• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Pleegzorg

Literatuur

Hier vindt u een selectie van relevante literatuur.

Factsheet met behalve de cijfers over 2017 ook de trends en het verhaal achter de cijfers. In 2017 maakten 23.206 kinderen en jongeren voor korte of langere tijd gebruik van pleegzorg. Na een dip in 2016 is het aantal nieuwe pleeggezinnen in 2017 toegenomen.

Jongeren kunnen sinds 1 juli 2018 tot hun 21e in hun pleeggezin blijven. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van deze verlengde pleegzorg. In deze factsheet leest u hoe gemeenten kunnen zorgen dat pleegzorg standaard tot 21 jaar wordt ingezet en zo nodig wordt verlengd tot 23 jaar.

Een goede match tussen de opvoedings- en ontwikkelingsbehoeften van een pleegkind en de mogelijkheden van de pleeg- of gezinshuisouders is belangrijk. Het handboek beschrijft de uitgangspunten van de methodiek Methodisch Matchen en behandelt stap voor stap het proces van matching.

De methodiekhandleiding 'Pleegzorg begeleiden is een vak!' biedt pleegzorgbegeleiders concrete hulpmiddelen om de effectiviteit en de kwaliteit van de zorg voor pleegkinderen, hun ouders en hun pleegouders te verbeteren. De methodiek doorloopt daarbij de belangrijkste fasen van het pleegzorgproces.

De handreiking 'Ruimte voor jeugdhulp in gezinsvormen' beschrijft vijf ontwikkelpunten die voor gemeenten van belang zijn bij beleid rondom jeugdhulp in gezinsvormen, zoals steungezinnen, pleeggezinnen en gezinshuizen.

De Monitor Pleegzorg (opvoedingsvariant) helpt pleegzorgbegeleiders om de ontwikkeling van een pleegkind te volgen en risico's op een voortijdige afbreking van de plaatsing - een breakdown - in beeld te brengen. Deze handleiding beschrijft de achtergrond en samenstelling van de monitor en schetst hoe pleegzorgbegeleiders en organisaties de gegevens uit de monitor kunnen gebruiken.

De auteur legt op een begrijpelijke manier juridische zaken uit waar pleegouders mee te maken hebben aan de hand van praktijkvoorbeelden. Ze legt onder meer uit wat de rechten zijn van pleegouders en pleegkinderen en hoe pleegouders de belangen van hun pleegkind kunnen behartigen.

De richtlijn geeft aanbevelingen om professionals te helpen bij afwegingen in hun dagelijkse praktijk. De aanbevelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis, praktijkkennis van professionals en ervaringskennis van cliënten.

De auteurs beschrijven de nieuwe wetsvoorstellen aangaande pleegzorg en de actuele, juridische en pedagogische uitgangspunten met betrekking tot pleegzorgplaatsing; overplaatsing van pleegkinderen en de bezoekregeling tussen pleegkinderen en hun ouders.

Kinderrechters nemen beslissingen die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor kinderen en hun ouders zoals het wel of niet uithuisplaatsen van een kind, of het toewijzen van een kind aan een van de ouders. Zij baseren hun oordeel mede op rapportages die zijn opgesteld door medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg of andere instanties. De in het onderzoek bijeengebrachte informatie ondersteunt kinderrechters bij hun inschatting van de opvoedingsproblematiek en helpt hen bij de beoordeling van de deskundigenadviezen. Juffer laat zien hoe bepalend de kwaliteit van de interactie tussen de opvoeder en jonge kinderen is, al vanaf hun geboorte, voor de kwaliteit van de gehechtheid. Een veilige gehechtheidsrelatie geldt als een beschermende factor voor de verdere ontwikkeling van het kind. Met nadruk waarschuwt de auteur voor het nogal wijdverbreide misverstand dat niet veilig gehechte jonge kinderen geen baat meer zouden hebben aan correctieve interventies op latere leeftijd. Daarom geeft zij uitgebreid aandacht aan populaire valkuilen en concrete aanbevelingen. Centraal daarbij staat de notie: sensitief ouderschap. Het is voor de rechters van belang daarop hun focus te richten bij hun poging om de ouder-kind relatie te verbeteren.

Indien ouders kunnen instemmen met een langdurige pleeggezinplaatsing van hun kind, geeft dat het kind de ruimte om zich te hechten aan pleegouders en vergroot de kans op het welslagen van zo'n plaatsing. Na een gedwongen uithuisplaatsing van hun kind komen ouders in een leegte. Deze ervaring én het verwerken van het feit dat hun kind voor lange tijd door pleegouders zal worden opgevoed, is ingrijpend in hun leven dat veel ouders niet weten hoe daar mee om te gaan. Voor hulpverleners zijn deze situaties ook moeilijk. De auteurs beogen vooreerst met dit Methodiekboek een inzicht te geven in de mechanismen, waarvan ouders zich bedienen en in de positie van het betrokken kind. Vervolgens werken zij een methode uit waarmee (pleeg)ouderbegeleiders de ouders kunnen begeleiden bij de verliesverwerking, en in het vinden of accepteren van hun nieuwe rol. Speciale aandacht besteden de auteurs aan het gebruik van de methodiek in geval van psychopathologie bij ouders.

De auteurs belichten de ontwikkeling binnen de pleegzorg vanuit verschillende invalshoeken. In het eerste deel komt de opvoedingssituatie van pleegkinderen, hun ontwikkeling en hun relatie tot ouders en pleegouders, aan de orde. Het tweede deel geeft het juridisch kader waarbinnen pleegzorg plaatsvindt. Het derde deel schenkt aandacht aan het verloop van pleeggezinplaatsingen, de gevolgen van overplaatsingen van kinderen en de organisatorische aspecten van de pleegzorg. In het vierde deel wordt aandacht besteed aan de diagnostiek van pleegkinderen en de mogelijkheden van interventie. Ten slotte worden twee praktijkmodellen op het gebied van de pleegzorg besproken. De auteurs zetten vraagtekens bij de dominante hulpverleningsvisie, die vindt dat 'eigenlijk elk kind bij zijn ouders hoort'.

De auteurs beschrijven een aanpak om het toekomstperspectief van het kind op systematische wijze te onderzoeken. Hiertoe wordt de 'beoordelingsboog' geïntroduceerd. Met dit instrument kunnen pleegzorgwerkers aan de hand van negen factoren een advies formuleren over het perspectief van het kind. Het belang van het kind bij een veilig ontwikkelingsklimaat geeft bij deze advisering de doorslag. Tevens wordt aangegeven hoe met behulp van systeemtheoretische interventies tegenstellingen tussen de vele betrokken partijen bij pleegzorg overbrugd kunnen worden. Zo ontstaat er 'samenspel' en kan 'tegenspel' voorkomen worden. Pleegkinderen hebben er recht op om zo snel mogelijk te weten of zij terug gaan naar huis of in een pleeggezin blijven wonen. Het telkens uitstellen van een duidelijk besluit is schadelijk voor de ontwikkeling van een kind.

Vragen?

Stefanie Abrahamse is contactpersoon.

Foto Stefanie  Abrahamse
Dit dossier is tot stand gekomen in samenwerking met:
  • Kinderpostzegels

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies