• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Multiprobleemgezinnen

Risicofactoren

Een kind dat opgroeit in een multiprobleemgezin loopt een groter risico op gedrags- en/of ontwikkelingsproblemen. Risicofactoren die vaak voorkomen in multiprobleemgezinnen en een negatieve invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van kinderen zijn:

  • een lage sociaaleconomische status: laag opleidingsniveau van de ouders, armoede, werkloosheid en wonen in een achterstandswijk
  • een opeenstapeling van negatieve levensgebeurtenissen
  • inadequate of inconsistente opvoedvaardigheden, mishandeling of verwaarlozing.
  • verstoorde hechtingspatronen in het gezin
  • veel onderlinge conflicten in het gezin: huiselijk geweld, huwelijksproblemen of onstabiele relaties van de ouder(s), scheiding
  • een beperkte structuur in het dagelijks leven en de huishouding
  • psychische- of verslavingsproblemen, langdurige aandoeningen of handicaps bij de ouder(s)
  • psychische- of gedragsproblemen, verstandelijke beperking of fysieke handicap bij het kind
  • een beperkt (ondersteunend) sociaal netwerk, conflicten met buurt, familie en vrienden en beperkte vaardigheden om contacten te onderhouden
  • langdurige en teleurstellende hulpverleningsgeschiedenis, wantrouwen tegenover hulpverlening en gebrekkige motivatie voor hulp

Toelichting op de risicofactoren

Er is nog maar weinig bekend over specifieke factoren voor het ontstaan en voortbestaan van multiprobleemgezinnen. Wel weten we dat er binnen multiprobleemgezinnen sprake is van een groot aantal onderling verweven en langdurige risicofactoren die van de ene generatie op de volgende worden overgedragen en daarmee een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van de kinderen in het gezin.

Als een kind te maken krijgt met minstens vier van deze risicofactoren, dan is de kans dat dit kind een probleem ontwikkelt meer dan 30 procent. Deze relatie tussen het aantal risicofactoren en ongunstige ontwikkelingsuitkomsten is onder andere aangetoond voor psychische problemen, gedragsproblemen, intelligentieontwikkeling en delinquentie.

Contextuele risicofactoren

Veel multiprobleemgezinnen hebben een lage sociaaleconomische status: ouders hebben een laag opleidingsniveau en laag inkomen, financiële problemen en wonen vaak in slecht onderhouden woningen in achterstandswijken. Een lage sociaaleconomische status vergroot de kans op opvoedmoeilijkheden bij de ouders en op emotionele- en leerproblemen bij het kind. Armoede maakt opvoeden moeilijker: het is lastiger om te voorzien in belangrijke behoeften van kinderen (zoals gezonde voeding of een rustige plek in huis om huiswerk te maken), kan leiden tot stress en psychische problemen bij ouders en zorgt ervoor dat gezinnen vaak in buurten wonen waar kinderen sneller in aanraking komen met criminaliteit.

Ook is er in multiprobleemgezinnen vaak sprake van een opeenstapeling van negatieve levensgebeurtenissen (denk aan scheidingen en uithuisplaatsingen). Zulke gebeurtenissen hebben een negatieve invloed op de ontwikkeling van kinderen en kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat zij angsten ontwikkelen.

Risicofactoren in de opvoeding en het gezinsfunctioneren

Binnen multiprobleemgezinnen is vaak sprake van inadequate of inconsistente opvoedvaardigheden. Ouders hebben bijvoorbeeld een autoritaire opvoedstijl, met harde straffen of zijn juist afwezig en hebben geen controle over het gedrag van hun kind. Soms hebben ouders onrealistische verwachtingen van het kind of van het ouderschap, wat weer kan leiden tot negatieve interacties met het kind. Huiselijk geweld, mishandeling en verwaarlozing komen eveneens voor. Deze opvoedproblemen zorgen ervoor dat er vaak sprake is van verstoorde hechtingspatronen in het gezin. Kinderen die mishandeld of verwaarloosd zijn, lopen een groter risico om dit later ook zelf te gaan doen in hun opvoeding.

Agressie en ruzies tussen ouders, onstabiele relaties en scheidingen komen veel voor in multiprobleemgezinnen. Vaak is er sprake van gebroken gezinnen of eenoudergezinnen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. Zo is bekend dat alleenstaande ouders met financiële problemen vaker last hebben van spanningen en stress en daardoor minder sensitieve en consistente opvoedstrategieën gebruiken.

Ook een beperkte structuur in het dagelijks leven en in het huishouden komt regelmatig voor in multiprobleemgezinnen, wat weer een negatieve invloed heeft op de schoolprestaties en cognitieve ontwikkeling van het kind.

