Autisme

Oorzaken en risicofactoren

Er is nog veel onduidelijk over de oorzaken van autismespectrumstoornissen (ASS). Waarschijnlijk spelen zowel biologische factoren als omgevingsfactoren een rol bij het ontstaan. Zo functioneren hersengebieden anders bij mensen met autisme en zijn er aanwijzingen dat verschillende factoren tijdens de zwangerschap, rond en na de geboorte van het kind van invloed zijn.

Biologische factoren

Bij ASS is er sprake van problemen in de ontwikkeling van de hersenen, waarbij een afwijking in de hersenen een rol speelt. Bepaalde hersenziektes en genetische syndromen komen vaker voor bij autisme, zoals epilepsie en het fragiel-X-syndroom. Ook kan bij bepaalde hersenbeschadigingen autistiform gedrag worden gezien.

Interactie tussen genen en omgeving

Lange tijd werd op basis van familie- en tweelingonderzoek gedacht dat het risico op het ontwikkelen van ASS grotendeels genetisch bepaald is. Recentere studies laten een complexer beeld zien. Waar tot voor kort vermoed werd dat autisme voor 90% te verklaren zou zijn op basis van genetische risicofactoren, laat recent onderzoek schattingen van 35-60% zien en een relatief grotere invloed van omgevingsfactoren. De genetische risicofactoren bij ASS zijn divers en nog lang niet goed begrepen.

Bij de meeste mensen ligt de oorzaak waarschijnlijk in een (unieke) combinatie van genafwijkingen en omgevingsfactoren die elkaar wederzijds beïnvloeden. Omgevingsfactoren kunnen daarbij zorgen voor de trigger(s), waardoor de stoornis al dan niet tot uiting komt. Dit zou mede kunnen verklaren waarom het ene kind in een gezin wel ASS krijgt en het andere niet.

Structurele en functionele afwijkingen aan de hersenen

Onderzoek naar het hersenfunctioneren bij ASS wijst erop dat bepaalde hersengebieden anders functioneren, of dat de communicatie tussen hersengebieden anders verloopt. Dit onderzoek wijst uit dat een tragere ‘connectiviteit’ (een tragere activatie van hersengebieden op afstand) een belangrijke rol speelt. Over de precieze afwijkingen en de hersengebieden die daarbij betrokken zijn, bestaat nog veel discussie en onduidelijkheid.

Sekseverschillen

De diagnose ASS komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Dit komt waarschijnlijk doordat meisjes zich van nature socialer en communicatiever gedragen en het feit dat zij vaker kijken naar rolmodellen voor sociaal gedrag. Daarnaast worden sociale tekorten van meisjes minder snel in verband gebracht met ASS. Studies gingen uit van een man-vrouwratio van 4:1. Recent onderzoek laat zien dat deze ratio eerder 3:1 is, vanwege een diagnostische bias.

Omgevingsfactoren

Omgevingsfactoren spelen waarschijnlijk, in combinatie met de eerder genoemde genafwijkingen, een rol in het triggeren van ASS. Hierbij zijn er vooral aanwijzingen dat verschillende risicofactoren tijdens de zwangerschap, rond en na de geboorte van het kind van invloed zijn.

Leeftijd van de ouders

Onderzoek laat zien dat een hogere leeftijd van de ouders bij de geboorte, samenhangt met een verhoogd risico op ASS bij hun kind. Onderzoek is vooral eenduidig over de leeftijd van de vader. Zo rapporteert een studie dat de kans op ASS verzesvoudigt bij vaders ouder dan 40 jaar, in vergelijking met vaders jonger dan 30. Onderzoek naar de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen, heeft minder eenduidige resultaten. Wel wordt geconstateerd dat een hogere leeftijd van de moeder gerelateerd is aan een grotere kans op kinderen met ASS.

Voorgeschiedenis van mishandeling bij de moeder

Onderzoek laat zien dat er een verband is tussen blootstelling van de moeder aan mishandeling tijdens de kindertijd en het risico op autisme bij haar kind.

Risicofactoren tijdens zwangerschap en geboorte

Er is vrij veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen zwangerschapscomplicaties en een verhoogde kans op ASS bij het kind. Onderzoek laat geen verband zien tussen ASS en zwangerschapsechografie, een verdoving of ruggenprik bij de bevalling, laatgeboorte, een hoog geboortegewicht en hoofdomtrek. Wel is er een verband gevonden met factoren als een afwijkende presentatie van de foetus, navelstrengcomplicaties, zuurstofgebrek tijdens de geboorte, bloedverlies tijdens de zwangerschap, zwangerschapsdiabetes, een lage apgar-score en een laag geboortegewicht.

Infecties

Verschillende studies vinden een relatie tussen infecties bij de moeder tijdens de zwangerschap en ASS bij het kind. Het gaat dan om de rubella-infectie, mazelen en bof, maar ook om andersoortige virusinfecties (zoals het cytomegalovirus) en bacteriële infecties. Er zijn weinig aanwijzingen voor een relatie tussen griep tijdens de zwangerschap en de kans op ASS bij het kind. Wel lijkt koorts tijdens de zwangerschap verband te houden met een verhoogde kans op ASS bij het kind. Het gebruik van koortswerende middelen lijkt dit verhoogde risico (deels) teniet te doen.

