Cijfers over onderwijsachterstanden

Percentage achterstandsleerlingen

In het schooljaar 2018/2019 werd 8 procent van de leerlingen in het regulier basisonderwijs als achterstandsleerling aangemerkt. Binnen de groep achterstandsleerlingen bestaat het grootste aandeel met 60 procent uit kinderen met een migratieachtergrond.

Grafiek Percentage achterstandsleerlingen in het basisonderwijs

    Percentage achterstandsleerlingen in het basisonderwijs

    Schooljaar Percentage
    2009-2010 13,3%
    2010-2011 12,8%
    2011-2012 12,3%
    2012-2013 11,6%
    2013-2014 10,8%
    2014-2015 10,0%
    2015-2016 9,2%
    2016-2017 8,7%
    2017-2018 8,4%
    2018-2019 8,0%

    Opnieuw is er sprake van een daling van het aandeel achterstandsleerlingen in het basisonderwijs. Een jaar eerder ging het om 8,4 procent, tien jaar eerder ging het om circa 13 procent van de basisschoolleerlingen. Het aandeel leerlingen dat als achterstandsleerling wordt aangemerkt daalt al jaren gestaag (CBS, 2019).

    Vanaf 2006 is een kind met laag opgeleide ouders een achterstandsleerling. De term 'achterstandsleerling' zegt dus niets over de daadwerkelijke prestaties van de leerlingen. Voor 2006 bepaalde de herkomst van de ouders of een kind een achterstandsleerling was. Ondanks deze veranderde definitie is het aantal leerlingen met een achterstand gestaag blijven afnemen. Volgens het CBS wordt de afname vooral veroorzaakt door het stijgende opleidingsniveau van de bevolking. Ouders van de leerlingen op de basisscholen zouden minder vaak een laag of zeer laag opleidingsniveau hebben (CBS: Persbericht, 18 februari 2016).

    Achterstandsleerlingen naar herkomst

    Grafiek Achterstandsleerlingen basisonderwijs naar herkomst

      Achterstandsleerlingen basisonderwijs naar herkomst (2018-2019) 

      Achtergrond Aantal
      Overig niet-westers 31.150
      Surinaams 1.909
      Marokkaans 14.269
      Turks 9.069
      Niet-westers 58.604
      Westers 9.654
      Totaal migratieachtergrond 68.258
      Nederlandse achtergrond 43.317
      Totaal aantal achterstandsleerlingen 113.108

      In het schooljaar 2018/2019 zijn ruim 113 duizend leerlingen in het regulier basisonderwijs aangemerkt als achterstandsleerling. Ruim de helft (60 procent) hiervan bestaat uit leerlingen met een migratieachtergrond. Van de leerlingen met een migratieachtergrond is met circa 86 procent heeft het grootste deel een niet-westerse migratieachtergrond. Leerlingen met een Marokkaanse achtergrond vormen relatief de grootste groep. Van alle leerlingen van Marokkaanse afkomst is circa 27 procent aangemerkt als achterstandsleerling. Daarna volgt de groep aangemerkt als 'overig niet-westers' (afkomstig uit een land in Afrika, Latijns-Amerika of Azië) met ruim 25 procent en de groep leerlingen van Turkse afkomst met 24 procent.

      Sinds het schooljaar 2011/2012 is er een daling van het aantal leerlingen dat als achterstandsleerling wordt aangemerkt. De daling onder Turkse en Marokkaanse leerlingen gaat relatief even snel als onder de leerlingen met een Nederlandse achtergrond. In 2011/2012 was bijna 50 procent van de Marokkaanse basisschoolleerlingen aangemerkt als achterstandsleerling. In 2018/2019 is dit teruggelopen naar circa 27 procent. Onder leerlingen van Turkse afkomst is het aandeel achterstandsleerlingen teruggelopen van 43 procent naar bijna 24 procent (CBS, 2019).

      Definitie

      In het landelijk onderwijsachterstandenbeleid wordt op basis van het onderwijsniveau van de ouders vastgesteld of een leerling een achterstandsleerling is. De term 'achterstandsleerling' zegt niets over het verstandelijke vermogen of prestaties van de leerling zelf maar verwijst naar het risico op het ontwikkelen van een achterstand door (zeer) lage opleiding van de ouders. Scholen krijgen via de zogenaamde gewichtenregeling meer budget voor achterstandsleerlingen.

      Basisonderwijs

      In het reguliere basisonderwijs is een achterstandsleerling een kind met ouders die weinig opleiding hebben gehad. Zij worden onderverdeeld in 0.30-leerlingen en in 1.20-leerlingen:

      • 0.30-leerlingen hebben ouders die beiden een laag opleidingsniveau hebben. Dit houdt in dat beide ouders een opleiding hebben gevolgd op maximaal het niveau van praktijkonderwijs of vmbo-bk (basis- dan wel kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo).
      • 1.20-leerlingen hebben één ouder of verzorger die maximaal het niveau van basisonderwijs heeft gevolgd en de andere ouder of verzorger maximaal een schoolopleiding op het niveau van praktijkonderwijs of vmbo-bk heeft gevolgd.

      Deze cijfers staan voor de gewichten die de hoogte bepalen van de extra financiële middelen die de scholen voor deze leerlingen kunnen krijgen.

      Voortgezet onderwijs

      De beleidsdoelen op het gebied van onderwijsachterstanden in het voortgezet onderwijs zijn: het tegengaan van voortijdig schoolverlaten, het leveren van maatwerk door scholen en het maximaliseren van leerprestaties. In het voortgezet onderwijs komen twee groepen leerlingen met een onderwijsachterstand voor:

      • leerlingen die van de basisschool komen met een onderwijsachterstand;
      • anderstalige leerlingen die pas na de basisschool in het Nederlandse onderwijs instromen met een achterstand.

      Meer informatie

      Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

      Regionale cijfers voor gemeenten en samenwerkingsverbanden onderwijs zijn beschikbaar in de monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp: achterstandsleerlingen.

      Deniz Ince

      Drs. Deniz Ince

      medewerker inhoud