Risicofactoren bij de ouders

Bij ouders in multiprobleemgezinnen is regelmatig sprake van psychiatrische problemen (bijvoorbeeld depressie of schizofrenie) of psychosociale problemen (zoals gedragsproblemen, verslavingsproblemen, crimineel gedrag of beperkte sociale vaardigheden). Ook cognitieve problemen, verstandelijke of fysieke beperkingen en gezondheidsproblemen komen veel voor. Kinderen en jongeren die te maken hebben met een langdurig zieke of verslaafde ouder, hebben vaak taken en verantwoordelijkheden die niet bij hun leeftijd en ontwikkelingsfase passen. Als gevolg van overbelasting door de zorgsituatie, kunnen er zowel op korte als op lange termijn problemen ontstaan van fysieke, psychosociale en emotionele aard. Ook kan het van invloed zijn op de schoolprestaties.

Risicofactoren bij de kinderen

Psychiatrische of psychosociale problemen komen veel voor bij kinderen in multiprobleemgezinnen. Dit geldt ook voor cognitieve problemen, verstandelijke en fysieke beperkingen en gezondheidsproblemen. Deze problemen kunnen vervolgens weer moeilijkheden geven op andere gebieden, zoals op school of in het sociale netwerk van het kind.

Risicofactoren in het sociale netwerk

Multiprobleemgezinnen hebben vaak een verstoord of afwezig netwerk, wat het gezin sociaal geïsoleerd maakt. Ook is er vaak sprake van beperkte vaardigheden om positieve relaties te onderhouden. Kinderen die geïsoleerd opgroeien leren niet de vaardigheden om relaties op te bouwen en lopen een groter risico om op latere leeftijd ook zelf in een sociaal isolement te belanden.

Risicofactoren met betrekking tot de hulpverlening

Multiprobleemgezinnen hebben vaak een lange, teleurstellende hulpverleningsgeschiedenis. Gezinsleden hebben daardoor dikwijls een diepgaand wantrouwen richting hulpverleners ontwikkeld en zijn niet langer gemotiveerd voor hulp. Problemen kunnen zich hierdoor nog verder opstapelen en een nog negatievere invloed hebben op de ontwikkeling van het kind.

Beïnvloedbare factoren

In de risicofactoren kun je een onderscheid maken tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Laatste zijn factoren die vaststaan, die niet of nauwelijks te beïnvloeden zijn met behulp van een interventie. Het gaat hier bijvoorbeeld om erfelijke aanleg.

Voor een professional die werkt met multiprobleemgezinnen of een interventie wil ontwikkelen voor deze gezinnen, zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Drie belangrijke beïnvloedbare factoren zijn het gezinsfunctioneren, de opvoedvaardigheden van ouders en de motivatie voor hulp. Deze factoren zijn bij wijze van spreken de knoppen waaraan een professional kan draaien om de problemen in multiprobleemgezinnen te verminderen en daarmee het risico op problemen bij het kind te verkleinen.

Van kennis naar praktijk

Hoe vertaalt een professional de kennis over beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren naar de praktijk? Een interventie voor multiprobleemgezinnen heeft de meeste kans van slagen wanneer de professional:

  • alle beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren in kaart brengt die aanwezig zijn in het betreffende gezin
  • doelen stelt die rechtstreeks verband houden met de beïnvloedbare risico- en beschermende factoren (bijv. het verbeteren van de opvoedvaardigheden van ouders, het vergroten van de motivatie voor hulp of het versterken van het sociale netwerk)
  • methodieken gebruikt waarvan bewezen is dat die de risicofactoren in multiprobleemgezinnen verminderen en de beschermende factoren vergroten (bijv. op meerdere terreinen tegelijkertijd hulp aanbieden aan zowel ouders en kinderen als aan de leefomgeving van het gezin).

Bronnen

  • Bodden, D. H., & Dekovic, M. (2016). Multiproblem families referred to youth mental health: What's in a name? Family process, 55(1), 31-47.
  • Broek, A. van den, Kleijnen, E., & Bot, S. (2012). Kwetsbare gezinnen in Nederland. In Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, Ontzorgen en normaliseren: Naar een sterke eerstelijns jeugd- en gezinszorg. Den Haag: Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.
  • Holosko, M. J., Cooper, R., High, K., Loy, A., & Ojo, J. (2015). The Process of Intervention with Multiproblem Families: Theoretical and Practical Guidelines. In Evidence-Informed Assessment and Practice in Child Welfare (pp. 137-164). Springer International Publishing.
  • Kolthof, H. J., Kikkert, M. J., & Dekker, J. (2014). Multiproblem or Multirisk Families? A Broad Review of the Literature. Journal of Child and Adolescent Behaviour, 1-6.
  • Steketee, M., Jansma, A. & Gilsing, R. (2015). Wat werkt bij multiprobleemgezinnen? Ervaringen uit Rotterdam. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
  • Tausendfreund, T., Knot-Dickscheit, J., Schulze, G. C., Knorth, E. J., & Grietens, H. (2016). Families in multi-problem situations: Backgrounds, characteristics, and care services. Child & Youth Services, 37(1), 4-22.
Vragen?

Inge Bastiaanssen is contactpersoon.

Foto Inge  Bastiaanssen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.