Cijfers over mediagebruik
Tijdbesteding aan digitale activiteiten onder kinderen van 0 tot en met 6 jaar
Het Iene Miene Mediaonderzoek geeft inzicht in het mediagebruik van kinderen van 0 tot en met 6 jaar. Kinderen van 0 tot en met 6 jaar besteden volgens hun ouders gemiddeld 126 minuten per dag aan digitale media in 2026. Dit is meer dan in 2024 (gemiddeld 111 minuten per dag) en 2025 (gemiddeld 86 minuten per dag). De tijd die kinderen aan digitale media spenderen, verschilt per leeftijd. Kinderen jonger dan 2 jaar besteden gemiddeld een uur per dag aan schermen in 2026. Kinderen van 3 tot en met 6 jaar besteden ongeveer anderhalf uur per dag aan schermen (Nikken en Tuijnman, 2026).
Ook is er een groep kinderen die nog meer dan het gemiddelde van 126 minuten aan digital media besteden. Zo zegt 37 procent van de ouders van 0- tot en met 6-jarigen dat hun kind gemiddeld twee uur per dag filmpjes kijkt. 38 procent van de ouders van kinderen die gamen zegt dat hun kind gemiddeld meer dan 2 uur per dag aan het gamen is.
Het huidige mediagebruik bij jonge kinderen is meer dan wat de World Health Organisation (WHO) adviseert. Volgens deze officiële richtlijnen zouden kinderen tot 2 jaar geen schermtijd moeten hebben en kinderen tot 5 jaar maximaal één uur per dag.
Deze gegevens zijn afkomstig van het Verdiepend onderzoek Iene Miene Media dat jaarlijks wordt gehouden onder ouders van 0- tot en met 6-jarige kinderen. De gegevens werden in februari 2026 door middel van een online survey onder ouders verzameld (Nikken en Tuijnman, 2026).
Type mediagebruik onder kinderen van 0 tot en met 6 jaar
Ouders melden dat kinderen van 0 tot en met 6 jaar gebruikmaken van verschillende type media. Kinderen van 0 tot en met 6 jaar maken in 2026 volgens ouders regelmatig gebruik van de televisie (57 procent van de kinderen) en de tablet (41 procent van de kinderen). 31 procent maakt ook gebruik van de smartphone. 13 procent van de totale groep maakt gebruik van gameapparaten. De smart speaker wordt met 4 procent het minst gebruikt. Naarmate kinderen ouder worden, neemt het gebruik van tablets sterk toe. Kinderen van 5 en 6 jaar gebruiken veel vaker een videogame console (27 procent).
Ten opzichte van 2025 is het gebruik van televisie, tablet, smartphone en gameapparaten licht gedaald. 67 procent van de ouders zei in 2025 dat hun kind regelmatig gebruikmaakte van een televisie. 49 procent maakte gebruik van een tablet, 33 procent van een smartphone en 16 procent van gameapparaten.
Mediagebruik onder kinderen van 7 tot en met 12 jaar
Kinderen van 7 tot en met 12 jaar beschikken over het algemeen over veel verschillende media-apparaten. Volgens hun ouders zijn in 2025 de meest regelmatig gebruikte apparaten de televisie (78 procent), de tablet (70 procent) en de mobiele telefoon (64 procent). Daarna volgen videogame-consoles (54 procent), oortjes/koptelefoons (52 procent) en laptops (40 procent). De Smart Watch wordt het minst gebruikt, door 10 procent van de kinderen.
Naarmate kinderen ouder worden, nemen zowel het gebruik als het bezit van sommige media-apparaten toe. Zo gebruikt 33 procent van de 7-jarigen en 98 procent van de 12-jarigen een mobiele telefoon. Het bezit van een mobiele telefoon stijgt van 16 procent op 7 jaar naar 97 procent op 12 jaar. Tablets zijn daarentegen juist bij jongere kinderen populair. Zo gebruikt 79 procent van de 9-jarigen een tablet maar loopt dit terug tot 57 procent onder 11- en 12-jarigen.
Van de digitale activiteiten wordt mediaan de meeste tijd besteed aan gamen en filmpjes op tv kijken (60 minuten per dag) en aan digitaal contact en huiswerk wordt de minste tijd besteed (20 minuten per dag). Activiteiten als luisteren naar digitale verhalen en digitaal contact worden door kinderen vaker alleen gedaan. Films kijken op televisie wordt voornamelijk met meerdere gezinsleden gedaan.
Deze cijfers zijn afkomstig uit de Monitor Mediagebruik 7-12 jaar (2025). Het betreft een onderzoek onder ouders van 7- tot en met 12-jarige kinderen. Het doel van het onderzoek is om inzichtelijk te maken hoe kinderen verschillende media gebruiken en hoe ouders hen hierbij begeleiden. (Netwerk Mediawijsheid, 2025).
