Gedrag van kinderen begrijpen: de invloed van omgeving, omstandigheden en ontwikkeling
Mentale problemen en gedragsproblemen bij kinderen worden soms gezien als 'iets dat in de hersenen zit'. Daardoor lijkt het alsof een kind ermee geboren wordt. En dat het niet meer kan veranderen. Maar gedrag ontstaat door een samenspel van verschillende factoren. De omgeving, omstandigheden en ontwikkeling van een kind hebben veel invloed op hoe het zich gedraagt. Als professionals en ouders daar aandacht voor hebben, kunnen zij kinderen beter ondersteunen.
Meer aandacht voor waaróm een kind gedrag vertoont
Problemen van kinderen staan niet vast. Allerlei factoren in het kind, het gezin en de omgeving kunnen problemen groter of juist kleiner maken. Of een kind problemen ontwikkelt, hangt af van beschermende factoren en risicofactoren. Beschermende factoren helpen een kind om goed om te gaan met moeilijke situaties. Risicofactoren vergroten juist de kans op problemen. Hoe meer risicofactoren er zijn, en hoe minder beschermende factoren, hoe groter de kans op problemen. Ook verschilt het per leeftijd en ontwikkelingsfase welk gedrag 'normaal' of zorgelijk is.
Het is daarom belangrijk om niet alleen naar het gedrag van een kind te kijken, maar ook naar de omgeving, ontwikkeling en omstandigheden. Hoe reageren ouders, school en andere mensen om het kind heen? Welke vaardigheden heeft het kind al, en welke nog niet? En krijgt het kind genoeg kansen om gewenst gedrag te leren en te laten zien? Het gaat dus niet alleen om wát er gebeurt bij een kind, maar vooral waaróm dit gebeurt.
Achteraf gezien speelde mijn omgeving een megagrote rol in mijn klachten, terwijl er bij de diagnostisering alleen naar mij gekeken werd. Het probleem werd in mij gezocht, in plaats van in de omgeving.
De invloed van de omgeving op gedrag
De omgeving heeft veel invloed op het gedrag van een kind. Daarom kan gedrag verschillen per situatie. Een kind kan het bijvoorbeeld goed doen in een rustige klas, maar thuis juist opstandig reageren als het daar onrustig is.
Kinderen leren door interactie met hun omgeving hoe ze met gedrag en emoties omgaan. Het gedrag van een kind roept reacties op bij anderen, en die reacties hebben weer invloed op het gedrag van het kind. Zo versterken gedrag en omgeving elkaar. Kinderen kunnen zo ook terechtkomen in een negatieve spiraal.
Voorbeelden
Als een kind druk of dromerig is, kan het vaak te horen krijgen dat het zich moet aanpassen. Het kind kan zich daardoor minder begrepen voelen, onzeker worden en nog meer probleemgedrag laten zien.
Een kind dat snel boos wordt, kan daardoor negatieve reacties krijgen van andere kinderen. Het kind kan zich dan eenzaam voelen en op een negatieve manier aandacht gaan vragen. Hierdoor kan het kind buitengesloten worden en minder goed leren met anderen om te gaan.
Als een kind erg verlegen is, kunnen ouders een kind gaan beschermen. Bijvoorbeeld door veel bij het kind te blijven, of een kind minder uit te dagen iets nieuws te proberen. Het kind kan zich hierdoor veilig voelen, maar kan ook het gevoel krijgen dat het niet voor zichzelf kan zorgen. Hierdoor kan het angstig worden en steeds meer situaties gaan vermijden.
De invloed van verwachtingen van de omgeving
Ook verwachtingen van volwassenen spelen een rol. Als ouders of leraren vooral een leerdoel voor ogen hebben, kan het gebeuren dat zij minder goed zien wat een kind nodig heeft om dat doel te bereiken. Ze kunnen dan te veel vragen van een kind en te controlerend zijn. Daar kan een kind negatief op reageren. Bijvoorbeeld door stressgevoelens, minder concentratie of opstandig gedrag.
Voorbeeld
Twee kinderen van vier jaar spelen hetzelfde spel met een volwassene. Bij het eerste kind wordt het spel uitgelegd en moet het kind de regels volgen. Het kind houdt zich niet aan de regels, wordt gecorrigeerd en gedraagt zich daarna opstandig. Uiteindelijk wordt het spel gestopt. Het tweede kind mag het spel rustig bekijken en alles uitproberen. Daarna voegt de volwassene stap voor stap regels toe. Het spel wordt niet volgens de regels gespeeld, maar het kind blijft betrokken en speelt met plezier.