Middelengebruik

Overmatig alcoholgebruik tijdens de zwangerschap blijkt gerelateerd aan meer kenmerken van ASS bij het kind. Deze kenmerken hangen mogelijk samen met het foetaal alcoholsyndroom en niet zozeer met ASS. Studies naar de invloed van roken tijdens de zwangerschap hebben gemengde resultaten, maar een recente meta-analyse vindt geen verband tussen roken tijdens de zwangerschap en ASS bij het kind.

Over de gevolgen van het gebruiken van drugs tijdens de zwangerschap is nog weinig bekend.

Medicatiegebruik

Onderzoek laat een relatie zien tussen het gebruik van thalidomide, misoprostol en valproïnezuur  tijdens de zwangerschap en ASS bij het kind. Ook het gebruik van antidepressiva (SSRI’s) tijdens de zwangerschap vergroot mogelijk de kans op ASS.

Stress tijdens de zwangerschap

Of stress tijdens de zwangerschap de kans op ASS bij het kind verhoogt, is op basis van het huidige onderzoek niet te zeggen. Onderzoek laat wel zien dat ASS vaker voorkomt in bepaalde groepen migranten en dat dit mogelijk gerelateerd is aan epigenetische veranderingen na migratiegebonden stressvolle ervaringen.

Toxische stoffen

Recent onderzoek vindt geen bewijs voor een verband tussen ASS en blootstelling aan giftige stoffen, zoals zware metalen, oplosmiddelen en pesticiden. Er is mogelijk een verband tussen luchtverontreiniging door verkeer tijdens de zwangerschap en ASS bij kinderen, maar onderzoek is niet eenduidig hierover.

BMR-vaccinatie

Er is geen verband tussen de BMR-vaccinatie (tegen bof, mazelen en rode hond) en ASS. Meerdere studies hebben aangetoond dat autistische verschijnselen even vaak voorkomen bij BMR-gevaccineerde als ongevaccineerde kinderen.

Foliumzuur

Verschillende studies stellen dat het gebruik van foliumzuur tijdens de zwangerschap gerelateerd is aan een afname van klassiek autisme en ASS en dat het gebruik van foliumzuur tijdens de zwangerschap een beschermende werking heeft voor het ontstaan van ASS. De resultaten zijn echter niet eenduidig en recent onderzoek vindt geen verband tussen het niet gebruiken van foliumzuur tijdens de zwangerschap en een verhoogde kans op ASS bij het kind.

Vitamine D, ijzer, visolie

Vitamine D beïnvloedt de ontwikkeling en het functioneren van het brein en is belangrijk voor de verbindingen in het brein. Kinderen met ASS hebben een lager niveau vitamine D dan kinderen zonder ASS. Dit kan betekenen dat een laag niveau van vitamine D een risicofactor kan zijn voor ASS en dat kinderen met ASS baat zouden hebben bij een hogere dosis vitamine D. Om de eventuele beschermende werking van een vitamine D-supplement aan te tonen, is meer onderzoek nodig. Dat geldt ook voor de mogelijk beschermende werking van stoffen zoals ijzer en visolie.

Gezins- en leefomstandigheden

Bepaalde omgevingsfactoren zoals de opvoeding die een kind krijgt en de omstandigheden waaronder een kind leeft, zijn van belang voor de wijze waarop een kind met ASS zich ontwikkelt. Zo kan een aangepaste opvoeding met de nadruk op rust, structuur en het voorbereiden op nieuwe situaties bijvoorbeeld de kans op gedragsproblemen bij kinderen met ASS verkleinen. Bij passende scholing valt te denken aan structurering en regulering van de les- en leeromgeving, individuele instructie en extra aandacht bij de overgang naar een ander type onderwijs. Meer informatie hierover is te vinden in Wat werkt bij kinderen met autisme.

