• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Autisme

Prognoses voor kinderen met ASS

Een autismespectrumstoornis wordt meestal gezien als een levenslange diagnose. Wel treden er in de loop van de verschillende ontwikkelingsfasen vaak verschuivingen op in het klinisch beeld. De prognoses van kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) verschillen sterk.

Autisme

Follow-uponderzoeken laten zien dat 5 tot 17 procent van de kinderen met autisme op volwassen leeftijd een bevredigend sociaal leven heeft en redelijk functioneert op school en werk. Wel zijn ze meestal aangewezen op speciaal werk. Ruim de helft van de kinderen met autisme lijkt een slechte prognose te hebben. Zij zijn op volwassen leeftijd niet in staat een zelfstandig bestaan te leiden en komen terecht in voorzieningen voor zwakzinnigenzorg of in psychiatrische inrichtingen. Vanaf de leeftijd van 5 tot 8 jaar is het mogelijk om een redelijk goede prognose te geven van de ontwikkeling naar de volwassenheid. IQ, taalontwikkeling en de mate van sociale adaptatie zijn daarvoor de beste voorspellers.

Asperger

De prognoses voor kinderen met de stoornis van Asperger lijken positiever te zijn dan die van kinderen met autisme. Wel ontwikkelen adolescenten met de stoornis van Asperger soms depressieve klachten wanneer ze zich meer en meer bewust worden van hun handicap. Hoewel volwassenen met de stoornis van Asperger significante problemen hebben, slaagt een aantal van hen er wel in zelfstandig te wonen, te trouwen en een baan te hebben.

PDD-NOS

Longitudinaal onderzoek naar het beloop en de prognose van kinderen met PDD-NOS ontbreekt tot nu toe geheel. Zo is de relatie tussen PDD-NOS en het ontstaan op latere leeftijd van ernstige gedragsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen of verslavingsgedrag onbekend. Wellicht zijn kenmerken van PDD-NOS, zoals teruggetrokken gedrag en beperkt sociaal begripsvermogen, factoren die kinderen kwetsbaar maken. Deze factoren tellen vooral zwaar in combinatie met ongunstige levensomstandigheden of andere aandoeningen zoals depressie of angststoornissen.

Begeleid zelfstandig wonen

Jongeren met ASS kunnen ook begeleid zelfstandig wonen. Die woonvorm groeit de laatste jaren, met name bij mensen met Asperger en PDD-NOS. Jongeren met ASS die niet helemaal zelfstandig kunnen wonen hebben daardoor wat betere perspectieven en hoeven niet in een psychiatrische instelling te wonen. Voor meer informatie over wonen en autisme zie Autisme.nl.

Lees meer over de gevolgen voor ouders, broers en zusjes in Een autistisch kind: gevolgen voor het gezin.

Bron

Vragen?

Joanne van den Eijnden is contactpersoon.

Foto Joanne van den Eijnden

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies