• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Autisme

Signaleren en doorverwijzen

Autisme heeft consequenties voor het onderwijs: niet alleen zijn de onderwijsbehoeften van leerlingen met een autisme spectrum stoornis anders, maar ook is, naast informatie over autisme en de aanpak van leerlingen met een autisme spectrum stoornis in het onderwijs, de samenwerking tussen school, ouders, begeleiders en hulpverlening heel belangrijk.

Diagnose autisme steeds vroeger gesteld

Tot op heden wordt een diagnose bij een kind vaak pas vastgesteld als het op de basisschool zit. In de nabije toekomst wordt verwacht dat de diagnose steeds vaker eerder gesteld wordt (Speziaal, 2010). Onderzoeken laten namelijk zien dat de meeste ouders eigenlijk al ongerust waren toen hun kind 18 maanden oud was. De toegenomen kennis en vaardigheid dragen er aan bij dat de stoornis steeds vaker als 'probleem' wordt geïdentificeerd. Het gaat dus niet via een bloedtest of een scan, maar aan de hand van gedragskenmerken (Gezondheidsraad, 2009). Het is voor leerkrachten belangrijk om te weten welke signalen kunnen duiden op een autisme spectrum stoornis. Lees hier meer over bij het onderdeel Een autismespectrumstoornis herkennen.

Instrumenten autisme

Er zijn signaleringlijsten die door een leerkracht ingevuld kunnen worden. In Nederland bestaat voor leerkrachten de TRF (Teacher Report Form). Door vragen over het kind kan vastgesteld worden welke problemen zij ervaren: internaliserende, externaliserende, of aandachtsproblemen. De score van de lijsten levert een profiel op waarin aangegeven staat of de beleving van de invuller boven de 'klinische norm' uitkomt of tot de normale populatie behoort. Deze lijsten kunnen laten zien dat een leerling opvallend gedrag vertoont, maar er kan nooit een absolute conclusie aan worden verbonden.

Een ander instrument is de Sociaal Emotionele Vragenlijst (SEV). Aan de hand van gedragsbeoordelingen van ouders en/of de leerkracht meet de SEV in hoeverre kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar problemen vertonen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Sociaal emotionele (gedrags-)problematiek is onderverdeeld in vier basisclusters van probleemgedrag, waarvan autistisch gedrag er één is. Net als voor de TRF, geldt dat de resultaten van de SEV geïnterpreteerd moeten worden door een psychodiagnostisch geschoold persoon.

Meer informatie over de signaleerlijsten TRF en SEV is te vinden bij het onderdeel Screenen op autismespectrumstoornissen in dit dossier.

Contact met deskundigen

Wanneer een leerkracht vindt dat het gedrag van een leerling afwijkt van dat van andere leerlingen, is het belangrijk dat de leerkracht in overleg met de ouders, contact zoekt met deskundigen, als:

  • (po/vo) leerlingbegeleider van een onderwijsbegeleidingsdienst;
  • (po) zorgteam Weer Samen Naar School;
  • (vo) Permanente Commissie Leerlingenzorg;
  • Huisarts;
  • Intakefunctionaris van een gecertificeerde instelling, bijvoorbeeld bureau jeugdzorg.

Na een uitgebreid psychodiagnostisch en kinderpsychiatrisch onderzoek door een gedragsdeskundige, kan pas worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van een autisme spectrum stoornis. Voor meer informatie over het stellen van een diagnose van een autisme spectrum stoornis, zie de website van het Landelijk Netwerk Autisme.

Vragen?

Joanne van den Eijnden is contactpersoon.

Foto Joanne van den Eijnden

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.