De invloed van omstandigheden op gedrag
Ook de omstandigheden waarin een kind opgroeit hebben invloed op het gedrag. Als er bijvoorbeeld geldzorgen zijn, een onveilige buurt, of weinig steun van anderen, geeft dat vaak stress in een gezin. Die stress kan ervoor zorgen dat een kind sneller angstig of boos reageert. Maar omstandigheden kunnen ook indirecte gevolgen hebben. Bijvoorbeeld als een kind meer negatieve gebeurtenissen meemaakt, de ouders minder tijd en ruimte hebben om met hun kind bezig te zijn, en het gezin minder hulp krijgt van mensen in hun omgeving. Dit heeft weer invloed op de ontwikkelkansen van een kind. Dit kan op allerlei verschillende manieren tot uiting komen in gedrag. Van somberheid en lichamelijke klachten tot boos gedrag, minder goede sociale relaties en minder leercapaciteiten. Het is daarbij belangrijk te onthouden dat dezelfde problemen op verschillende manieren tot uiting kunnen komen in het gedrag van kinderen. Ook kan het kind verschillende vormen van probleemgedrag laten zien, met hetzelfde probleem als oorzaak.
Verschillende delen van het leven beïnvloeden elkaar, zoals wonen, werk, geld en sociale steun. Als deze basis op orde is, kunnen kinderen en gezinnen beter omgaan met tegenslag. Maar als er onrust of onveiligheid is op één levensdomein, heeft dat invloed op de andere domeinen. Voor hulpverlening is het daarom belangrijk om naar dit geheel te kijken.
Ik heb niet alleen psychische problemen, maar ook fysieke, medische en financiële problemen. Heel veel van mijn problemen spelen op elkaar in, maar daar is vaak weinig aandacht voor.
De invloed van de ontwikkeling op gedrag
Er is geen duidelijke grens tussen 'normaal' en afwijkend gedrag bij kinderen. Want alle kinderen gedragen zich weleens agressief, of zijn weleens angstig. Veel gedrag dat passend is bij een bepaalde leeftijd, wordt problematisch als een kind ouder is, en als het gedrag botst met de omgeving. Bij peuters vinden we het bijvoorbeeld niet raar als ze op de grond gaan liggen huilen als ze iets niet mogen. Bij een kind van tien verwachten we ander gedrag. En gedrag dat op het eerste gezicht problematisch lijkt, past soms bij de ontwikkelingsfase van een kind. Dat gedrag kan dus ook weer overgaan.
Pubers worden vaak overschat. Veel pubermeisjes kwamen met 14 jaar bij mij binnen en dan waren ze heel extreem. Ik zei dan tegen de ouders: ze zijn hormonaal aan het veranderen, dus ze gaan een heel jaar heel extreem doen. Let maar op, over een jaar wordt het minder. En dat was heel vaak zo.
Veel problemen van volwassenen zijn vaak al begonnen in de jeugd, en vooral in de adolescentie. Het is daarom wel belangrijk om deze problemen serieus te nemen en kinderen en jongeren te ondersteunen bij hun ontwikkeling. Zij moeten zichzelf leren kennen en leren omgaan met lastige aspecten van het leven. Stimulerende omgevingen, warme sociale relaties en ruimte om te leren en te experimenteren zijn belangrijk om zich te ontwikkelen en veerkrachtiger te worden.
De ontwikkeling van kinderen loopt niet in een rechte lijn. Het is een dynamisch proces, waarin aanleg, gedrag en de omgeving elkaar voortdurend beïnvloeden. De verschillende ontwikkelingsgebieden, zoals taal, emoties, motoriek en zelfregulatie, staan niet los van elkaar. Ze hangen met elkaar samen. Een kind dat moeite heeft met het omgaan met emoties, kan bijvoorbeeld ook minder goed leren, omdat stress invloed heeft op het leren.
Ook verloopt de ontwikkeling niet stap voor stap. Soms kan een kleine gebeurtenis ineens veel invloed hebben. Een kind kan zich maandenlang goed staande houden op school, ondanks leerproblemen of sociale druk. Maar na een kleine tegenslag, zoals een slecht cijfer of ruzie met een klasgenoot, kan het ineens vastlopen. Dat ene moment kan dan 'de druppel' zijn in een situatie die al onder spanning stond.
