• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Hechting en hechtingsproblemen

Gevolgen

Veilige hechting

Een goede hechting met ouders of andere primaire opvoeders in de eerste levensjaren is essentieel voor een voorspoedige sociaal-emotionele, taal- en cognitieve ontwikkeling van het kind.

Zelfvertrouwen

Kinderen die veilig gehecht zijn ontwikkelen meer zelfvertrouwen en voelen dat ze de moeite waard zijn. Ze weten dat ze kunnen rekenen op de steun van hun primaire opvoeders. Vanuit die veilige hechting kunnen kinderen zich tevens hechten aan anderen en leren ze anderen te vertrouwen. Kinderen die goed zijn gehecht kunnen later meestal op een positieve manier omgaan met leeftijdgenoten en zijn in staat om hechte vriendschappen op te bouwen (Schneider e.a. 2001). 

Veerkracht

Een veilige hechting gaat samen met het ontstaan van veerkracht bij kinderen (Van IJzendoorn 2008). Veerkracht ontstaat vanaf de geboorte door de verwachtingen die een kind ontwikkelt over de beschikbaarheid van anderen (vertrouwen) en de persoonlijke effectiviteit (zelfvertrouwen). Veerkrachtige kinderen reageren flexibel op problemen en spanningen, tonen hun emoties, maar zijn ook in staat deze een plek te geven en zich aan te passen. Ze zijn creatief en volhardend in het vinden van oplossingen en krijgen over het algemeen veel waardering van leeftijdgenoten en volwassenen.

Cognitie en taal

Een hoge mate van sensitieve responsiviteit van ouders in de interactie met hun kinderen hangt samen met cognitieve vaardigheden en taalvaardigheden. Kinderen leren door sensitieve reacties van hun ouders verbanden te leggen tussen hun gedrag en het effect daarvan (O’Connor en McCartney 2007). Erkenning door ouders van intenties, belevingswereld en mogelijkheden van het kind lokt een actieve inbreng van het kind uit. Kinderen krijgen meer zelfvertrouwen en voelen zich vrij om de wereld te ontdekken en nieuwe dingen te proberen. Hierdoor verwerven ze kennis en leren ze vaardigheden (Mesman 2010).

Onveilige hechting

Kinderen die niet op jonge leeftijd veilig gehecht zijn, lopen een groter risico om later problemen te krijgen. Ze hebben volgens psychologe Femke van Roozendaal (2016) vaak minder zelfvertrouwen en minder veerkracht, waardoor ze snel gefrustreerd zijn, hun emoties niet kunnen reguleren, afwijzend of agressief reageren of zich terugtrekken. Ook vinden ze het moeilijk om steun te zoeken en hebben ze vaak een minder goede cognitieve ontwikkeling.

Ernstige gedragsproblemen 

Een meta-analyse toont aan dat kinderen met een onveilige gehechtheid later meer externaliserende gedragsproblemen vertonen dan veilig gehechte kinderen (Fearon e.a. 2010). Bij kinderen met een gedesorganiseerde gehechtheid is het risico op gedragsproblemen het grootst.

Crimineel gedrag

Een onveilige hechting heeft invloed op het empathisch vermogen en sociale vaardigheden van kinderen. Kinderen die niet geleerd hebben om rekening te houden met anderen of zich moeilijk kunnen inleven, komen in de problemen in sociaal contact. Daarmee is de kans groter om af te glijden naar de criminaliteit. In gevangenissen bevindt zich een groter percentage mensen met een hechtingsproblematiek dan in de gewone maatschappij (Van Roozendaal 2016).

Psychiatrische aandoeningen

Kinderen met hechtingsproblemen hebben een grotere kans op psychiatrische aandoeningen zoals depressies, verslavingen, angststoornissen, en eetproblemen (Van Roozendaal 2016).

Zelf kinderen met hechtingsproblemen

Kinderen met hechtingsproblemen hebben meer kans om later zelf kinderen te hebben met deze problemen. Wellicht wordt er in de eerste periode van iemands leven haast onuitwisbaar ingeprent ‘hoe mensen met elkaar omgaan’ (Van Roozendaal 2016).

Bronnen

  • Fearon, R.P., M.J. Bakermans-Kranenburg, A. Lapsley en G. Roisman (2010), 'The significance of insecure attachment and disorganization in the development of children’s externalizing behaviour: A meta-analytic study', in: 'Child Development', nummer 81, p.435-456.
  • Mesman, J. (2010). 'Oud geleerd, jong gedaan: Investeren in ouders bevordert onderwijskansen van kinderen'. Utrecht, Sardes.
  • O’Connor, E. en K. McCartney (2007), 'Attachment and cognitive skills: An investigation of mediating mechanisms', in: 'Journal of Applied Developmental Psychology', nummer 28, p.458-476.
  • Rozendaal, F. van (2016), 'Domino-effect van onveilige hechting'. In 'Kind Magazine', 16 december. Geraadpleegd op https://kiind.nl//domino-effect-onveilige-hechting/.
  • Schneider, B.H., L. Atkinson en C. Tardif (2001), 'Child-parent attachment and children’s peer relations: A Quantitative review', in: 'Developmental Psychology', nummer 37, p.86-100.
  • IJzendoorn, M.H. van (2008), 'Opvoeding over de grens. Gehechtheid, trauma en veerkracht'. Amsterdam, Boom Academic.
Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.