• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Hechting en hechtingsproblemen

Wat werkt?

Verschillende reviews en meta-analyses wijzen op werkzame elementen binnen de preventie en behandeling van een problematische gehechtheid. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijke aandachtspunten.

Het voorkomen en verminderen van hechtingsproblemen

Voor het ontstaan van een veilige gehechtheidsrelatie zijn drie basale voorwaarden te onderscheiden:

  • sensitief reageren op het kind;
  • continuïteit in de aanwezigheid van de gehechtheidspersoon;
  • het vermogen van de ouder/verzorger om te kunnen mentaliseren of reflecteren.

In preventieve interventies leren ouders om hun eigen gedrag ten opzichte van het kind te verbeteren: in het eerste jaar wordt daarbij vooral aandacht geschonken aan sensitief opvoedgedrag. Na het eerste jaar leren ouders vaak ook manieren om hun kind adequaat te disciplineren.

Zulke preventieve interventies zijn in staat om de sensitiviteit van ouders te verhogen en daarmee de gehechtheidsrelatie te verbeteren, zowel bij de algemene bevolking als bij risicogezinnen. Ook zijn er aanwijzingen dat preventieve interventies effectief kunnen worden ingezet bij het voorkomen en verminderen van gedesorganiseerde gehechtheid.

Preventieve interventies lijken vooral effectief als zij starten als het kind ouder is dan 6 maanden en als zij gebruik maken van videofeedback.
De meeste studies laten zien dat kortdurende preventieve interventies (minder dan 16 sessies) effectiever zijn dan - of even effectief zijn als - langdurige interventies. Dit resultaat is echter niet eenduidig.

Behandeling van hechtingsstoornissen

Er is nog zeer weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van interventies voor kinderen met een reactieve hechtingsstoornis (RHS) en kinderen met een ontremd-sociaalcontactstoornis (OSCS).

De belangrijkste interventie voor kinderen met een hechtingsstoornis is dat zij een emotioneel beschikbare hechtingsfiguur krijgen, waarmee zij positieve interacties kunnen aangaan. Dit kan alleen als het kind zeker is van een veilige en stabiele plek.

Uit het beperkte onderzoek blijkt dat vrijwel alle kinderen met een RHS positief reageren op een verbeterde opvoedsituatie, terwijl dit slechts geldt voor sommige kinderen met een OSCS. Meer onderzoek is nodig om te bepalen welke aanvullende interventies – voor kinderen met RHS maar vooral voor kinderen met OSCS – ingezet moeten worden.

Kinderen die naast een hechtingsstoornis ook agressief en oppositioneel gedrag vertonen (komt vaak samen voor met OSCS), hebben hiervoor extra behandeling nodig.

Niet effectief en gevaarlijk

Bewezen niet effectief en zelfs gevaarlijk zijn interventies die gehechtheid willen bewerkstelligen door:

  • dwang;
  • het ‘doorwerken’ van trauma;
  • het bevorderen van regressie (teruggaan naar het verleden), zoals therapeutisch vasthouden (holding) en rebirthing-therapie.

De effectiviteit van dit soort interventies is niet bewezen. Bovendien zijn ze in tegenspraak met de gehechtheidstheorie die het belang van sensitief gedrag van de ouders benadrukt. Deze interventies kunnen zelfs schadelijk zijn voor kinderen.

Meer informatie

Meer informatie over werkzame principes bij hechtingsproblemen vindt u in:
Wat werkt bij hechtingsproblemen?

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies