Waarom is samen beslissen in het gedwongen kader soms zo moeilijk?

Samenwerken en samen beslissen over hulp kan in de jeugdbescherming lastig zijn. Gezinnen hebben bijvoorbeeld zelf geen hulpvraag of geen hoop op verbetering. Of ze hebben een heel andere kijk op de problemen. Ook komen cliënt en professional soms lastige dilemma’s tegen.

Er zijn verschillende redenen waarom samen beslissen over hulp in de jeugdbescherming lastig kan zijn.

De aard van het werk

De gedwongenheid van het jeugdbeschermingskader zorgt voor een ongelijke machtsverhouding tussen professional en cliënt. De oordelen en besluiten in de jeugdbescherming kunnen voor het gezin behoorlijk ingrijpend zijn.

De gezinnen

Het kan zijn dat gezinnen in eerste instantie geen eigen hulpvraag hebben, omdat ze door anderen gemeld zijn bij Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming. Dat hoeft niet te betekenen dat ze nergens last van hebben. Soms hebben ze last van andere problemen, die voor hen belangrijker zijn dan de gemelde problemen.

Sommige gezinnen hebben de hoop op verbetering van hun situatie verloren. Reden hiervoor kan zijn dat ze al lang met problemen kampen en er weinig vertrouwen in hebben dat ze zelf invloed op hun situatie kunnen uitoefenen. Het kan ook zijn dat ouders wel zelf hulp hebben gezocht, maar dat een vrijwillig traject niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.

Sommige ouders en jeugdigen zijn al lang gewend aan een bepaalde situatie, die door professionals als onveilig wordt gelabeld. Zij ervaren die situatie daardoor zelf niet als onveilig.

Het kan ook zijn dat ouders en jeugdigen andere woorden aan dezelfde moeilijkheden geven dan professionals. Of dat zij een andere kijk hebben op de problemen en op hoe deze zijn ontstaan.

De professional

Professionals kunnen onbewust en onbedoeld in hun denken een tunnelvisie ontwikkelen. Hierdoor kunnen ze een eenmaal ingenomen standpunt moeilijk loslaten en zien ze aanwijzingen voor een andere visie over het hoofd. Verschillende professionals oordelen en besluiten daardoor soms erg verschillend over eenzelfde zaak. Uit onderzoek blijkt zelfs dat professionals na verloop van tijd over eenzelfde zaak anders kunnen beslissen. Collegiale tegenspraak is daarom belangrijk, zodat de professional zich bewust blijft van de valkuilen bij het oordelen en beslissen.

Jeugdbeschermers hebben in de praktijk weinig tijd om te investeren in een goede samenwerkingsrelatie. Ook ontbreekt vaak de tijd voor intervisie, reflectie, en voor consultatie van het team en de gedragswetenschapper. Daarnaast vragen acute situaties om snel handelen. Daardoor is er niet altijd tijd om op gedegen wijze informatie te verzamelen. Het gevolg kan zijn dat een jeugdbeschermer beslissingen te snel en onvoldoende onderbouwd neemt.

Dilemma’s

Door bovenstaande punten worden professionals, maar ook cliënten en organisaties, vaak geconfronteerd met dilemma’s. Hieronder een paar ter illustratie.  

Cliënt: wel of niet iets zeggen

Een cliënt kan het dilemma hebben: Mag ik iets zeggen, of kan ik dat beter niet doen?

Cliënten blijken bij het geven van hun mening vaak bang te zijn voor de mogelijke gevolgen. Ze willen volwaardig meedoen, maar voelen ook de dwang van het jeugdbeschermingskader. Cliënt en hulpverlener hebben een verschillende positie. Zo beslist de hulpverlener mee, of neemt die zelfs de beslissing over bij een ernstige ontwikkelbedreiging van het kind. Een cliënt beseft goed dat dit autonomieverlies op de loer ligt en raakt daardoor alert en angstig. Zo wordt de cliënt onzeker of hij het oneens mag zijn. Of kan hij niet goed inschatten wat de gevolgen zijn als hij zegt het niet eens te zijn met een besluit.  

Professional: grenzen bewaken

Een dilemma voor een professional kan zijn: Hoe bewaak ik mijn professionele en persoonlijke grenzen?

Professionals worstelen vaak tussen het behoud van een goede werkrelatie met de cliënt en het bewaken van hun persoonlijke grenzen. Ze willen in gelijkwaardigheid samenwerken, maar ook door kunnen pakken als dat nodig is. Bijvoorbeeld: verdraagt de hulpverlener de woede van een cliënt, vanuit betrokkenheid en empathie? Of stelt hij een grens in het contact?

Professional: wel of niet ingrijpen

Een ander voorbeeld van een dilemma van een professional: Vertrouw ik op kracht van het gezin, met het risico dat het toch misgaat? Of grijpen we nu in met een maatregel, met het risico dat de samenwerkingsrelatie verslechtert?

Een ingrijpende jeugdbeschermingsmaatregel kan de relatie met een gezin bemoeilijken. Tegelijkertijd kan niet of te laat handelen ernstige consequenties hebben. Denk aan de zaken van Rowena in 2001, Savanna in 2004 en de kinderen uit Roermond in 2002. Bij dergelijke dramatische zaken komt niet alleen de organisatie maar vaak ook de professional flink onder vuur te liggen. Sommige professionals ervaren het tuchtrecht, waarmee je als professional beoordeeld kan worden op je professioneel handelen, als een zwaard van Damocles dat boven hun hoofd hangt. 

Organisatie: meer met minder middelen

Een organisatie kan tegen het dilemma aanlopen: Hoe doe ik meer met minder middelen?

Organisaties willen hun professionals zo goed mogelijk ondersteunen bij het werk. Door voldoende tijd beschikbaar te stellen, door begeleiding, supervisie en reflectiemogelijkheden te bieden, en door een goede match tussen cliënt en professional te realiseren. Maar de dagelijkse praktijk maakt dit niet altijd mogelijk. Zo worden organisaties geconfronteerd met verloop van personeel, ziekteverzuim, normering van de caseload en verantwoordingsafspraken in hun contracten met gemeenten.

Meer informatie

Nieuwsbericht 'Jeugdbescherming is toe aan verandering'

Vragen Follow the Money over rapport Samen werken aan feitenonderzoek

Over hindernissen waar instellingen voor jeugdbescherming tegenaan lopen:

Onderzoek Athena Instituut naar de jeugdbeschermingspilots (pagina5)

Alle pagina's over jeugdbescherming

Naar het overzicht

Anne Addink