Leren van casuïstiek

Casusonderzoek is een veelgebruikte manier om te leren van ervaringsdeskundige kinderen, jongeren en ouders én de praktijkkennis van professionals. Hierbij leer je samen met ouders, jongeren en professionals van hun ervaringen in hulpverlening. Dit helpt om zicht te krijgen op wat goed gaat en beter kan en om zo de hulp voor hen te verbeteren.

Zes vragen bij casusonderzoek:

  1. Wat weet iedereen van de casus? Denk ook aan de oorzaak van het probleem en de doelstellingen in het gezin.
  2. Wat werkt volgens de aanwezigen in deze specifieke situatie? En wat niet?
  3. Doen we ook datgene waarvan we weten dat het werkt?
  4. Wat zijn cruciale beslismomenten geweest voorafgaand aan een belangrijk moment in de casus?
  5. Welke factoren hadden invloed op de situatie? Denk aan personen in het gezin of uit een organisatie, afspraken in de keten of culturele opvattingen.
  6. Welke patronen zijn te herkennen in de casus? Welke zie je ook terug in andere casussen?

Voorbeelden van methoden om te leren van casuïstiek

Aan de slag: gebruik deze tien vragen

In alle gevallen is de visie om te leren van casuïstiek belangrijker dan een specifieke methode. Tien vragen kunnen helpen bij het vormgeven van casusonderzoek:

  1. Van welke casuïstiek wil ik leren?
  2. Met welk doel wil ik leren van casuïstiek?
  3. Met welke partijen wil ik leren van casuïstiek?
  4. Hoe zorg ik voor voldoende voorwaarden om te leren van casuïstiek?
  5. Welke leervragen stel ik centraal?
  6. Hoe leer ik samen met ouders en jongeren?
  7. Maken we een levensloopreconstructie? De jongere of het kind en de ouders vertellen daarbij hun levensverhaal. Dit geeft hen erkenning voor hun visie op hoe de problemen zijn ontstaan en waarom deze er nog steeds zijn.
  8. Met wie doe ik interviews voorafgaand aan een groepssessie?
  9. Hoe verwerk ik de gegevens en rapporteer ik?
  10. Hoe borg ik de privacy?

Lees meer in de publicatie Leren van casuïstiek: hoe, wat en waarom?

Lees ook

Nikki Udo

Nikki Udo, MSc

projectmedewerker