Bronnen

  • Andalib, S., Emamhadi, M.R., Yousefzadeh-Chabok, S., Shakouri, S.K., Høilund-Carlsen, P.F., Vafaee, M.S., Michel, T.M. (2017). Maternal SSRI exposure increases the risk of autistic offspring: A meta-analysis and systematic review. European Psychiatry, 45, 161-166.
  • Berckelaer-Onnes, I. van, Glind, G. van de, Anzion, P., & Werkgroep JGZ Richtlijn ASS (2015). JGZ-richtlijn Autismespectrumstoornissen. Signalering, begeleiding en toeleiding naar diagnostiek. Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.
  • Crafa, D., & Warfa, N. (2015). Maternal migration and autism risk: Systematic analyses. International Review of Psychiatry, 27(1), 64-71.
  • Gardener, H., Spiegelman, D., Buka, S.L. (2011). Perinatal and neonatal risk factors for autism: A comprehensive meta-analysis. Pediatrics, 128, 343-355.
  • Grafodatskaya, D., Chung, B., Szatmari, P., & Weksberg, R. (2010). Autism spectrum disorders and epigenetics. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 49, 794­809.
  • Geschwind, D.H. (2011). Genetics of autism spectrum disorders. Trends in Cognitive Sciences, 15(9), 409-416.
  • Guinchat, V., Thorsen, P., Laurent, C., Cans, C., Bodeau, N., & Cohen, D. (2012). Pre-, peri- and neonatal risk factors of autism. Acta Obstetricia et Gynecologica Scandinavica, 91, 287-300.
  • Kalkbrenner, A.E., Daniels, J.L., Chen, J., Poole, C., Emch, M., & Morrissey, J. (2010). Perinatal exposure to hazardous air pollutants and autism spectrum disorders at age 8. Epidemiology, 21, 631-641.
  • Kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie (zonder datum). Autismespectrumstoornissen bij kinderen en adolescenten. Geraadpleegd op 3 april 2018.
  • Lam, J., Sutton, P., Kalkbrenner, A., Windham, G., Halladay, A., Koustas, E., … Woodruff, T. (2016). A Systematic Review and Meta-Analysis of Multiple Airborne Pollutants and Autism Spectrum Disorder. PLoS One, 11(9), 1-27.
  • Lee, B.K., Gardner, R.M., Dal, H., Svensson, A., Galanti, M.R., Rai, D., …Magnusson, C. (2012). Brief report: Maternal smoking during pregnancy and autism spectrum disorders. Journal of Autism and Developmental Disorders, 42, 2000-2005.
  • Loomes, R., Hull, L., & Mandy, W.P.L. (2017). What is the male-to-female ration in autism spectrum disorder? A systematic review and meta-analyis. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 56(6), 466-474.
  • Kan, C.C., Geurts, H.M., Bosch, K.. van den, Forceville, E.J.M., Manen, J. van, Schuurman, C.H., … Vrijmoed, D. (2013). Multidisciplinaire Richtlijn Diagnostiek en Behandeling van Autisme Spectrum Stoornissen (ASS). Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Nederlands Instituut van Psychologen (NIP).
  • Rai, D., Lee, B.K., Dalman, C., Golding, J., Lewis, G., & Magnusson, C. (2013). Parental depression, maternal antidepressant use during pregnancy, and risk of autism spectrum disorders: population based cohort study. BMJ, 346, f2059.
  • Roberts, A. L., Lyall, K., Rich-Edwards, J. W., Ascherio, A., & Weisskopf, M. G. (2013). Association of maternal exposure to childhood abuse with elevated risk for autism in offspring. JAMA psychiatry, 70(5), 508-515.
  • Rosen, B.N., Lee, B.K., Lee, N.L., Yang, Y., & Burstyn, I. (2014). Maternal Smoking and Autism Spectrum Disorder: A Meta-analysis. Journal of Autism and Developmental Disorders, 45, 1689-1698.
  • Rossignol, D.A., Genius, S.J., & Frye, R.E. (2014). Environmental toxicants and autism spectrum disorders: a systematic review. Translational Psychiatry, 4, e360.
  • Sandin, S., Lichtenstein, P., Kuja-Halkola, R., Larsson, H., Hultman, C. M., & Reichenberg, A. (2014). The familial risk of autism. Jama, 311(17), 1770-1777.
  • Schothorst, P.F., Engeland, H. van, Gaag, R.J. van der, Minderaa R.B., Stockmann, A.P.A.M., Westermann, G.M.A., & Floor-Siebelink, H.A. (2009). Richtlijn Diagnostiek en behandeling autismespectrumstoornissen bij kinderen en jeugdigen. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP).
  • Spek, A.A. (2014). De invloed van genen en omgeving op het ontstaan van autismespectrumstoornissen. Tijdschrift voor psychiatrie, 56(10), 660-667.
  • Staal, W.G. (2017). Autismespectrumstoornissen. Bijblijven, 33, 645–655.
  • Strøm, M., Granström, C., Lyall, K., Ascherio, A., & Olsen, S. F. (2018). Folic acid supplementation and intake of folate in pregnancy in relation to offspring risk of autism spectrum disorder. Psychological medicine, 48(6), 1048.
  • Tran, P.L., Lehti, V., Lampi, K.M., Helenius, H., Suominen, A., Gissler, M., et al. (2013). Smoking during pregnancy and risk of autism spectrum disorder in a Finnish national birth cohort. Paediatric and Perinatal Epidemiology, 27, 266-274.
  • Vermeulen, K., Staal, W. & Groen, W. (2016). Autismespectrumstoornis (ASS). In: R. Didden, P. Troost, X. Moonen & W. Groen (Reds.), Handboek psychiatrie en lichte verstandelijke beperking (eerste druk, pp. 449-458). Utrecht: De Tijdstroom.
  • Wang, T., Shan, L., Du, L., Feng, J., Xu, Z., Staal, W.G., Jia, F. (2016). Serum concentration of 25-hydroxyvitamin D in autism spectrum disorder: a systematic review and meta-analysis. European Child & Adolescent Psychiatry, 25, 341-350.
Vragen?

Joanne van den Eijnden is contactpersoon.

Foto Joanne van den Eijnden

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies