  • Sluit aan zonder oordeel. Veel jongeren vertrouwen instanties niet en herkennen zichzelf niet als slachtoffer. Een open houding werkt beter dan vertellen wat iemand moet doen. 
  • Vertrouwen gaat vóór doorverwijzen. Jongeren zijn vaak nog niet klaar voor hulpverlening of politie wanneer zij voor het eerst over hun situatie praten. 
  • Zoek mee naar een betrouwbare volwassene. Een ouder, mentor, trainer, buur of familielid kan helpen om een eerste stap richting veiligheid en steun mogelijk te maken. 
  • Zie hulp vragen als een proces. Eén gesprek is zelden genoeg. Jongeren hebben vaak tijd nodig om woorden te geven aan wat er gebeurt en om te ontdekken welke hulp zij durven aannemen. 
Mike Loef

Mike Loef

inhoudsdeskundige Opgroeien en opvoeden
m.loef [at] nji.nl