Wat zijn gezinnen met meervoudige en complexe problemen?
Ongeveer 45.000 gezinnen in Nederland hebben meervoudige en complexe problemen. Dit betekent dat ze tegelijkertijd problemen hebben op meerdere gebieden in hun leven. Deze problemen versterken elkaar en bestaan vaak al langere tijd. Wanneer is er sprake van meervoudige en complexe problemen? En op welke leefgebieden lopen deze gezinnen vast?
Definitie van gezinnen met meervoudige en complexe problemen
In de praktijk worden verschillende termen gebruikt voor deze gezinnen. De meest gebruikte term is 'gezinnen met meervoudige en complexe problemen'. Soms wordt ook gesproken over 'gezinnen met meervoudige en langdurige problemen'.
Volgens de richtlijn Gezinnen met meervoudige en complexe problemen is er sprake van een gezin met meervoudige en complexe of langdurige problemen als het aan de volgende kenmerken voldoet:
- Het gezin bestaat uit minimaal één ouder en één kind.
- Het gezin heeft al langere tijd een combinatie van sociaaleconomische en psychosociale problemen. Er zijn bijvoorbeeld geldzorgen, psychische klachten, problemen met de opvoeding en schooluitval van kinderen.
- Het gezin heeft vaak al eerder hulp gekregen. Dit was niet de juiste hulp en heeft niet gezorgd voor blijvende verbeteringen.
- De betrokken hulpverleners ervaren dat het gezin moeite heeft om hulp te accepteren of te gebruiken. Dit kan komen doordat de hulp niet goed aansluit bij wat het gezin nodig heeft. Bijvoorbeeld omdat hulpverleners niet goed samenwerken, de hulp niet goed wordt uitgevoerd, hulpverleners te snel stoppen of opgeven als de situatie ingewikkeld is, of te weinig maatwerk bieden.
Lees de uitgebreide definitie volgens de richtlijn Gezinnen met meervoudige en complexe problemen.
Leefgebieden waar problemen kunnen ontstaan
Gezinnen met meervoudige en complexe problemen hebben op meerdere leefgebieden tegelijk problemen. Denk aan gezondheidsproblemen, sociaal-maatschappelijke problemen en problemen met het uitvoeren van huishoudelijke taken. Vaak versterken deze problemen elkaar. Zo'n opeenstapeling heet een syndemie. Hieronder lees je over de belangrijkste leefgebieden waar deze gezinnen problemen kunnen ervaren.
Wonen
Een stabiele en veilige woonomgeving is belangrijk voor kinderen en ouders. Gezinnen kunnen onzeker zijn over hun woning, bijvoorbeeld of ze deze kunnen blijven betalen, en of de woning in goede staat is. Door financiële zorgen of achterstallig onderhoud kan er bijvoorbeeld schimmel door vocht ontstaan. Een slechte staat van de woning kan ook gevolgen hebben voor kinderen. Ze kunnen gezondheidsklachten krijgen, zoals allergieën of problemen met hun luchtwegen. Als een woning te klein is voor een gezin, hebben gezinsleden weinig ruimte en privacy. Dit kan zorgen voor extra spanning en ruzies thuis.
Financiën
Geldproblemen komen vaak voor bij deze gezinnen. Ouders kunnen schulden of betalingsachterstanden hebben. Of ze zijn onzeker over hun inkomen. Dit zorgt voor veel stress en onrust binnen het gezin. Hierdoor hebben ouders soms minder tijd en aandacht voor hun kinderen. Als gezinnen in armoede terechtkomen, kan dit gevolgen hebben voor de ontwikkeling van kinderen en de kansen die zij krijgen. Ook kunnen kinderen minder goed meedoen met hun leeftijdsgenoten, bijvoorbeeld bij verjaardagen, schoolreisjes en andere activiteiten.
Sociale relaties
Soms hebben ouders relatieproblemen of ze zijn gescheiden. Ze hebben bijvoorbeeld vaak ruzie of zijn met elkaar in conflict. Ook kunnen er problemen zijn in de communicatie tussen ouders en kinderen. Zoals weinig met elkaar praten, snel boos worden op elkaar of elkaar niet begrijpen, waardoor er ruzie ontstaat. Deze gezinnen hebben vaak een kleiner sociaal netwerk. Ze zijn daardoor meer geïsoleerd en krijgen minder steun van familie en vrienden. Hulp vragen kan lastig zijn, bijvoorbeeld door schaamte over de situatie, of omdat ze anderen niet tot last willen zijn. Ook hebben deze gezinnen vaker dan gemiddeld problemen met mensen in de buurt, zoals ruzies met buren.
Lichamelijke gezondheid
Ouders en kinderen in deze gezinnen hebben vaker lichamelijke klachten. Langdurige stress, armoede en de stapeling van problemen kunnen zorgen voor fysieke klachten. Deze klachten kunnen het dagelijks leven moeilijker maken.
Mentale gezondheid
De ouders en kinderen in deze gezinnen hebben vaker te maken met langdurige stress, psychiatrische aandoeningen en verslaving. Ook kunnen ze een onverwerkt trauma hebben of te maken krijgen met rouw, bijvoorbeeld na het verlies van een dierbare. De combinatie van deze omstandigheden kan ervoor zorgen dat ouders en kinderen extra kwetsbaar zijn. Dit kan invloed hebben op hoe ze functioneren in het dagelijks leven en op andere gebieden, zoals werk en inkomen. Problemen met de mentale gezondheid kunnen ook invloed hebben op het gezinsleven en de veiligheid van de kinderen. Daarnaast hebben sommige ouders een licht verstandelijke beperking, waardoor het opvoeden van kinderen voor hen ingewikkelder kan zijn.