Gebruik van sociale media door scholieren
In het HBSC-onderzoek onder scholieren is nagegaan in hoeverre jongeren sociale media gebruiken en in welke mate dat gebruik problematisch is. Scholieren is gevraagd hoe vaak ze online contact hebben met vrienden en andere mensen, zoals ouders, leraren en klasgenoten. In 2021 zegt bijna 36 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs gedurende de hele dag contact te hebben met vrienden en anderen via sociale media. Leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs doen dit met 18 procent aanzienlijk minder. In het voortgezet onderwijs hebben meisjes vaker online contact dan jongens. Het gaat om 41 procent van de meisjes en 30 procent van de jongens.
39 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zegt door smartphonegebruik minder tijd aan huiswerk en leren voor school te besteden. Ook dit komt vaker voor onder meisjes dan onder jongens. 41 procent van de meisjes geeft dit aan en 30 procent van de jongens (Boer en anderen, 2022).
Problematisch socialemediagebruik
In 2023 is er bij 4,8 procent van de 12- tot en met 16-jarige scholieren problematisch gebruik van sociale media. Dat komt bijna twee keer zo vaak voor bij meisjes (6,2 procent) als bij jongens (3,3 procent). Ten opzichte van 2021 is het problematische socialemediagebruik onder scholieren afgenomen van 5,3 naar 4,8 procent. Het problematische socialemediagebruik onder 17- en 18-jarigen is iets lager: 2,9 procent bij 17-jarigen en 3,1 procent bij 18-jarigen. Deze cijfers zijn afkomstig uit het Peilstationsonderzoek onder scholieren. Aan leerlingen zijn diverse stellingen voorgelegd waarin is nagegaan of leerlingen voldoen aan minstens zes symptomen van problematisch gebruik.
In het voortgezet onderwijs gebruiken jongeren vaak sociale media om niet aan vervelende dingen te hoeven denken. Dit is onder alle leerlingen het meest voorkomende symptoom van problematisch gebruik. Dit geldt voor 43 procent van de 12- tot en met 16-jarige scholieren (Rombouts en anderen, 2023).
Definitie
Sociale media zijn websites of apps waarbij iedereen informatie kan delen, zoals tekst, afbeeldingen en video's. Andere gebruikers kunnen reageren op deze berichten of deze delen. Voorbeelden van sociale media zijn Facebook, Twitter, Instagram en WhatsApp.
Meer informatie
Bronnen
- Boer, M., S. van Dorsselaer, M. de Looze, S de Roos, H. Brons, R. van den Eijnden, K. Monshouwer, W. Huijnk, T. ter Bogt, W. Vollebergh en G. Stevens (2022). HBSC 2021. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland . Universiteit Utrecht, Trimbos-instituut, Sociaal en Cultureel Planbureau.
- Netwerk Mediawijsheid (2025). Monitor Mediagebruik 7-12 jaar | 2025.
- Nikken, P. en A. Tuijnman (2026). Verdiepend onderzoek Iene Miene Media. Netwerk Mediawijsheid.
- Rombouts, M., K. Morren, S. van Dorsselaer, M. Tuithof en K. Monshouwer (2023). Peilstationsonderzoek Scholieren 2023. Middelengebruik, digitale mediagebruik en mentale gezondheid onder scholieren.
Vragen? Neem contact op met:
Kiky van Mook
inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoringLees ook
-
Hoe praat ik met ouders over mediagebruik?
Hoe praat ik met ouders over mediagebruik?ProfessionalsDoenLees meer over Hoe praat ik met ouders over mediagebruik?Het is belangrijk om met ouders te praten over mediagebruik van hun kind. Als ze vragen hebben, maar ook als ze er niet bewust mee bezig zijn.
Hoe praat ik met ouders over mediagebruik?
-
Omgaan met media: hoe geef ik het goede voorbeeld aan ouders?
Omgaan met media: hoe geef ik het goede voorbeeld aan ouders?ProfessionalsDoenLees meer over Omgaan met media: hoe geef ik het goede voorbeeld aan ouders?Als professional draag je bij aan het mediawijs opvoeden van kinderen. Wees je bewust van het voorbeeld dat je geeft aan kinderen, maar ook aan ouders.
Omgaan met media: hoe geef ik het goede voorbeeld aan ouders?
-
Toolbox Mediaopvoeding
Toolbox MediaopvoedingProfessionalsDoenLees meer over Toolbox MediaopvoedingBeroepskrachten kunnen ouders helpen bij de mediaopvoeding van hun kinderen. Het NJi ontwikkelde daarvoor de Toolbox Mediaopvoeding.
Toolbox Mediaopvoeding
-
Cijfers over gamen
Cijfers over gamen
Cijfers over gamenLees meer over Cijfers over gamenHoeveel tijd besteden kinderen en jongeren gemiddeld aan gamen? En wanneer is gamegedrag problematisch? Op deze pagina lees je de cijfers over gamen.