• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Scheiding

Wat werkt?

Wat precies de werkzame bestanddelen zijn van interventies voor gezinnen in scheiding, is vooralsnog onbekend. Wel is er een aantal punten waar onderzoekers uit binnen- en buitenland het over eens zijn.

  • Is er sprake van een scheiding of van heftige conflicten tussen de ouders, richt de begeleiding dan zowel op de ouders als op de jeugdige.
  • In de literatuur komen drie typen interventies voor gezinnen in scheiding (het meest) naar voren: groepsgerichte interventies voor kinderen, groepsgerichte interventies voor ouders en mediation.
  • Het onderzoek naar de genoemde interventies is nog beperkt. Vooral kindgerichte interventies lijken effecten te hebben op het functioneren van kinderen. Ouderinterventies kunnen eveneens van invloed zijn op het welzijn van de kinderen, mits zij erin slagen het opvoedgedrag van ouders te verbeteren. Onderzoek naar mediation laat vooral positieve effecten zien op de relatie tussen partners (minder conflicten) en op hun begrip voor de behoeftes van hun kind(eren).
  • Interventies moeten vlot worden ingezet, zij hebben de beste effecten binnen de eerste twee jaar na de scheiding.
  • Bij alle soorten interventies is het van belang dat professionals empathisch en niet-veroordelend zijn. Een uitgebreide training van professionals draagt bovendien bij aan de positieve effecten van de interventie.

Kindgerichte interventies

Belangrijke elementen van kindgerichte interventies zijn:

  • Interventies lijken het beste te werken als zij kortdurend zijn, maximaal 10 bijeenkomsten met een gemiddelde duur van 60-75 minuten per bijeenkomst.
  • Zij hebben de beste effecten als zij worden ingezet bij kinderen van 9-12 jaar.
  • Het bieden van psycho-educatie is een belangrijke methode om kinderen meer inzicht te geven in zaken rondom de scheiding.
  • Cognitief-gedragstherapeutische technieken kunnen ingezet worden om misvattingen en onrealistische gedachten die kinderen vaak over de scheiding hebben (zoals schuldgevoelens) aan te pakken en positieve denkpatronen - over zichzelf en het gezin - te bevorderen.
  • Een groepssetting lijkt van belang. Sociale steun van leeftijdsgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt kunnen gevoelens van eenzaamheid en isolatie verminderen.
  • Door middel van bijvoorbeeld rollenspellen, groepsdiscussies en oefeningen in het oplossen van sociale problemen kunnen belangrijke (probleemoplossende) vaardigheden actief getraind worden.

Ouderinterventies

Belangrijke elementen van ouderinterventies zijn:

  • Programma’s moeten inspelen op het opvoedgedrag van ouders en conflicten tussen ouders. Ouders moeten leren elkaar te ondersteunen in plaats van elkaar te ondermijnen en om geen ruzie maken in bijzijn van het kind.
  • In de interventies moet aandacht besteed worden aan de kwaliteit van de ouder-kindrelatie.
  • Ouders moeten benaderd worden vanuit hun rol als ouder in plaats van als ex-partner: het belang van het kind is een gezamenlijk belang en staat voorop.
  • Het bieden van psycho-educatie over bijvoorbeeld de gevolgen van een scheiding voor het kind en de gevolgen van conflicten tussen ouders voor het kind is van belang om ouders te laten zien wat een scheiding met hun kind(eren) kan doen.
  • Cognitief-gedragstherapeutische technieken kunnen ingezet worden om verstoorde denkpatronen bij ouders (over bijvoorbeeld de andere ouder) aan te pakken.
  • Het actief (via bijvoorbeeld discussies en rollenspellen) aanleren van vaardigheden zoals conflictoplossing en samenwerking is van belang.
  • Technieken uit de motiverende gespreksvoering, het oplossingsgericht werken en mediation kunnen behulpzaam zijn om ouders te motiveren voor de hulp en om onderling goede afspraken te maken.
  • Vrijwillige ouderprogramma’s lijken iets effectiever dan verplichte programma’s, wat waarschijnlijk samenhangt met de motivatie van de deelnemers.

Mediation

Belangrijke elementen van mediation zijn:

  • De kwaliteit van de ouder-kindrelatie moet centraal staan.
  • Omgangsregelingen zijn een belangrijk punt van aandacht:
    • Bij het vaststellen van een omgangsregeling is het van groot belang rekening te houden met de ontwikkelingsfase van het kind, het gezinssysteem van voor de scheiding en de kwaliteit van de band met de ouders zoals die voor de scheiding is opgebouwd.
    • Onderzoek laat consistent zien dat kinderen beter functioneren en zich beter ontwikkelen wanneer zij na de scheiding een positieve, ondersteunende relatie hebben met beide ouders.
    • Ook op zeer jonge leeftijd kunnen kinderen al goed opgroeien in twee huizen na scheiding. Dit stelt hen in staat met beide ouders een goede band op te bouwen.
    • Hoewel kinderen gebaat zijn bij regelmatig contact met beide ouders, is onderzoek niet eenduidig over de mogelijk negatieve invloed die ouderlijke conflicten daarbij kunnen spelen. Meer onderzoek is nodig om te kunnen bepalen onder welke voorwaarden en voor welke kinderen co-ouderschap geschikt is.
  • Het actief aanleren of versterken van vaardigheden zoals conflictoplossing en samenwerking is van belang.
  • Bij hoogoplopende conflicten of in situaties waarbij 1 van de ouders zelfs afgewezen wordt door het kind, kan therapeutische mediation mogelijk positief werken.

Meer informatie

Vragen?

Josine Holdorp is contactpersoon.

Foto Josine  Holdorp

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.