Wat kun je met deze kennis in de praktijk?
Omdat veel factoren het gedrag van kinderen beïnvloeden, zijn er ook veel mogelijkheden voor verandering. Soms kan een kleine aanpassing al een groot verschil maken. Zoals een rustige plek op school om huiswerk te maken. Of een steunende relatie met een buurman. Ook schoolprogramma's, buurtinitiatieven en maatschappelijke maatregelen tegen bijvoorbeeld armoede kunnen bijdragen aan het welbevinden, de mentale gezondheid en het gedrag van kinderen.
Het is belangrijk een goed beeld te krijgen van de risicofactoren en beschermende factoren die meespelen bij een kind. Hierbij gaat het om kenmerken en vaardigheden van een kind, en van diens omgeving.
Bronnen
- Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2017). 'Recept voor maatschappelijk probleem'.
- Stichting Biowetenschappen en Maatschappij (2019). 'Brein in de groei biowetenschappen en maatschappij kwartaal 1'.
- Ehrenreich-May, J. & B. C. Chu (2014). Transdiagnostic Treatments for Children and Adolescents. Guilford Press.
- Fried, E. I., & D. J. Robinaugh (2020). Systems all the way down: Embracing complexity in mental health research. BMC Medicine, 18(1), 205.
- Jagt, R. van der & C. Kasper (2024). De Vraagbaak over: het diagnosticeringsproces. Utrecht: NJR en Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.
- Olthof, M., F. Hasselman, F. Oude Maatman, A. M. Bosman & A. Lichtwarck-Aschoff (2023). Complexity theory of psychopathology. Journal of Psychopathology and Clinical Science, 132(3), 314-323.
- Roefs, A., E. I. Fried, M. Kindt, C. Martijn, B. Elzinga, A. W. Evers & A. Jansen (2022). A new science of mental disorders: Using personalised, transdiagnostic, dynamical systems to understand, model, diagnose and treat psychopathology. Behaviour Research and Therapy, 153, 104096.
- Scheepers, F (2021). Mensen zijn ingewikkeld. Een pleidooi voor acceptatie van de werkelijkheid en het loslaten van modeldenken. Amsterdam, Arbeiderspers.
- Stein, D. J., S. J. Shoptaw, D. V. Vigo, C. Lund, P. Cuijpers, J. Bantjes & M. Maj (2022). Psychiatric diagnosis and treatment in the 21st century: paradigm shifts versus incremental integration. World Psychiatry, 21(3), 393-414.
Vragen? Neem contact op met:
Dr. Neeltje van den Bedem
senior inhoudsdeskundige Opgroeien en opvoedenLees ook
-
Waarom voorzichtig zijn met DSM-classificaties?
Waarom voorzichtig zijn met DSM-classificaties?
Waarom voorzichtig zijn met DSM-classificaties?WetenLees meer over Waarom voorzichtig zijn met DSM-classificaties?Wat is het oorspronkelijke doel van de DSM? En waarom is het belangrijk om voorzichtig te zijn met DSM-classificaties bij kinderen?
-
Van afgebakende stoornissen naar onderliggende factoren
Van afgebakende stoornissen naar onderliggende factoren
Van afgebakende stoornissen naar onderliggende factorenWetenLees meer over Van afgebakende stoornissen naar onderliggende factorenDe DSM werkt met categorieën: klachten vallen binnen een classificatie, of niet. Deze afbakening doet geen recht aan de realiteit.
-
Wat zijn de eisen rond DSM-classificaties in de Jeugdwet?
Wat zijn de eisen rond DSM-classificaties in de Jeugdwet?
Wat zijn de eisen rond DSM-classificaties in de Jeugdwet?WetenLees meer over Wat zijn de eisen rond DSM-classificaties in de Jeugdwet?Zijn DSM-classificaties verplicht voor indicatiestelling via de Jeugdwet? Lees hoe het vroeger was geregeld, en wat nu de eisen zijn.
-
Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijk
Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijk
Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijkWetenLees meer over Transformatie naar een contextuele en systeemgerichte beleidspraktijkDe Jeugdwet benadrukt het belang van kijken naar de brede context rond het kind en het gezin. Lees hoe gemeenten die hulpvragen op deze manier benaderen.