• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Scheiding

Internationaal beleid

In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven over het Europese beleid en internationale afspraken rond echtscheiding en wat dat betekent voor Nederlandse ouders en kinderen. Toegelicht wordt hoe het zit met de Europese erkenning van echtscheidingen, ouderlijke macht, alimentatie, verblijfsstatus en kinderontvoering.

Europese erkenning van Nederlandse echtscheidingen

Een echtscheidingsvonnis uit een land van de Europese Unie wordt automatisch erkend in de andere EU-landen. Wel kunnen de betrokken partijen aan de rechtbank van hun land vragen om het vonnis niet te erkennen. De rechtbank van het EU-land waar een uitspraak is gedaan over de scheiding van tafel en bed is ook de bevoegde rechtbank om dit om te zetten in een echtscheiding (als dit verenigbaar is met de wetgeving van dat land). De bevoegde rechtbank doet ook uitspraak over de ouderlijke macht.

Besluiten over ouderlijke macht in andere EU-landen erkend

Dankzij wetgeving van de Europese Unie worden rechterlijke beslissingen over de ouderlijke verantwoordelijkheid in één EU-land via een eenvoudige procedure automatisch erkend in alle andere EU-landen. Iedere belanghebbende kan daarom verzoeken. Alleen Denemarken vormt een uitzondering op deze regel. Meer informatie over ouderlijke verantwoordelijkheid in de verschillende EU-landen staat op de website Uw Europa van de Europese Commissie.

Internationale afspraken over alimentatie

Als in een land van de Europese Unie een onderhoudsverplichting gegeven wordt, dan geldt die in de meeste gevallen ook in een ander land van de Europese Unie. Een vonnis uit een EU-land dat alimentatie toekent, wordt via een vereenvoudigde procedure ook in een ander EU-land uitgevoerd. De nieuwe EU-regels op het gebied van internationale alimentatie zijn vastgelegd in de Verordening (EG) nr. 4/2009. Deze zogenaamde Alimentatie-verordening van de Europese Unie is op 18 december 2008 vastgesteld en vanaf 18 juni 2011 van toepassing in de EU-lidstaten. Lees meer over EU-regels over Onderhoudsgeld (alimentatie) op de website Uw Europa van de Europese Commissie. Hier vindt u ook meer informatie over de handhavingsprocedure, de vereenvoudigde procedure en de bevoegde instanties op het gebied van alimentatie in alle lidstaten van de Europese Unie.

Een aanvulling op de EU alimentatie-verordening is het Haags alimentatieverdrag van 2007. Dit verdrag biedt EU-landen en niet EU-landen die het verdrag ratificeren een gemeenschappelijk rechtskader dat het gemakkelijker maakt om internationale alimentatie te innen. In Nederland is het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen hiertoe bevoegd.

De Europese Unie heeft dit verdrag op 6 april 2011 ondertekend. De Verenigde Staten (VS), Noorwegen en de Oekraïne hebben dit verdrag al ondertekend. In Nederland heeft de Tweede Kamer in juli 2011 het wetsvoorstel Uitvoeringswet Haags alimentatieverdrag en EU-alimentatieverordening aangenomen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 27 september 2011 als hamerstuk afgedaan en op 26 oktober 2011 is de wet in werking getreden.

Verblijfstatus na echtscheiding

Het behoud van het recht van verblijf voor familieleden bij echtscheiding van iemand uit de Europese Unie hangt af van het feit of zij zelf burgers van de Europese Unie zijn of niet. Als iemand zelf burger van de Unie is en is gescheiden van een burger van de Unie aan wie hij of zij een 'afhankelijk verblijfsrecht' ontleende, verliest hij of zij het verblijfsrecht niet. Ook als iemand beschikt over een 'zelfstandig verblijfsrecht', dan behoudt hij of zij dit. Om over een zelfstandig verblijfsrecht te beschikken moet men zelf werknemer of zelfstandige zijn. Als bijvoorbeeld een Fransman in Nederland arbeid in loondienst verricht, en gaat scheiden, dan heeft dat geen effect op zijn verblijfsrecht. Hij ontleent zijn verblijfsrecht immers aan zijn positie van economisch actieve burger. Het maakt in dat geval niet uit of hij gehuwd was met een Française, een Nederlandse of een Amerikaanse. Wanneer de familieleden student of economisch niet-actief zijn, moeten ze beschikken over een alles dekkende ziektekostenverzekering en voldoende middelen.

Familieleden uit niet EU-landen kunnen hun verblijfsrecht behouden als het huwelijk of het geregistreerd partnerschap ten minste drie jaar heeft geduurd (waarvan een jaar in het gastland) voorafgaand aan het begin van de echtscheidingsprocedure of beëindiging van het geregistreerd partnerschap. Deze familieleden kunnen ook hun verblijfsrecht behouden als de echtgenoten of partners onderling hebben besloten of bij gerechtelijke beslissing dat zij het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefenen. Als het gaat om omgangsrecht met een minderjarig kind, blijft het recht van verblijf behouden zolang als nodig is. Het verblijfsrecht kan overigens alsnog worden beëindigd als een onredelijk beroep op de sociale bijstand wordt gedaan.

Internationale kinderontvoering voorkomen

Van internationale kinderontvoering is sprake wanneer een ouder een kind onder de 16 jaar zonder toestemming van de andere ouder en in strijd met het gezagsrecht meeneemt naar een ander land of het daar achterhoudt. Om internationale kinderontvoering aan te pakken heeft een groot aantal landen onderling afspraken gemaakt. Die afspraken zijn vastgelegd in het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980. Doel is kinderontvoering te voorkomen of het kind zo snel mogelijk terug te laten brengen naar het land waaruit het is meegenomen.

De landen die zijn aangesloten bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag hebben een Centrale Autoriteit ingesteld die toeziet op de naleving van het verdrag. Het verdrag treedt in werking wanneer de ouders samen niet tot een oplossing komen én de achtergebleven ouder een verzoek tot terugbrenging van het kind indient bij de Centrale Autoriteit.

Bronnen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.