E101: Problematische relatie met leerkracht, werkgever of leidinggevende/problemen met hiërarchische relatie

Deze problemen zijn in het classificatiesysteem CAP-J onderdeel van:

  • As E: Jeugdige en omgeving
  • E100: Problemen op speelzaal, school of werk

Kenmerken

Bij deze problematiek heeft de jeugdige een duidelijk zichtbare problematische relatie met zijn volwassen leerkracht, werkgever, leidinggevende enzovoort. De volwassene bevindt zich in een hiërarchische relatie ten opzichte van de jeugdige. Een problematische relatie kan zich in zijn meest extreme vorm uiten in gewelddadigheid en/of vijandigheid van de volwassene jegens de jeugdige. Bij een problematische relatie kan er wel sprake zijn van wederkerigheid, maar in deze categorie gaat het alleen om het gedrag van de volwassene.

Subtypes en/of specificaties

Problemen in de omgang met leerkracht, werkgever of leidinggevende

Hierbij is er sprake van een afwijkende omgang tussen een volwassen leerkracht, werkgever, leidinggevende enzovoort, en een jeugdige. Dat kan onder meer als volgt tot uiting komen:

  • Er worden geen grenzen (meer) aangegeven door de volwassene.
  • Er worden wel grenzen aangegeven, maar die worden niet opgevolgd door de jeugdige en/of de eisen worden genegeerd.
  • Er is geen aandacht voor positieve aspecten in de omgang en/of prestaties van de jeugdige.
  • De jeugdige wordt herhaaldelijk en bij voortduring geprovoceerd/uitgedaagd.
  • Er vindt herhaaldelijk en bij voortduring agressie/geweld plaats tegenover de jeugdige.

Tot zondebok maken van de jeugdige door leerkracht, werkgever of leidinggevende

Hierbij is er sprake van uitgesproken negatieve, persoonlijk op de jeugdige gerichte gevoelens van een of meer leraren, werkgevers of leidinggevenden. Dit negatieve gedrag van de volwassene(n) is duidelijk abnormaal van aard of komt in abnormale mate voor, is specifiek gericht op de jeugdige, houdt langere tijd aan en is van toepassing op verschillende gedragingen van de jeugdige. De vijandigheid / het tot zondebok maken kan onder andere als volgt tot uiting komen:

  • De leerkracht, werkgever of leidinggevende heeft de onredelijke neiging automatisch de jeugdige te beschuldigen van problemen of van overtredingen in de school- of werksituatie.
  • De leerkracht, werkgever of leidinggevende heeft de algemene neiging negatieve eigenschappen toe te schrijven aan de jeugdige.
  • De leerkracht, werkgever of leidinggevende uit herhaaldelijk aanmerkingen op de jeugdige, die zich uitbreiden tot het denigreren van de jeugdige als persoon.
  • De leerkracht, werkgever of leidinggevende heeft de duidelijke neiging specifiek afkeer te koesteren jegens de jeugdige, of de jeugdige in ruzies te betrekken wanneer de volwassene zelf prikkelbaar of slecht gehumeurd is.
  • De leerkracht, werkgever of leidinggevende behandelt de jeugdige onrechtvaardig in verhouding tot andere mensen in de school- of werksituatie. De jeugdige wordt opgezadeld met buitengewone werkbelasting of verantwoordelijkheden, wordt uitgesloten van positieve activiteiten of krijgt geen aandacht bij moeilijkheden.