Werk en activiteiten
De problemen in het gezin kunnen zorgen voor veel druk en stress. Hierdoor kan het moeilijker zijn om stabiel werk en een vast inkomen te hebben. Als ouders en kinderen geen werk, school of passende dagbesteding hebben, zorgt dit vaak voor nog meer stress en onzekerheid. Ook kunnen ze het gevoel krijgen dat ze niet kunnen meedoen aan de maatschappij, of dat er weinig kans is dat hun situatie beter wordt.
Factoren die problemen kunnen versterken of in stand houden
Naast problemen op verschillende leefgebieden spelen er vaak ook andere factoren. Deze factoren kunnen de problemen versterken, of het moeilijker maken om de situatie te verbeteren.
Vragen en zorgen rond opvoeding en ontwikkeling
Ouders kunnen vragen en zorgen hebben over de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen. Soms vinden ouders het moeilijk om duidelijke grenzen te stellen en consequent te zijn. Ook kunnen ze moeite hebben om goed om te gaan met de emoties van hun kinderen. Dit kan leiden tot problemen in de opvoeding, zoals verwaarlozing.
Intergenerationele overdracht
Problemen kunnen van generatie op generatie worden doorgegeven. Hierdoor zijn bepaalde patronen binnen een gezin soms moeilijk te doorbreken. Bijvoorbeeld psychische problemen of verslavingen die bij meerdere generaties voorkomen.
Ongelijke kansen
Sommige ouders hebben te maken met meerdere vormen van achterstelling. Dit kan bijvoorbeeld komen door hun afkomst, religie, gender, seksuele voorkeur of sociale positie. Hierdoor krijgen ze op bepaalde gebieden minder kansen, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt. Zo hebben mensen met een migratieachtergrond minder vaak betaald werk en hebben vrouwen een lager inkomen vergeleken met mannen. Als iemand op meerdere gebieden wordt achtergesteld, zorgt dit vaak voor extra stress en onzekerheid.
Minder zelfredzaamheid
Sommige ouders vinden het moeilijk om dingen voor zichzelf en hun gezin te regelen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Zo kunnen ze moeite hebben met de Nederlandse taal of analfabeet zijn. Ouders kunnen ook weinig of geen digitale vaardigheden hebben. Het is dan lastig om online bijvoorbeeld toeslagen of andere regelingen aan te vragen. Ook hebben ouders niet altijd een laptop en toegang tot internet. Soms kennen ze weinig mensen die hen hiermee kunnen helpen. Hierdoor kunnen problemen snel verergeren. Ze kunnen daardoor lang afhankelijk blijven van hulp of voorzieningen, bijvoorbeeld van de gemeente, terwijl ze zaken liever zelf willen regelen.
Weinig vertrouwen in hulpverlening
Gezinnen hebben vaak eerder vervelende ervaringen gehad met hulpverleners. Bijvoorbeeld omdat de hulp niet goed aansloot bij wat ze nodig hadden. Of omdat ze steeds nieuwe hulpverleners kregen. Hierdoor neemt het vertrouwen in de hulpverlening af. Ouders kunnen daardoor weerstand bieden en de samenwerking met hulpverleners kan moeilijker worden. Ouders kunnen bijvoorbeeld moeilijk bereikbaar zijn, moeite hebben om aan te geven welke hulp ze nodig hebben of wantrouwend reageren. Het kost tijd om het vertrouwen weer op te bouwen.
In het kort
Gezinnen met meervoudige en complexe problemen hebben vaak langere tijd problemen op meerdere leefgebieden tegelijk. Bijvoorbeeld met wonen, financiën, sociale relaties, mentale en fysieke gezondheid en werk. Omdat deze problemen elkaar vaak versterken, kan het voor gezinnen moeilijk zijn om zelf weer grip te krijgen op hun situatie. Ook andere factoren spelen een rol binnen deze gezinnen. Zoals weinig steun vanuit hun omgeving, minder vertrouwen in de hulpverlening, verminderde zelfredzaamheid, ongelijke kansen of problemen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Door naar zowel de leefgebieden als factoren te kijken, kun je als hulpverlener een gezin met meervoudige en complexe problemen op tijd herkennen.
Bronnen
- Klerk, M. de, E. Eggink, I. Plaisier, K. Sadiraj (2023). 'Zicht op zorgen. Kerncijfers over de problemen, hulpbronnen, leefsituatie en ondersteuning van mensen in het sociaal domein'. Sociaal en Cultureel Planbureau.
- Knot-Dickscheit, J., E.J. Knorth (2019). 'Gezinnen met meervoudige en complexe problemen: Theorie en praktijk', (Ortho-Reeks). Lemniscaat.
- Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2023). 'Kinderen uit de knel'. Raad voor Volksgezondheid & Samenleving.
- Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming (2020). 'Definitie'. Richtlijn Gezinnen met meervoudige en complexe problemen.
- Stolper, H. L (2024). 'Breaking barriers, building bonds: Helping families to overcome intergenerational mental health challenges'. Erasmus Universiteit Rotterdam.
- Van Leeuwen-den Dekker, P., A. Poll (2016). 'Leefgebiedenwijzer: Versterken van eigen kracht van cliënten' (10e, herziene druk). Movisie.
- Vink, R., I. Wildeman, L. de Jong, G. Veldhuis, P. van Empelen, P. van Dommelen, M. Fekkes (2026). 'Dóórgaan: Veerkracht in gezinnen met multiproblematiek, preventie door complexiteit te omarmen'. TNO.